Column

Stenen gooien en taal verdunnen

Geert Wilders deed in november aangifte tegen Mark Rutte wegens discriminatie van de ‘gewone Nederlander’. Het kreeg nauwelijks aandacht. Hij noemde Rutte een crimineel. Niemand keek ervan op. De VVD is een ‘kutpartij’, zei Thierry Baudet van Forum voor Democratie in december en VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff glimlachte een beetje.

Je zou kunnen denken: 2018 wordt het jaar waarin de politieke provocatie van het harde soort – schelden, beledigen, zeggen-wat-je-denkt zoals Pim Fortuyn – is uitgewerkt. Neem Wilders, die in de peilingen zetels verliest. Op zijn ‘kopvoddentaks’ werd in 2009 heftig gereageerd. Maar wat moet je nog zeggen als je een zaal vol aanhangers al eens hebt laten roepen om minder Marokkanen?

„Je hebt erg, erger en ergst”, zegt Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie in Groningen. „Daarna zie je dat verveeldheid optreedt bij mensen.” Postmes deed drie jaar geleden onderzoek naar groepsgedrag bij relschoppers en escalatie bij conflicten op straat. En zo heel anders is het misschien niet: een steen gooien naar de politie of zeggen dat Nederlandse waarden worden bedreigd door „homeopathische verdunning van de bevolking” met andere volken, zoals Baudet.

Zo’n steen gooi je niet alleen om agenten pijn te doen, je laat aan je eigen mensen zien hoeveel lef je hebt. Of welke kant het op moet met je groep: radicaler, niet redelijker. Zo’n steen kan ook als doel hebben: een betere positie verwerven in de groep. „Die dynamiek zie je bij rechtse partijen”, zegt Postmes. „Ze zetten zichzelf tegenover de theedrinkers van links en zoeken de concurrentie op met ándere rechtse partijen.”

De H.J. Schoo-lezing van Sybrand Buma afgelopen zomer, over ‘gewone burgers’ die zich ‘verweesd’ voelen door immigratie en globalisering, noemen ze bij het CDA ook een provocatie – een nette. Rutte kwam vorig jaar met zijn „pleur op” tegen Turkse jongeren. En eerder: dat Nederlandse Syriëgangers beter kunnen doodgaan dan terugkeren.

Misschien zijn Rutte en Buma vooral imitatieprovocateurs, op zoek naar dezelfde kiezers als Wilders en Baudet – met een harde, maar minder extreme boodschap?

Je ziet, zegt Tom Postmes, een geleidelijke radicalisering van uitspraken. „Een soort homeopathische taalverdunning, waardoor het niet meer zo opvalt als mensen een grens overschrijden.” En al kan er nu verveling zijn over Wilders, Postmes denkt helemaal niet dat de provocatie uitgewerkt raakt. „Juist als de meerderheid provocaties normaal vindt, geeft dat radicalen de kans om tot actie over te gaan.”

Het kan ook dat mensen collectief tot bezinning komen. Maar dan: waardoor? „Je wilt niet dat er eerst iets ernstigs moet gebeuren: incidenten, conflicten of zelfs een burgeroorlog.”

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl) vervangt Tom-Jan Meeus.