Is inburgering geen scholing?

De rubriek economie & recht belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Foto NRC

De directeur van een bv was getrouwd met een Chinese vrouw, die in Nederland was komen wonen. De vrouw volgde een inburgeringscursus en had voor de cursus en studieboeken in totaal 1.421 euro aan kosten gemaakt. De directeur had dit bedrag opgevoerd als scholingsuitgaven in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat de inburgeringskosten niet aftrekbaar waren, omdat de kosten niet waren gemaakt met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Een direct verband ontbrak, zeker nu het de echtgenote was die de cursus had gevolgd. Alleen in bijzondere omstandigheden konden inburgeringskosten volgens het Hof worden opgevoerd als aftrekpost voor scholing.

In cassatie benadrukt de Hoge Raad dat het succesvol volgen van een inburgeringscursus in de eerste plaats een voorwaarde is voor een rechtmatig verblijf in Nederland. Het inkomen is secundair. Het verband met een concrete vorm van inkomsten is volgens de Hoge Raad dan ook te ver verwijderd. De Hoge Raad gaat daarmee in tegen de overweging van het Hof dat bijzondere omstandigheden de scholingsaftrek kunnen rechtvaardigen. Ongeacht de omstandigheden kunnen de kosten van een inburgeringscursus nooit worden opgevoerd als aftrekpost voor scholing.

Uitspraak: ECLI:NL:HR:2017:3129

    • Nelleke Koops