De gespleten wederopbouw op één eiland

Sint-Maarten en Saint-Martin Het Nederlandse en Franse deel van Sint-Maarten moeten samenwerken na orkaan Irma. Dat is nieuw voor de twee landen. Sint-Maarten heeft casino’s en bordelen, Saint-Martin geiten en Europese regeltjes.

Autowrakken in de berm voor vakantiepark Nettlé Bay Beach Club in Saint-Martin. De foto's bij dit artikel zijn gemaakt in november 2017. Foto Eppo König

Er is nog maar één strandtent open op de verwoeste Avenue des Plages bij Orient Bay. Een wit partytentje op de stoep met een provisorische bar en een vrieskist zonder stroom. De wijnflessen, biertjes en ijsblokken laten Frankie Leman en Stephanie Reveillon van hun bovenwoning zó aan een touw naar beneden zakken.

„Je mag het Frankies Bar noemen”, vertelt Leman in november, tijdens een rondrit door Saint-Martin, het Franse noorden van het eiland. Voor de orkaan Irma in september werkte Frankie bij de brasserie onder hun woning en Stephanie bij een boetiek. Nu die zaken gesloten zijn, verdienen ze wat geld met de bar. Het is een hangout voor de paar achterblijvers en bouwvakkers in het vakantiepark.

„In het hoogseizoen, van december tot april, stonden er misschien wel 2.500 strandstoelen bij Orient Bay”, zegt Frankie. Vandaag zie je alleen een paar hardlopers, kitesurfers en de betonvloeren van weggewaaide bars. Twee jonge mannen chillen op de eerste verdieping van een surrealistisch appartement aan zee: zonder dak en zonder muren.

Orient Bay stond bekend als het Saint-Tropez van de Caraiben. Nu zie je op het strand de betonvloeren van weggewaaide bars. Foto Eppo König

Sint-Maarten en Saint-Martin, sinds 1648 twee delen van één eiland, moeten samenwerken om economisch te herstellen en gezamenlijke problemen op te lossen. In februari wil het ‘vierhoeksoverleg’, van lokale bestuurders met Nederland en Frankrijk, op het eiland samenkomen. De afgelopen maanden is al overlegd over een aanpak van de criminaliteit, de naar schatting tienduizenden illegale arbeidsmigranten en infrastructurele plannen, zoals een gemeenschappelijke afvalverwerking.

Eigen wet en taal

Vanzelfsprekend is de samenwerking niet. Sint-Maarten en Saint-Martin zijn aparte landen met eigen wetgeving en een taalgrens. En dat op één eiland met in totaal ongeveer evenveel inwoners als Hengelo (ruim 80.000) – de vele illegalen niet meegerekend.

Sint-Maarten is een zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, heeft alleen een ‘bijzondere relatie’ met de EU en doet Amerikaans aan. Je betaalt er met Antilliaanse guldens (bijna 0,50 euro) of dollars. Saint-Martin is een stukje Frankrijk en dus onderdeel van de EU. Je betaalt er met euro’s, maar dollars mag ook. De EU wil beide landen gelijk behandelen, al is de eerste noodsteun van 5 miljoen euro vorige maand naar Saint-Martin (en Guadeloupe) gegaan. „Er is een Europese coördinator voor het eiland nodig”, zegt europarlementariër Matthijs van Miltenburg (D66).

Er is geen weg langs de tien kilometer lange grens die beide delen verbindt. Er is alleen een rondweg over het eiland met vier grensovergangen en veel opstoppingen. Sint-Maarten en Saint-Martin hebben ieder hun eigen vliegveld, hun eigen zeehaven en hun eigen ziekenhuis.

Een van de vier open grensovergangen tussen Sint-Maarten en Saint-Martin. Foto Eppo König

Je kunt de verschillen tussen beide delen zien. In Sint-Maarten heb je hoogbouw, casino’s en bordelen. In Saint-Martin zie je koeien en geiten onderaan groene heuvels. De grote cruiseschepen meren aan in de haven van Philipsburg, het Franse deel ontvangt kleinere schepen. In Sint-Maarten delen Amerikaanse vakantiegangers koopappartementen via timesharing. In Saint-Martin heb je de wijk Les Terres Basses, waar rijke Fransen en buitenlanders in ommuurde villa’s wonen.

