Theater onder de toren van de dorpskerk

Culturele Hoofdstad 2018

Leeuwarden is dit jaar Culturele Hoofdstad van Europa. De hele provincie doet mee, bijvoorbeeld met dertig theaterstukken in dertig kerkjes.

De voorstelling De Frijtinker in IJlst is de aftrap van Under de Toer Foto Sake Elzinga

Het verhaal stond zes jaar geleden in de Leeuwarder Courant. Kostersdochter Baukje Broekstra vertelde dat haar vader op een middag opgewonden aan de eettafel had gezeten. Hij had een grafsteen in de kerk moeten verleggen, omdat kerkgangers er soms over struikelden. En op die grafsteen, had hij gezien, stond de naam Antje van Uylenburgh, zus van Saskia, schoonzus van Rembrandt. Antje’s vader Rombertus, indertijd burgemeester van Leeuwarden, bezat een zomerresidentie in het Friese Ryptsjerk.

Misschien, dacht hij, was Antje wel begraven met in haar kist een schilderij dat Rembrandt van Rijn, haar beroemde zwager, „haar had meegegeven voor haar laatste reis”. En lag er dus „een schat onder de vloer van de kerk”.

Het verhaal werd niet geloofd: de vloer van de kerk is sinds mensenheugenis van hout – óók in 1930, toen Baukje Broekstra’s vader Kees koster was in Ryptsjerk. De vloer is na haar verhaal niet opengebroken.

Maar er is nu wel een theaterstuk over gemaakt: Yn it Skaad fan ’e Toer (Fries voor ‘in de schaduw van de toren’), over een dorp dat verdeeld raakt na een verhaal over een verborgen schat. In oktober vinden er acht uitvoeringen plaats, allemaal in het kerkje zelf.

Opgevoerd in de kerk

Ryptsjerk (750 inwoners) is daarmee één van de 32 plaatsen in Friesland waar in 2018 theatervoorstellingen zijn naar aanleiding van overgeleverde kerkverhalen – voorstellingen die ook steeds zullen worden opgevoerd in die kerk. Soms is dat een toneelstuk, vaak gaat het om theater met muziek, een enkele keer is het alleen dans. Eén project, in Langezwaag, bestaat uit een installatie in de open lucht in de vorm van een kerk. Dat is Haren in de Wind, over een kam die de koster vroeger had klaarliggen voor mensen die in hun zondagse kleren, maar met verwaaid haar bij de kerk aankwamen.

Under de Toer heet het project (Fries voor ‘onder de toren’), dat deel uitmaakt van Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. Het is een idee van regisseur en theatermaker Jos Thie, die in Friesland woont sinds hij in 1994 artistiek leider werd van het Friestalige theatergezelschap Tryater.

Jos Thie: „Friesland telt bijna achthonderd kerken. Ik dacht: hoeveel verhalen zouden die wel niet bevatten? En zijn die kerken geen mooie, natuurlijke podia voor al die verhalen?”

Een oproep leverde ruim tachtig inzendingen op, waarvan er ongeveer dertig konden worden gehonoreerd: „Het aantal dat het Prins Bernhard Cultuurfonds wilde steunen.” Er waren vijf criteria: het verhaal moest origineel en spannend zijn, de uitwerking een zeker niveau halen („Het gaat steeds om een combinatie van amateurkunst en professionals”) en de uitvoering moest haalbaar zijn. Jos Thie: „Belangrijk voor ons was: wordt het idee gedragen door de gemeenschap? Dan kijk je naar wie erbij zijn betrokken: welke organisaties hebben het voorstel ondertekend.” Soms was dat letterlijk het hele dorp: de toneelvereniging, het plaatselijke koor, de brassband, ja zelfs het kerkbestuur. Er moest ook altijd een kunstenaar bij zitten. „Soms hebben we die zelf nog aangezocht.”

