Geliefd en verguisd Vlaams politicus krabbelt steeds weer op

De Belgische staatssecretaris voor Migratie komt keer op keer in opspraak. Toch blijft Theo Francken telkens aan. Hoelang gaat dat nog goed?

De Belgische staatssecretaris voor Migratie Theo Francken Foto Laurie Dieffembacq/Belga

Hij is de meest geliefde politicus van Vlaanderen, maar eindigt ook steevast hoog in de jaarlijkse Lul van het jaar-verkiezing van tijdschrift Humo. Theo Francken (39), de flamboyante Belgische staatssecretaris voor Migratie van de Vlaams-nationalistische partij N-VA, brengt zichzelf keer op keer in problemen met controversiële uitspraken. De socialistische partij, de krant de Standaard, Amnesty, vluchtelingen, Franstalige Belgen – ze zijn allemaal al eens het doelwit van Francken geweest. Vlak voor Kerst had hij een nieuw mikpunt: de premier.

Bekijk hieronder de video waarin Francken de premier afvalt:

Aan de jongste Francken-rel gaat vooraf wat in België de ‘Soedan-kwestie’ is gaan heten. Een aantal migranten dat in samenwerking met Soedanese ambtenaren door België was teruggestuurd naar het Afrikaanse land, getuigde half december in Belgische media dat ze bij terugkomst in Soedan zouden zijn mishandeld. Een schandaal, want daarvoor werd de staatssecretaris juist een paar maanden geleden gewaarschuwd.

In de aanval

Om de gemoederen te kalmeren, beval premier Charles Michel net voor Kerst dat in afwachting van een onderzoek geen repatriëringen meer mochten plaatsvinden. In plaats van in te binden, ging Francken in de aanval. Hij verklaarde op geïrriteerde toon dat er geen repatriëringen gepland waren en de premier die dus ook niet stop hoefde te zetten. „Ik heb mijn zaak onder controle, ik pas de wet toe.” Het is „niet correct” van de premier om hem zo terug te fluiten, vond de staatssecretaris.

Alleen blijkt even later: Francken heeft gelogen. Er stonden wél nog repatriëringen gepland en dat wist hij. In de Kamer, zelfs bij een deel van de coalitiepartijen, wordt inmiddels geroepen om zijn aftreden.

Parler franc

Francken noemt zijn asiel- en migratiebeleid „streng maar rechtvaardig”, sommige tegenstanders eerder „ontmenselijkend en xenofoob”. The Washington Post beschreef hem onlangs – tot Franckens grote ontevredenheid – als een „anti-immigratie hardliner”. Francken is in elk geval „direct”, zegt Klaas Dijkhoff, tot voor kort Franckens Nederlandse evenknie: „Parler franc, zeggen waar het op staat, daar hecht hij heel erg aan. En daarbij schuwt hij de controverse niet. Ik haal eerder m’n schouders op als iemand iets roept, hij denkt: dat laat ik me niet zeggen.” Francken reageert direct, emotioneel, schijnbaar impulsief. Niet verrassend dus dat juist Twitter en Facebook, waarop hij vele tienduizenden volgers heeft, Franckens favoriete media zijn. En weinig verrassend dat hij met zijn directe communicatiewijze vaak in de problemen komt.

Ophef is bij Francken nooit ver weg. De post van minister van Defensie zou hij zijn misgelopen omdat, zo klonk het bij het partijbestuur, het land anders binnen een paar weken in staat van oorlog zou verkeren. Maar ook bij Migratie begon de ophef al vlak na zijn aanstelling, in oktober 2014. Na amper drie dagen in de regering wordt zijn ontslag geëist als blijkt dat hij aanwezig is geweest bij een ceremonie ter gelegenheid van de 90ste verjaardag van een oud-collaborateur – de eerste van een reeks andere schandalen, relletjes, aanvallen van andere partijen en (soms) excuses.

Asiel voor Puigdemont

In 2017 alleen al beschuldigt Francken onder meer Artsen zonder Grenzen van „mensensmokkel” omdat ze door vluchtelingen op de Middellandse Zee te redden een „aanzuigeffect” creëren, gebruikt hij in een bericht over het oppakken van vluchtelingen de hashtag #opkuisen en nodigt hij de afgezette Catalaanse president Carles Puigdemont indirect uit in België door te suggereren dat hij daar asiel zou kunnen aanvragen.

