Israël gunt Palestijnen geen snipper van Jeruzalem

Nieuwe wet

Een nieuwe Israëlische wet maakt het nog moeilijker dan het was om Jeruzalem als hoofdstad met de Palestijnen te delen.

De Klaagmuur en de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem. Foto Oded Balilty/AP

Zelfs de grootste optimist zal het moeten erkennen: de tweestatenoplossing in het Israëlisch-Palestijnse conflict raakt uit beeld. Aangemoedigd door het besluit van president Trump om Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen, heeft Israël diverse stappen gezet om een toekomstige Palestijnse staat onmogelijk te maken.

Maandagavond stemde het Israëlische parlement, de Knesset, in met een wet die een meerderheid van tweederde van de stemmen vereist om (delen van) Jeruzalem af te staan aan een „buitenlandse mogendheid” in een eventuele toekomstige vredesovereenkomst. Deze wet is expliciet bedoeld, zei indienster Shuli Moalem-Refaeli van de ultranationalistische partij Het Joodse Huis, om eventuele concessies aan de Palestijnen tegen te gaan.

Nooit aanvaarden

De vredesonderhandelingen liggen al bijna vier jaar stil. Maar mochten ze ooit weer op gang komen, dan staat met deze wet bij voorbaat al bijna vast dat Israël geen snippertje Jeruzalem aan de Palestijnen zal laten. De Palestijnen op hun beurt zullen nooit aanvaarden dat Oost-Jeruzalem niet hun toekomstige hoofdstad wordt. In de praktijk heeft Israël de controle over de stad, waarbij het Palestijnse Oost-Jeruzalem bezet gebied is.

De Israëlische tactiek is de Palestijnen voor voldongen feiten te stellen. Dit wordt wel vaker beweerd over Israëlische plannen, bijvoorbeeld wanneer de illegale nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever weer eens uitgebreid worden. Het interessante is dat er tegenwoordig niet meer omheen gepraat wordt.

Zo zei Netanyahu in de voorbije maanden herhaaldelijk dat de Israëliërs niet van plan zijn om ooit nog een nederzetting te ontmantelen. De 600.000 Joodse kolonisten zijn er dus om te blijven. Netanyahu’s Likud-partij stemde op zondag voor een plan om de gehele Westelijke Jordaanoever bij Israël te annexeren. En juristen broeden op mogelijkheden om de Israëlische wet ook in de nederzettingen te laten gelden.

Lees ook: Knesset maakt afstaan Oost-Jeruzalem moeilijker

Al deze maatregelen moeten uiteindelijk leiden tot de ultieme droom van nationalistisch rechts: een Joodse staat die zich uitstrekt van de Jordaan tot de Middellandse Zee. Ook rondom dit streven heeft Israël de omzichtigheid laten varen. Zoals minister Erdan (Publieke Veiligheid, Likud) zondag zei: „We vertellen de wereld dat het niet uitmaakt wat de landen van de wereld zeggen. De tijd is gekomen ons bijbelse recht op het land uit te drukken.” De bezette Westelijke Jordaanoever, onder Israëliërs beter bekend als ‘Judea en Samaria’, geldt voor religieuze joden als hun ‘hartland’.

Rechten

De grote vraag bij deze ‘eenstaatoplossing’ is welke rechten de Palestijnen zouden krijgen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat Israël de bijna drie miljoen Palestijnse inwoners van de Westelijke Jordaanoever het Israëlische staatsburgerschap zou willen verstrekken. Dit is niet goed voor de ‘demografische balans’, hoor je dan: het aandeel van Palestijnen in de ‘Joodse staat’ zou in één klap bijna verdubbelen, van 21 naar rond de 40 procent.

Het alternatief dat meer kans lijkt te maken, is een model waarbij de Palestijnen wel inwoner, maar geen staatsburger van Israël zouden zijn. Volgens critici is dit een discriminatoir model van eerste- en tweederangsburgers, waarbij etniciteit de doorslag geeft.

De tweestatenoplossing geldt nog altijd als het officiële streven in de diplomatieke circuits. Ook nu weer waarschuwt de Palestijnse president Abbas ervoor dat Israël „een apartheidsregime in heel historisch Palestina” consolideert. Maar gesteund door Trump, en met een verdeelde Europese Unie, kan Israël op het moment doen wat het wil.

    • Derk Walters