Foto Sake Elzinga

Poolse muziekband

Vierde en vijfde criterium: een verbintenis met een dorp of stad ergens in Europa („Dat kan variëren van de uitwisseling met een toneelschool tot de overkomst van een heel koor”) en de potentie om zelf extra fondsen te werven. Voor Yn it Skaad fan ’e Toer komt de Poolse muziekband Kroke naar Ryptsjerk: Antje’s echtgenoot was een Poolse theoloog, Johannes Maccovius. Dankzij bijdragen van andere fondsen is de begroting opgelopen tot ongeveer een ton.

Een van de kleinste initiatieven is de Sint Vitus Passie: een muzikaal drieluik over de ingestorte toren van Wetsens, een terpdorpje van 67 inwoners in Noordoost Friesland. Dat initiatief komt van voormalig muziekdocent Anne de Bruijn, die woont tegenover het St. Vituskerkje. Hij ziet elke dag hoe de klok niet in een toren hangt, maar onder een afdak. De kerktoren is ingestort op een zondag in 1842, naar verluidt toen de dominee preekte over hoe Simson de tempel van de Filistijnen met de grond gelijk maakte.

Anne de Bruijn: „Ik dacht, ik lever gewoon een plan in. Ik had nog geen noot op papier, maar ik heb een jarenlange ervaring met het maken van muziekstukken.” Intussen is dat muziekstuk af. Ook zijn Anne en zijn vrouw Joanneke afgelopen zomer „in het voetspoor van Sint Vitus” naar Sicilië gegaan, waar de naamgever van de kerk werd geboren. Foto’s van de tocht („We hebben de hele heenreis gefietst”) staan op hun site, ze zullen tijdens de voorstelling worden geprojecteerd op de muren van de kerk. Een uitwisseling volgt nog: „We kwamen op Sicilië terecht in het Festino Di San Vito. Daar hebben we allemaal contacten opgedaan.”

De Sint Vitus Passie wordt in mei uitgevoerd in Wetsens, zeven keer in totaal. Vrijwel alle 67 dorpelingen zijn erbij betrokken, maar ook twee koren uit de directe omgeving. Anne de Bruijn verwacht zo’n 500 bezoekers („Meer dan tachtig kunnen er niet in de kerk”).

Wietske Lycklama à Nijeholt uit Langezwaag, in Zuidoost Friesland, zei bij de eerste presentatie van haar idee in het dorp dat ze „bussen vol dagjesmensen” verwachtte voor Haren in de Wind. „Dat is toen meteen een gevleugeld woord geworden. Maar heel eerlijk: het toerisme moet hier nog een beetje op gang komen.”

Foto Sake Elzinga

Het haar in de plooi

Ook in Langezwaag (zo’n duizend inwoners) doen veel mensen mee. „Er zijn de bouwers van de tijdelijke kerk, die we met zeildoek gaan omspannen. Daarop zie je dan straks foto’s van inwoners in hun beste kleren, met het haar in de plooi. De fotoshoot daarvoor is al geweest. Er komen ook installaties in de kerk, die we maken met paardenhaar. Dus daar zijn we ook mee bezig. En we werken samen met de basisschool.”

Beeldend kunstenares Wietske Lycklama à Nijeholt woont dichtbij de kerk, ze kent het verhaal van de kam van de koster uit de overlevering. „Ik heb het niet zelf meegemaakt, nee. Maar ik herinner me nog wel hoe we in onze zondagse kleren naar de kerk gingen. Op de zaterdagavond ervoor waste je je haar. ”

En hoe zit het met de taal? Haren in de Wind is beeldende kunst, de Sint Vitus Passie is in het Nederlands, maar bijvoorbeeld Yn it Skaad fan ’e Toer (acht voorstellingen in oktober, plek voor 120 bezoekers per keer) wordt zowel in het Fries als in het Nederlands opgevoerd. Er is zelfs een voorstelling, De tael van et hatte, die wordt gespeeld in een Fries dialect, het Stellingwerfs. Jos Thie: „Alle verhalen zijn goed te volgen. Maar als je het niet aandurft, kun je altijd van tevoren even op de site kijken in welke taal de voorstelling zal zijn.”

Under de Toer begon op 1 januari in IJlst. De eerstvolgende voorstelling is Marijke Muoi in Leeuwarden. Inl: underdetoer.nl