Aan „overgetrainde mediatieke politici” heeft Francken naar eigen zeggen geen boodschap. Hij kreeg de politieke passie en Vlaamse onafhankelijkheidszin niet van huis uit mee. „Allesbehalve”, vertelt zijn broer Michel Francken. Ze groeiden op in Vlaanderen, vader was een Vlaamse huisarts, moeder Franstalig. Pas tijdens een stage voor zijn studie pedagogiek in Leuven werd het Vlaamse vuur aangewakkerd. Toch verbaasde het broer Francken niet dat Theo de politiek in ging. Hij was „altijd al wel een leidersfiguur”. Met een groepje latere N-VA’ers discussieerde hij in Leuvense kroegen over politiek. In 2001 studeerde hij af, hetzelfde jaar werd hij actief als wetenschappelijk medewerker binnen de N-VA-fractie van het Vlaams Parlement.

Niet impulsief

„Ik ben groot, ik heb weinig haar, ik zie eruit als een para [Belgische militaire eenheid, red.], ik ben bezig met migratie, defensie en het koningshuis. Ik kan dus begrijpen dat sommige mensen mij zien als een rechtse zak”, zei Francken over zichzelf in Knack in 2012. Maar een Vlaamse Trump is Francken niet. Tegenover de harde, rechtse Francken staat een diplomatieke, geliefde Francken, zeggen de mensen die hem kennen.

Aan de onderhandelingstafel is de directheid van de Vlaming, die in zijn vroege jaren aan boksen deed, volgens Dijkhoff een aanwinst: „Nederland en België zijn niet de grootste landen aan tafel, maar Theo vindt manieren om te zorgen dat er naar hem wordt geluisterd. Hij is niet bang om de leiders van grote landen aan te spreken op hun gedrag”, zag hij toen de twee samen optrokken tijdens maanden van vergaderingen in Brussel over het bedwingen van de asielzoekersstroom.

Ondanks zijn ruwe imago kan hij het bovendien „met iedereen vinden”, aldus Matthias Diependaele, die met Francken bevriend raakte tijdens zijn studiejaren en inmiddels fractievoorzitter van de N-VA in het Vlaams parlement is. „Ruwe bolster, blanke pit. Het hart op de tong, maar ook een zachtaardig mens. Je weet wat je aan hem hebt.” Hij was altijd al heel betrokken bij de mensen om hem heen, zegt zijn broer. En dus ook bij zijn werk. Hij staat om zes uur op, loopt vaak hard voor zijn werk begint. ’s Avonds door naar een volle zaal voor zijn ‘Theo Toert’-lezingen, en dan ook nog een biertje erna om met zijn publiek te spreken. Broer Francken: „Theo is een volksmens. Hij doet zich niet anders voor dan hij is, en dat spreekt mensen aan.”

Konijn in een lichtbak

Maar zo impulsief als hij misschien lijkt, is hij volgens degenen die hem kennen niet. Integendeel, denkt Mohamed Ridouani, politicus voor de sociaal-democratische sp.a. De twee zaten rond 2009 in de Leuven Five – „geen boyband”, maar een politieke discussiegroep over partijgrenzen heen. Door „een beetje over de rand te gaan” zijn Franckens uitspraken „geknipt voor de pers” én het zorgt ervoor dat zijn politieke tegenstanders „op hem gefixeerd zijn als op een konijn in een lichtbak”. Dat maakt hem bij veel kiezers, zeker de Vlaamse, alleen maar geliefder: „Die lusten dat soort opofferingsbereidheid van een underdog, een held die steeds overeind krabbelt, wel.”

Het zorgt ervoor dat Francken ook deze laatste kwestie waarschijnlijk alleen maar in zijn voordeel weet om te buigen. Premier Michel reageerde op dinsdag na twee weken stilte door het migratiebeleid van de regering te verdedigen. Degene met het grootste probleem is nu uiteindelijk de premier zélf: stuurt hij Francken weg, dan valt de regering waarschijnlijk en wordt de N-VA alleen maar groter, blijft hij deze lijn volgen, dan raakt hij zijn geloofwaardigheid kwijt. Vooralsnog wint Francken, opnieuw.

Twee uitgesproken staatssecretarissen blikten in 2016 terug op de geluwde crisis. Nederland wil als EU-voorzitter 28 landen te vriend houden. Dus spelen Klaas Dijkhoff en zijn Belgische evenknie Theo Francken good cop, bad cop.
    • Anouk van Kampen