Onderzoeksjournalist Marian Husken: ‘Het ging mij niet om het jagen op boeven’

Marian Husken (69) schrijft al 25 jaar over de georganiseerde misdaad, vooral voor Vrij Nederland. Deze week verschijnt haar boek Deals en dodenlijstjes. „Ik breng geen panklare zaken aan bij de politie, zoals sommige collega’s.”

Ze schrijft al bijna 25 jaar over criminaliteit en georganiseerde misdaad maar aan de term misdaadjournalistiek heeft Marian Husken een hekel. Ik noem mezelf altijd onderzoeksjournalist, zegt ze vol overtuiging. „Ik pak geen criminelen op en breng ook geen panklare zaken aan bij de politie, zoals sommige collega’s”, aldus Husken. Toch werd ze op de redactie van weekblad Vrij Nederland de ‘grande dame’ van de Nederlandse misdaadjournalistiek genoemd, en dat was niet alleen gekscherend bedoeld. Vrij Nederland had een traditie wat betreft het schrijven over misdaad en Marian Husken is daar een van de exponenten van. Haar lijfblad heeft ze vlak voor haar officiële pensioen verlaten bij een van de vele reorganisaties, maar schrijven over misdaad en de opsporing daarvan doet Husken tot op de dag vandaag.

Woensdag verschijnt haar nieuwste boek: Deals en dodenlijstjes. De titel lijkt veel op die van haar eerste boek: Deals met justitie. Dat is geen toeval, vertelt Husken een week voor publicatie. De Nederlandse overheid heeft inmiddels 25 jaar ervaring met het fenomeen kroongetuige, een getuige die in ruil voor een lagere straf verklaart over strafbare feiten van anderen, maar zichzelf daarbij niet mag sparen. „De politiek heeft een slecht geheugen. Daarom is het soms goed pas op de plaats te maken en terug te kijken. Is het nou wel zo goed geregeld met die kroongetuigen en het beschermingsprogramma dat hun veiligheid moet garanderen?” Volgens Husken is dat van belang nu het Openbaar Ministerie afgelopen zomer een aantal kopstukken uit de onderwereld levenslang achter de tralies heeft gekregen op basis van verklaringen van twee kroongetuigen. Husken: „Het OM roept door dit succes nu op om kroongetuigen nog meer te belonen. Door ze niet de helft minder straf, maar totaal geen straf meer te geven. Dat laatste voelt niet goed.”

Beide boeken gaan over de vraag hoe de staat omgaat met getuigen die een deal sluiten met de overheid. Los van de vraag wat hun motief is – bescherming in doodsnood, of opportunistisch eigenbelang – vraagt Husken zich af of kroongetuigen wel weten waar ze aan beginnen en of de overheid in staat is de afspraken na te komen die met kroongetuigen worden gemaakt. „Ik heb het eigenlijk altijd gek gevonden dat er deals werden gesloten met criminelen. Waarom zou je mensen belonen die de regels overtreden? En tegelijkertijd heb ik me altijd afgevraagd of je als individu wel op de overheid kunt rekenen als je er onder moeilijke omstandigheden steun bij zoekt.”

Bescherming heeft zijn prijs

Huskens nieuwe boek verhaalt over de ervaringen van een aantal (kroon)getuigen. Wat ze hebben meegemaakt. Hoe het is om met je gezin in een ver land met een andere identiteit een nieuw leven op te bouwen. En de praktische problemen en bijkomende frustraties die dat oplevert. Maar het gaat ook over afspraken die zo geheim zijn dat zelfs rechters die een oordeel moeten vellen over de betrouwbaarheid van een kroongetuige, daar nooit helemaal over worden geïnformeerd. Bescherming heeft zijn prijs.

Een kroongetuige die zich niet aan de afspraken houdt kan uit het programma worden gegooid dat zijn veiligheid moet garanderen, aldus Husken. „Maar wat als de staat zijn afspraken niet nakomt? Dan moet zo’n getuige de strijd aan met dezelfde overheid waar hij of zijn van afhankelijk is. Astrid Holleeder beschrijft dat in haar Dagboek van een getuige. Andere getuigen zijn gehouden aan afspraken over geheimhouding, die mensen probeer ik een stem te geven.”

Opmerkelijk is dat ze - indirect - contact heeft weten te krijgen met een aantal prominente kroongetuigen. Al wil ze niet vertellen hoe. „Ik kan er niks over zeggen”, vertelt ze met een glimlach. Zo beschrijft ze de bescherming van de Haarlemse Bettien Martens, een spijtoptante uit de jaren negentig over wie een boek en een speelfilm zijn gemaakt.

