Veel rechten maar ook veel slaag

Tunesische vrouwen

Tunesië loopt in de Arabische wereld voorop met de rechtspositie voor vrouwen en versterkte die onlangs nog. Toch worden vrouwen juist thuis vaak mishandeld.

Presentatrice en activiste Amina Shoui, ook wel bekend als Amina Tyler, van Shams Radio, het eerste station voor homoseksuelen in de Arabische wereld, dat op 18 december van start ging. Foto Fethi Belaid/AFP

Wie het aantal hoofddoeken in de stoffige straten van de Tunesische hoofdstad Tunis turft, komt al gauw tot de conclusie dat de aantallen bedekte en onbedekte vrouwenhoofden elkaar aardig in evenwicht houden. Veel jonge vrouwen kleden zich niet anders dan leeftijdgenoten in Parijs of Rome.

„We hebben hier meer rechten dan in andere Arabische landen”, zegt Hela Khouimi (37). Met haar moeder en haar kinderen geniet ze in het Belvedère-park van de zon. Geen van beide vrouwen draagt een hoofddoek. Khouimi heeft een leidinggevende baan bij Air Tunis. Trots vertelt ze dat ze evenveel verdient als mannelijke collega’s conform de Tunesische wet. „En zo hoort het ook”, vult haar moeder aan. „De vrouw is een steunpilaar van de samenleving.”

Juist de afgelopen maanden is de positie van de Tunesische vrouw verder versterkt, althans op papier. In de zomer is een wet aangenomen die het gebruik van geweld tegen vrouwen, ook in huiselijke kring, verbiedt. Een verbod voor moslimvrouwen om niet-moslims te huwen werd eveneens ingetrokken, nadat eerder dit jaar een archaïsche wet was geschrapt die verkrachters van vrouwen aan vervolging liet ontsnappen als ze hun slachtoffer huwden.

Als klap op de vuurpijl kondigde de 91-jarige president Béji Caïd Essebsi afgelopen zomer een naar Arabische begrippen revolutionair wetsvoorstel aan dat vrouwen hetzelfde erfrecht moet geven als mannen. Vanouds krijgen mannelijke nakomelingen meer dan vrouwen uit nalatenschappen. Zelfs Habib Bourguiba, de vader van het moderne Tunesië die tussen 1957 en 1987 president was, durfde het niet aan deze islamitische traditie te doorbreken.

Meer hoofddoeken

„Toch zijn er tegenwoordig meer hoofddoeken dan vroeger”, moppert Zohra Kamel (62), de moeder van Hela Khouimi. Ze wijt dat aan de Ennahda-partij, die zelf overigens in 2016 het fundamentalisme formeel vaarwel heeft gezegd. Tussen 2011 en 2013 domineerde Ennahda de regering, maar nu zit ze nog maar met één minister in de regering. Ennahda steunde afgelopen zomer de nieuwe wetten.

Kamels dochter maakt zich minder druk om de opmars van de hoofddoek. Wat haar betreft moet elke vrouw zelf weten of ze haar haar wil bedekken of niet. Ze ergerde zich aan een verbod op hoofddoeken op scholen en universiteiten onder het autoritaire bewind van Ben Ali.

Al onder Bourguiba verbood Tunesië als eerste Arabische land polygamie. Dat beperkte volgens sommigen ook de bevolkingsaanwas: in andere Arabische landen hopen vrouwen hun echtgenoot af te houden van een tweede vrouw door hem snel kinderen te baren. Ook verleende Bourguiba mannen én vrouwen het recht te scheiden en vrouwen kregen toegang tot de arbeidsmarkt.

„Maar de invulling van al die rechten laat vaak nog erg te wensen over”, zegt Samia Melki, een activist voor vrouwenrechten. Uit onderzoek van het ministerie voor Vrouwen en Familiezaken bleek in 2016 dat 60 procent van de Tunesische vrouwen wel eens slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. De belangrijkste doodsoorzaak voor vrouwen tussen de 16 en 60 jaar is huiselijk geweld. Ook zegt een ruime meerderheid met seksuele intimidatie te maken te hebben gehad, vooral in het openbaar vervoer.

Op een bankje op een plein naast de oude kasbah van Tunis, een wirwar van steegjes vol winkeltjes en mensen, bevestigt Bakhta, een verpleegster met een hoofddoek, dat er nog wel het nodige kan worden verbeterd aan de positie van de vrouw. „Iedereen kent wel verhalen van vrouwen die thuis zijn geslagen”, vertelt ze.

Een andere vrouw is naast haar komen zitten met een stuk stokbrood met kaas en mengt zich in het gesprek. Ze heeft rode vlekken in haar gezicht. „Mijn broer slaat me omdat hij mij weg wil hebben”, vertelt ze. „Hij wil het ouderlijk huis voor zichzelf inpikken. Maar ja, wat moet ik doen? Je gaat toch niet naar de politie om over je eigen broer te klagen!” Dat gevoel speelt vrouwen nu altijd parten, reageert Bakhta, die haar achternaam niet wil geven.

Vooral op het platteland in het zuiden is van de naleving van vrouwenrechten vaak nog bar weinig te merken. Hoewel er nogal wat vrouwen in de textielindustrie werken, worden ze vaak karig beloond. „Ze zijn vaak te bang om zich te organiseren in een vakbond”, zegt Alaa Talbi, directeur van FTDES, een forum dat zich inzet voor grote sociaal-economische gelijkheid. Talbi wijst op een foto van vrouwen die op de grond gezeten buiten de fabriek hun lunch verorberen: „Dat zouden mannen nooit accepteren.”

    • Floris van Straaten