Bouwprojecten op het Nederlandse deel zijn groter, omdat er minder voorschriften zijn én er meer smeergeld wordt betaald, zeggen sommige Sint-Maartenaren. Ook het winkelen gaat anders, vertelt Stephanie Reveillon, boetiek-medewerkster en barvrouw. „In Saint-Martin koop je een diamant voor een vaste prijs. In Sint-Maarten krijg je hóge korting, maar wel een andere kwaliteit.”

Blokkade met containers

Er zijn verder diplomatieke incidenten geweest tussen Sint-Maarten en Saint-Martin. In de dagen na orkaan Irma was er nog een grensconflict. De open grens werd vanaf de Nederlandse kant korte tijd geblokkeerd met containers. Familieleden op beide delen konden elkaar niet opzoeken. Toenmalig premier William Marlin sprak eerst van een reactie om „ongewensten” – zoals plunderaars en illegalen – vanaf de Franse kant tegen te houden. Later ontkende Marlin opdracht gegeven te hebben voor de blokkade.

Eind vorig jaar was er ook een rel over het grensgebied Oyster Pond. Franse gendarmes hielden de eigenaar van een restaurant en een jachthaven aan wegens belastingontduiking en illegale verbouwing – terwijl hij aan de Nederlandse kant belasting betaalde en een bouwvergunning had. Toen prefect Anne Laubies Oyster Pond daarna ‘Frans’ noemde, sprak de Nederlandse regering Parijs daarop aan. Premier Marlin zei op de nationale feestdag dat de eenheid werd bedreigd door „daden van agressie”.

Afgelopen ‘Sint-Martin’s Day’, eind vorig jaar, is de toon heel anders. „Zonder enige twijfel, Philipsburg zál samenwerken met Marigot”, zegt Marlin in een toespraak bij het regeringsgebouw. „We moeten de gevoeligheden en geschillen uit het verleden loslaten”, zegt president Daniel Gibbs van Saint-Martin. „Er zal geen wederopbouw met twee snelheden zijn: de een ten koste van de ander.”

Verloren hoogseizoen

Toch zijn er binnen de overheid van Sint-Maarten zorgen dat de wederopbouw aan de Franse kant langer zal duren, zeggen bronnen. Het Nederlandse deel zou dan meer van de eerste (ramp)toeristen profiteren, maar voor het herstel van de hele toeristenindustrie is het niet goed. Zolang dagjestoeristen maar weinig excursies in Saint-Martin kunnen doen, is het eiland minder aantrekkelijk voor touroperators.

„Het is een zorg voor de toeristenindustrie, zeker”, zegt Ricardo Perez, secretaris van de Sint Maarten Hospitality & Trade Association (SHTA) op een terras in Philipsburg. „Het Nederlandse en het Franse deel vullen elkaar mooi aan als vakantiebestemming”, zegt SHTA-president Lorraine Talmi. „Zeker het verlies van Orient Bay is een verlies voor het hele eiland. Het stond bekend als het Saint-Tropez van de Caraïben.”


De culinaire strip Grand Case is een spookboulevard aan zee geworden. Heel langzaam, één voor één, gaan er weer restaurants open.
Foto Eppo König

Eén reden voor de zorgen is dat schade op het Franse deel nog groter lijkt. De orkaan raakte het noorden van het eiland het hardst, zeggen ze op het eiland. Grand Case, de culinaire strip in de buurt van het Franse vliegveld, is nu een spookboulevard aan zee. Heel langzaam, één voor één, gaan er weer restaurants open. Zoals Bistrot Caraibes net voor de Kerst, bekend om zijn kreeftentank. Harde cijfers over de totale schade zijn er nog niet, zegt Kate Richardson van het Franse toeristenbureau – dat ook verwoest is. Van de 1.600 hotelkamers zijn er misschien nog 300 bruikbaar, schat ze. Dit hoogseizoen is een verloren seizoen, zegt een regeringswoordvoerder.

Ook Sint-Maarten heeft nog geen harde cijfers over de totale schade. De overheid heeft een enquête onder vakantieverblijven laten uitvoeren en een rapport gemaakt. Maar de uitkomsten zijn wat tegenstrijdig: het ontbreekt vaker aan betrouwbare statistieken op Sint-Maarten. Het aandeel kamers dat verloren zou zijn gegaan, varieert van 67 tot 80 procent.

Smeulende vuilstort

In de Franse hoofdstad Marigot is 80 procent van alle ondernemingen sinds de orkaan gesloten, zei de associatie van Indiase verkopers vorige maand. L’ArhAwak is een van de weinige restaurants bij de veerbootterminal die al open is. De buitenbar serveert koffie, de bovenste verdieping is verloren gegaan.