Het onderwerp past bij de manier waarop Husken voor Vrij Nederland heeft geschreven over de georganiseerde misdaad. „Wij waren de luis in de pels van de machthebbers. Het ging mij niet om het jagen op boeven maar om het beschrijven van fouten in het justitiële systeem.” De kritiek dat ze zich voor het karretje de onderwereld liet spannen door ook contact te onderhouden met criminelen, heeft ze altijd genegeerd. „Door met criminelen te praten krijg je zicht op bepaalde problemen in het systeem. Het klopt dat de kleurrijke levens van onderwereldfiguren helpen bij het maken van leesbare verhalen maar dat is iets anders dan jezelf identificeren met de onderwereld. Uiteindelijk ging en gaat het om het controleren van de macht.”

Zelf anoniem getuigen

Hoe moeilijk het voor een getuige is om afspraken te maken, heeft Husken zelf ervaren toen ze in 1990 op vakantie in Spanje onbedoeld getuige is geweest van een dodelijk treffen tussen de Guardia Civil en drie leden van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Een dag later stapte ze naar de politie om haar verhaal te doen, zoals een goede burger betaamt. Maar ze kende de gewelddadige geschiedenis van de strijd in Baskenland en was bang om te getuigen. Ze vroeg om anonimiteit. De toezegging die ze kreeg bleek waardeloos. Binnen enkele dagen was haar getuigenis groot nieuws in Spanje.

Over de toedracht van de schietpartij was ruzie ontstaan in het parlement. De getuigenis van Husken paste bij de officiële Spaanse lezing, die slecht viel in Baskenland. Er ontstond een mediastorm waarbij Huskens naam uitlekte en ze Baskische verslaggevers in haar tuin vond. Het ongemak over die publiciteit groeide toen er vlak daarna in Amsterdam twee aanslagen worden gepleegd die werden opgeëist door de ETA in verband met de afgelegde getuigenis. Na die onveilige zomer van 1990, vervloog de dreiging. Wat overbleef is één knagende vraag aldus Husken in haar boek: „kan een overheid een getuige écht goed beschermen? En wat komt daarbij dan kijken?”

Husken vertelt dat ze lang heeft getwijfeld over de vraag of ze haar persoonlijke ervaring moest verwerken in het boek. Dat heeft deels te maken met het ongemak van haar partner die aanwezig was in Spanje, maar ook met haar opvatting over journalistiek. „Ik heb mijn privéleven altijd helemaal gescheiden gehouden van mijn werk. Het gaat niet om mij, maar om het verhaal.” Deze keer ging ze overstag: wat haar overkwam als toevallige passant kan iedereen gebeuren – ook iemand die zich niet met misdaad bezighoudt. Dit verhaal illustreert de problematiek waarmee je te maken krijgt, zegt Husken. „Er komt een moment dat andere belangen groter zijn dan de gemaakte afspraken met een individuele getuige.”

Andere moraal

Haar opvatting over het vak is niet veranderd. Alle journalistiek is gebaat bij distantie, vindt Husken, of je nou over politiek schrijft of over sport. Maar bij het schrijven over misdaad is dat belang extra groot, omdat criminelen er bij uitstek een andere moraal op nahouden. „Mensen proberen je altijd voor hun karretje te spannen, ook criminelen. Daarom is iedere keer weer de vraag wat het doel is van een verhaal en of dat overeind blijft. De grens tussen schrijven over misdaad en het verheerlijken van criminelen is heel dun.”

Dat er risico’s aan de misdaadjournalistiek verbonden zijn, is de afgelopen maanden weer eens benadrukt. Journalisten John van den Heuvel en Mick van Wely van De Telegraaf hebben aangifte gedaan van bedreiging uit de hoek van motorclubs en Paul Vugts van Het Parool zit al maanden ondergedoken op advies van de politie.

Husken denkt dat die bedreigingen iets te maken hebben met de veranderingen in de onderwereld zelf. „Grote drugshandelaren in de jaren tachtig en negentig waren toch vaak van het type marktkoopman. Vrije jongens die zich niks van de overheid aantrokken, maar nog wel een bepaald moreel besef hadden. Er lopen nu steeds meer hele jonge jongens rond in het milieu die maffiafilms als enige referentiekader hebben. Dat maakt de dreiging nu zo onvoorspelbaar.”

Marian Husken: Deals en dodenlijstjes. Van Willem Endstra tot Astrid Holleeder: wie durft er nog te getuigen? Uitgever Balans, 256 blz. € 18,95