Van Hall werd doelbewust geofferd

Openbaarheidsdag

Na rellen bij het huwelijk van Beatrix en Claus besloot het kabinet dat de burgemeester van Amsterdam moest wijken. Een opvolger was al geregeld.

Met een haal van zijn briefopener sneed algemeen rijksarchivaris Marens Engelhard dinsdagochtend de zegels door op een grote grauwe enveloppe. Daarmee opende hij een stuk uit het tot nog toe gesloten archief van Christiaan Justus Enschedé – bij zijn dood in 2000 geprezen als het „juridisch geweten van Nederland” – én het Nationaal Archief voor openbaarheidsdag 2018.

Elk jaar, begin januari, geeft het Nationaal Archief in Den Haag honderden meters archivalia aan de openbaarheid prijs. In de regel duurt het twintig jaar voor in het archief gedeponeerde stukken openbaar worden, maar sommige blijven langer niet-openbaar – met een beroep op het staatsbelang of, bij privéarchieven, omdat de voormalige eigenaar ervan zelf een termijn heeft bepaald.

Onder de dinsdag vrijgegeven stukken was het persoonlijk archief van Just Enschedé. De rechter en strafrechtgeleerde deed in 1967, in opdracht van de regering, onderzoek naar de aanhoudende rellen in Amsterdam het jaar ervoor. Oprispingen daarvan waren er op 10 maart 1966, bij het huwelijk tussen prinses Beatrix en Claus von Amsberg, en op 14 juni toen het kantoor van De Telegraaf werd bestormd door demonstranten en de politie in geen velden of wegen te bekennen was. Het werd de Amsterdamse burgemeester Van Hall zwaar aangerekend.

Voor het gebouw van De Telegraaf staan twee brandende bestelwagens. Foto Cor Out/ ANP

In combinatie met de notulen van de ministerraad uit het voorjaar van 1967 lezen de persoonlijke documenten van Enschedé als een staaltje Realpolitik waar het gaat om het ontslag van de Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall. Tezamen vormen ze een aanvulling op de vorig jaar verschenen Van Hall-biografie van Dirk Wolthekker. Van Hall moest voor de bijl. Het kabinet-De Jong was nog feller gebeten op Van Hall – en tevens uit op het weghouden van enige verantwoordelijkheid bij de regering – dan uit Wolthekkers boek duidelijk was.

Een eerste interimrapport van de commissie-Enschedé vergrootte kennelijk vooral het ongeduld bij de ministers. In het archief zit een telefoonnotitie van Enschedé die op 3 mei, ’s avonds half zeven, wordt gebeld door minister Polak (Justitie, VVD). Hij begint over het eerste interimrapport.

Stellige conclusies

Polak: „Het is niet zo dat je Van Hall hierop kan ontslaan. Mulder zegt mij dat je hem verteld hebt dat er in het tweede interimrapport ernstiger dingen staan. Is dat zo?” Albert Mulder was secretaris-generaal van Justitie, op het departement bijgenaamd ‘de IJzeren Kanselier’.

Enschedé antwoordt omzichtig. Het tweede rapport is nog niet af en hij heeft geen zin om al te stellige conclusies te trekken. Uiteindelijk zegt hij dat „in het tweede interimrapport gegevens staan over Van Hall’s handelen met betrekking tot de bepaling van de plaats van het huwelijk [van Beatrix en Claus, red]. Ik spreek geheel voor mijzelf; ik meen dat dit deel van het rapport de positie van Van Hall beslist niet versterkt.”

Minister Polak vindt het vaag: „Wat moeten wij in ’s hemels naam met jullie tweede interimrapport? Staan daar ook weer vragen aan het eind?”

Twee dagen later is duidelijk waarom Polak zo aandrong bij Enschedé. De kwestie-Amsterdam staat op de agenda in de ministerraad van 5 mei. Na een korte discussie over de militaire staatsgreep in Griekenland volgt een gedachtenwisseling over de positie van Van Hall.

‘Als een oneerlijke keukenmeid’

Eerder die week heeft minister Beernink (Binnenlandse Zaken, CHU) gesproken met de burgemeester en hem laten weten dat vanuit het kabinet er een „zekere aandrang om zelf ontslag te nemen” is. Beernink: „Ik geloof dat Van Hall deze mededeling op prijs gesteld heeft.” Wishful thinking. Enschedé heeft op 5 mei ’s ochtends getelefoneerd met Van Hall. Die zei „dat zijn vrouw en hij er niet aan hechten dat hij als burgemeester van Amsterdam aanblijft. Maar ‘ik laat mij niet als een oneerlijke keukenmeid’ wegsturen.”

In de ministerraad zijn ze eruit: Van Hall moet weg. Als hij zelf geen ontslag neemt, dan „helaas – gedwongen”. Ze hebben zelfs al met de invloedrijke Amsterdamse wethouder Joop den Uyl gebeld over wie Van Hall moet opvolgen: Ivo Samkalden.

Er is nog één zaak die de ministers dwarszit, en dat is dat de commissie schrijft dat het regeringsbesluit om Amsterdam aan te wijzen als plaats voor de huwelijksvoltrekking, is genomen zonder de plaatselijke autoriteiten daarin te betrekken. In de privécorrespondentie van Enschedé is te zien hoe hard minister en secretaris-generaal van Justitie op hem inbeuken om deze mededeling te schrappen. Minister Polak vraagt zich af „welk onderdeel der taakomschrijving de Commissie er toe heeft gebracht, dat onderwerp in haar onderzoek te betrekken?”

Enschedé geeft geen krimp: „Dat in dit besluit een der achtergronden van de reeks ordeverstoringen gezien moet worden, behoeft geen nadere toelichting.”

    • Bas Blokker