De restanten van restaurant Mini Club, vroeger van madame Claude, in de haven van Marigot.Foto Eppo König

„Problemen heb je overal”, zegt Olga Marquis, de vrouw van eigenaar Patrick, die uit Oekraïne komt. „Nu is het Irma. Morgen is het terrorisme of een tsunami. Mensen vergeten het en komen terug. Voor toeristen is het één eiland. Ze komen naar de Franse kant, omdat ze houden van het accent, slakken, knoflook.”

Het puinruimen duurt ook langer aan de Franse kant. In Sint-Maarten is dag en nacht gewerkt om alles te verzamelen op de centrale, smeulende vuilstort bij het zoutmeer. Puin en huisafval schaden het imago van het eiland, staat in het tussenrapport van het National Recovery Plan.

Maar langs de wegen in Saint-Martin zie je puinhopen met zinken daken, hout, beton en spullen die erbij zijn gegooid. In de berm van de Rue de Sandy Ground staat voor een spierwit vakantiepark een rij van tien verroeste autowrakken.

Een verwoeste tennisbaan in Marigot, naast het Alberic Richards-stadion.Foto Eppo König

Beschimmeld appartement

„Jullie ruimen blijkbaar veel efficiënter op”, zegt Pierre Palvadeau boven zijn lunch in Grand Case. De interieurontwerper uit Cannes heeft een appartement in Orient Bay. De verzekering in Saint-Martin is ook een factor, zegt hij. Er zijn veel meer mensen verzekerd dan op het Nederlandse deel, zegt hij. „Je mag hier nog geen autowrak verplaatsen, als je niet weet wie de eigenaar is en niet eerst de verzekering hebt gebeld.” Palvadeau heeft zelf gebeld met een buurman, van wie het beschimmelde appartement stinkt. „Hij mag het niet schoonmaken, voordat de verzekering is langs geweest.”

„De Fransen accepteren alleen Franse, geregistreerde schade-experts, van bijvoorbeeld Guadeloupe, Martinique of uit Parijs”, zegt bestuursvoorzitter Imran McSood Amjad van verzekeraar Nagico in Philipsburg aan de telefoon. „Nagico werkt een stuk sneller op de Nederlandse kant. Daar kunnen we met schade-experts van overal werken: van Holland, Curaçao, het Verenigd Koninkrijk en Amerika tot Aruba.”

Samenwerking tussen Sint-Maarten en Saint-Martin op het gebied van toerisme is er niet of nauwelijks, zegt Kate Richardson van het Franse toeristenbureau. Verzekeraar McSood Amjad schat dat de Nederlandse toeristenindustrie in december volgend jaar voor 75 procent zal zijn hersteld, en aan de Franse kant voor 50 procent. „Dat zal serieuze economische consequenties hebben”, zegt hij.

Uitkering en voedselbonnen

Hoe langer het herstel duurt, des te moeilijker het is voor de duizenden eilanders die werken in de toeristenbranche. Een deel, vooral mannen, zal een inkomen kunnen verdienen met de wederopbouw. Taxichauffeurs kunnen dan bijvoorbeeld als timmerman aan de slag.

In de haven van de hoofdstad Marigot, aan de Franse kant van Simpson Bay, zijn boten en auto’s door de orkaan opgetild en neergekwakt.Foto Eppo König

Maar veel mensen zitten in een uitzichtloze situatie. In Saint-Martin is er het Franse sociale vangnet, in Sint-Maarten krijgen ontslagen medewerkers alleen een eenmalige uitkering (cessantia) van de werkgever en is er armenzorg.

Vanessa Grant gaf massages aan toeristen bij Mullet Bay op Sint-Maarten, waar nu eenzame bewakers voor lege hotelcomplexen staan. „Eén massage is zestig dollar”, zegt ze. „Als je slim bent, kun je 300 dollar per dag verdienen.”

Maar sinds de orkaan zijn er nauwelijks toeristen en heeft ze geen huis meer. Ze woont met drie kleine kinderen al een maand in een hotelkamer, die ze niet kan betalen. Van de overheid heeft ze voedselbonnen gekregen, noodwoningen zijn er nog niet. Bij de vuilstort zijn er wel containers waar gezinnen in slapen. „Daar ga ik niet heen met mijn kinderen. Overdag vliegen, ’s nachts ratten. Het is gevaarlijk.” Ze is depressief, zegt ze, en kwaad op de lokale regering. „Ik weet niet wie de internationale gemeenschap is, maar ze moeten hier ingrijpen.”

    • Eppo König