‘Ouderen voeren echte gesprekken op Facebook’

Sociale media

65-plussers zitten steeds vaker op Facebook, Twitter en WhatsApp, blijkt uit onderzoek van het CBS. Is appen de oplossing tegen eenzaamheid?

Een oudere gebruikt een iPad. Ouderen maken steeds meer gebruik van van sociale media. Foto Lex van Lieshout/ANP

Ouderen zijn steeds vaker actief op sociale media. Vooral 65- tot 75-jarigen maken meer gebruik van Facebook, Instagram en WhatsApp. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS. 64 procent van de ouderen zit op sociale media, vijf jaar geleden was dat nog 24 procent.

Ook de 75-plusser maakt een online opkomst. 35 procent van de 75-plussers is actief op sociale media, vijf jaar geleden was dat nog maar 5 procent. Ter vergelijking: „vrijwel alle jongeren” maken volgens het CBS gebruik van sociale media.

Dat er steeds meer ouderen online zijn is volgens ouderenbond ANBO ook weer niet zo opzienbarend. „Men gaat er altijd snel vanuit dat ouderen iets wel ingewikkeld zullen vinden.” Als een analoog middel wordt ingeruild voor iets digitaals (bijvoorbeeld toen de Belastingdienst aankondigde dat de blauwe envelop zou verdwijnen), gaat bij de ouderenbond standaard de telefoon. „Maar we zien juist dat mensen tot op hoge leeftijd mee proberen te doen”, zegt de woordvoerder. Oudere mensen leren misschien wat trager, vinden dingen wat moeilijker of spannender. „Maar dat betekent niet dat ze niet willen leren.”

Vooral WhatsApp is verantwoordelijk voor de toename van ouderen online. Het aantal gebruikers van meer ‘open’ sociale netwerken als Facebook en Twitter steeg de afgelopen jaren een paar procentpunten, terwijl het gebruik van chat-apps onder 75-plussers verdubbelde (van 7 naar 15 procent).

Het gebruik van Facebook, Snapchat en Instagram blijft groeien in Nederland. Maar het vertrouwen in sociale media daalt. „We laten op sociale media niet meer het achterste van onze tong zien.”

Kan appen de eenzaamheid verdrijven? „Sociale media zijn geen duizenddingendoekje”, aldus de ANBO. Maar als ouderen contact maken en onderhouden, is dat volgens de bond online vaak eenvoudiger dan offline. „Zeker wanneer mensen minder goed ter been zijn, of verder weg wonen.”

‘Ik zit in vijftien Facebookgroepen’

Rita de Jong (75) uit Hengelo, gepensioneerd verkoopster

Rita de Jong heeft nog nooit „één woord uitleg” over sociale media gehad. Het is eerder andersom, zegt ze. Zij leerde haar kleinzoon op zijn twaalfde hoe hij websites moest maken. Hij is inmiddels 22 jaar oud en IT’er.

De Jong kijkt en praat graag mee in Facebookgroepen, zeker drie uur per dag. „Even tellen hoor. Vijftien, zijn het er.” Ze praat er over koolhydraatarme en vetrijke voeding – „daar ben ik een paar jaar geleden helemaal ingedoken”. Ze is ook lid van een Facebookgroep over breimachines, die machines verkocht ze voor ze met pensioen ging.

Facebook is er niet om haar kleinkinderen te volgen. Ze wonen in de buurt en plaatsen bovendien toch bijna niets. „Ik moet maar eens op Instagram kijken. Volgens mij zijn ze daar allemaal heen.”

Haar man is juist van het andere kamp, „hij kan alleen maar op sociale media afgeven”. Omdat hij te veel hoort over het kwaad dat op sociale media wordt gesticht, denkt Rita de Jong. Hij heeft wel een smartphone, maar alleen omdat zij het wil. „Het lijkt me zo handig, als hij ergens is, dat hij zelf kan opzoeken waar hij heen moet.” Uiteindelijk zoekt ze de informatie vaak alsnog zelf op.

Soms lezen ze samen iets wat ze op Facebook tegenkomt en praten ze daarover. Bijvoorbeeld artikelen over hoe „voeding wordt gemanipuleerd door de industrie”.

‘Ik denk dat ik de nieuwe iPhone wil’

Neel Robbeson (72) uit Etten-Leur werkt tien uur bij een schoonmaakbedrijf

De iPad werd aangeschaft nadat de man van Neel Robbeson overleed, vijf jaar terug. Haar vaste computer is sindsdien bijna onaangeraakt. „Als ik naar bed vertrek gaan de iPhone en iPad altijd mee.” Zo staat ze altijd in contact met haar kinderen en kleinkinderen. Ze bellen steeds minder, whatsappen vooral, of facetimen. „Nee, ik zou het niet kunnen missen. Als mijn iPhone stuk is, ga ik regelrecht naar de MediaMarkt.”

Op Facebook zit ze „misschien al meer dan tien jaar”. Ze maakte een account toen haar dochters en kleindochters erover vertelden. „Met Nieuwjaar plaats ik een foto van mezelf, met gelukkige jaarwisseling. Dat soort dingen.” Op Instagram plaatst ze foto’s van zomeravonden met haar kleindochters, haar tuin als ze net onkruid heeft gewied en van zichzelf, met een Starbucks-beker in haar hand. En toen het spel Pokémon Go vorig jaar even een enorme hit was, ving Neel Robbeson, net als haar kleinkinderen, Rattata’s en Pidgeys. Stuurde ze trots printscreens van haar Pokémon naar haar kleinkinderen.

„Ik hoorde dat mijn kleindochter de nieuwste iPhone had, de X geloof ik. Ik heb nog maar de iPhone 6 Plus. Dan denk ik: ik zou die nieuwe iPhone toch eigenlijk ook wel willen. Misschien moet ik eens vernieuwen, ik heb mijn telefoon al bijna twee jaar.”

‘Alleen ouderen reageren nog online’

Jelle Ravestein (66) uit Maassluis gepensioneerd ICT-business consultant

Eén keer per kwartaal „schoont” Jelle Ravestein zijn Facebook op. Dan verwijdert hij de Facebookvrienden die wel meelezen maar nooit reageren. „Lurkers”, noemt hij ze. Het gaat niet om de erkenning, zegt hij. „Maar je wilt wel weten of je berichten gelezen worden en wat mensen ervan vinden. Soms hoor ik later pas dat mensen iets hebben gelezen, als ze er in het echte leven over beginnen.”

Ravestein deelt „half filosofische kreten”, grappen, foto’s van zijn drie honden (een jack russel, dwergpincher en chihuahua), zijn columns en verhalen voor maassluis.nu, berichten die hij heeft gelezen. „Dingen die een tijdelijke waarde vertegenwoordigen.” Bijna alleen mensen van boven de veertig jaar reageren nog. „Ouderen gebruiken Facebook echt om gesprekken te voeren. Zij hebben de tijd.” Volgens hem blijven er vooral ouderen op Facebook over.

Dankzij sociale media spreekt Ravestein weer met mensen van vroeger, van wie hij verwacht dat hij nooit meer contact zou hebben, maar die hij weer tegenkwam en bleef volgen. Sociale media kunnen volgens hem zeker helpen tegen eenzaamheid. „Kijk naar mijn 94-jarige schoonmoeder, die een tablet van haar dochter kreeg. Nu kan ze op een afstand spelletjes met haar dochters spelen, en over ditjes en datjes praten. Ze ervaart dat als een verrijking van haar leven.”

    • Romy van der Poel