Opinie

    • Carolien Roelants

Onvrede is groot in Iran, maar leidt dat tot nieuwe revolutie?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Ik had al een heel andere column geschreven, over Turkije als u het wilt weten, maar die houdt u tegoed. De betogingen die zich de laatste dagen snel over Iran uitbreidden drongen vóór. Protest in Iran trekt altijd een stuk meer aandacht dan neem, protest in Algerije, zo bleek bijvoorbeeld weer op Twitter – en niet omdat ik daar meer Iran-specialisten volg dan Noord-Afrika-experts. Zou, ik noem maar iemand, president Trump metéén zijn licht laten schijnen over Algerije als daar mensen de straat op gaan om te demonstreren tegen de bejaarden aan het bewind?

Maar Amerika is gefixeerd op dat duivelse bewind in Iran en Trump had zijn tweets paraat. Op 29 december twitterde hij: „Iranian govt should respect their people’s rights, including right to express themselves. The world is watching!” Twee dagen later meldde hij: „Big protests in Iran. The people are finally getting wise as to how their money and wealth is being stolen and squandered on terrorism. Looks like they will not take it any longer. The USA is watching very closely for human rights violations!” In Trumps voetspoor werden wijd en zijd in Washington Iran en demonstraties wishful bij elkaar opgeteld met als uitkomst revolutie. Soort van Arabische lente op zijn Perzisch, wat je juist niet mag hopen want kijk wat dáárvan is gekomen. Hoe dan ook produceren revoluties vaak heel wat anders dan aanstichters en supporters zich hadden voorgesteld. Zie de Iraanse van 1979.

Maar wat is er nu precies aan de hand in Iran en vormt dat wat er aan de hand is, een bedreiging voor het bewind? Moeilijke vraag. Het is een feit dat de onvrede groot is. Allereerst economisch, maar economische onvrede kan rechtstreeks leiden naar ‘Weg met dit regime!’, en zulke leuzen worden nu ook aangeheven. Vooral ook omdat opperste leider Khamenei en president Rohani in 2015 de hoop voedden op verbetering na het nucleaire akkoord met de wereld. Maar mede met dank aan Washington, dat zijn uiterste best doet om buitenlandse investeringen in de Iraanse economie te blokkeren, en door eigen wanbeleid natuurlijk, is in plaats van verbetering de (jeugd)werkloosheid gestegen, net zoals de voedselprijzen, de corruptie en de ongelijkheid. In het rijke Noord-Teheran gaan ze alleen de straat op om te flaneren.

De onvrede is dus groot maar op het moment van schrijven – 1 januari – is me niet duidelijk hoe massaal de protesten zijn. Videobeelden, zegt u misschien, maar ik vind het heel lastig uit de opnames de omvang van de menigtes te schatten. En met de ooggetuigen schiet ik ook niet erg op. Als het om duizenden gaat, per stad, zullen de autoriteiten niet echt zenuwachtig worden ook al heeft het protest zich over het hele land verspreid; zorgen komen bij honderdduizenden. Al ziet u dat niet vaak in de kranten, er zijn regelmatig betogingen in Iran. En dan bedoel ik niet de bekende demonstraties van 1999 (studenten) en 2009 (tegen Ahmadinejads herverkiezing) die hard werden neergeslagen.

Wat ik lees bij analisten die ik serieus neem is dat het (nog) niet gaat om een verenigde protestbeweging maar om verschillende groepen met verschillende eisen. Sluiten die coalities of laten ze zich uit elkaar spelen? En, heel belangrijk, hoe reageren de autoriteiten?

In zijn eerste toespraak na de start van de protesten sloeg Rohani een verzoenende toon aan: de mensen hebben het recht om te protesteren, autoriteiten moeten kritiek toestaan. Hij vroeg de staats-tv (die onder controle staat van de opperste leider) verschillende opinies weer te geven. Maar dergelijke teksten hebben de Iraniërs eerder van Rohani gehoord. Het is even goed mogelijk dat de conservatieve facties erop in gaan hakken. En wat gebeurt er dan?

    • Carolien Roelants