Column

Voor Corrie is een kop koffie gewoon te duur

Corrie is weer eens op dieet als we samen lunchen. Ze neemt alleen koffie. „Zie je dat ik al drie kilo ben afgevallen?” Ze houdt haar adem in en strijkt met haar hand over het losvallende zwarte vest dat ze net in de uitverkoop gekocht heeft. Geen ring, geen armband. Die zijn bij een inbraak afgelopen zomer uit haar huis gestolen. Ze had ze gekregen van de laatste mevrouw voor wie ze werkte. Ze leeft nu, met haar man, van de AOW en een klein pensioen, driehonderd euro.

We zitten in La Place tussen Hilversum en Laren en ik neem ook alleen koffie, want ik weet wel wat de waarheid is. Corrie heeft geen geld om mij te trakteren. En ze wil niet dat ik haar elke keer trakteer. Om ons heen is geen tafel onbezet en op de borden liggen pizza’s en salades en grote stukken taart met wolken slagroom. Het is hoogconjunctuur, half Nederland is nog vrij en de mensen zijn optimistischer over de economie dan ze in lange tijd geweest zijn. Herinneringen aan de crisis van na 2008 – het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft het net onderzocht – zijn al weer vervaagd.

Ik vraag aan Corrie hoe zij denkt dat het met het land gaat.

„Heel goed”, zegt ze meteen. „Alleen merken wij er weinig van. De zorgverzekering” – ze telt op haar vingers – „wordt zeventien euro per maand duurder en de AOW gaat maar met vijf euro per maand omhoog.” En dan de boodschappen. Melk, brood, aardappelen, groente, ze betaalt er allemaal meer voor dan een jaar geleden. „Tien cent hier en tien cent daar. Bij elkaar zit je al gauw op vijf euro per week.” De prijs van twee kleine kopjes koffie. Haar huishoudgeld is honderd euro per week.

Ik zeg dat de vrouwen voor wie ze werkte – in de grootste villa’s van het Gooi – wel honderd euro per dag konden uitgeven „Per dag?”, zegt ze. „Per uur!” Dat bedoel ik, zeg ik. Was ze nooit jaloers?

Ze kijkt een poosje voor zich uit en knikt zwijgend ja als ik vraag of ik nog een koffie voor haar mag halen . „In het begin wel”, zegt ze als ik weer terug ben. „Maar daar had ik wat op gevonden. Als ik ’s morgens binnenkwam, fantaseerde ik dat het mijn eigen huis was en dat al die mooie spullen van mij waren. Dat gaf me zo’n fijn gevoel” – ze veegt met een elegant gebaar een lok haar uit haar gezicht – „dat ik nu nog wel eens denk: kon ik maar weer terug.”

Echt? „Nee”, zegt ze. „Niet echt. Niet voor het zware werk.” Ik denk aan haar huurhuis aan de rand van de hei en zeg dat zij ook veel mooie spullen heeft. Beeldjes, schilderijtjes, serviesgoed, antiek. „Dat was mijn voordeel”, zegt ze. „Mijn mevrouwen kochten verschrikkelijk veel en als ze ergens op waren uitgekeken, mocht ik het meenemen.”

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus