Eshetu A. in hoger beroep tegen veroordeling oorlogsmisdaden

De Ethiopische Nederlander die tot levenslang is veroordeeld, heeft geen eerlijk strafproces gekregen, volgens zijn advocaat.

Rechtbanktekening van Eshetu A. (3eR), die wordt verdacht van het plegen van oorlogsmisdaden in zijn moederland Ethiopie in de jaren 70. Illustratie Aloys Oosterwijk/ANP

Eshetu A., de 63-jarige Ethiopische Nederlander die in december tot een levenslange celstraf werd veroordeeld voor oorlogsmisdaden in 1978, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Haagse rechtbank.

A. vertegenwoordigde veertig jaar geleden in het noorden van zijn geboorteland het repressieve Derg-regime. De rechtbank acht bewezen dat hij in die rol verantwoordelijk was voor de standrechtelijke executie van 75 gevangenen, de marteling van negen mensen en het zonder vorm van proces vastzetten van ruim driehonderd politieke tegenstanders, veelal jonger dan twintig.

‘Tentoongesteld’

Maar volgens de verdediging heeft A. geen eerlijk strafproces gekregen en is hij als verdachte „tentoongesteld”. Zijn advocaat Sander Arts stelt dat de verdediging geen goed onderzoek heeft kunnen verrichten naar de echtheid van documenten die zijn overgenomen uit het Ethiopische strafdossier, doordat sommige getuigen niet gehoord konden worden. Tot deze documenten behoort ook het belangrijkste bewijs; twee door A. ondertekende lijsten met de namen van de 75 slachtoffers en daarbij het bevel tot ‘revolutionaire maatregelen' – standrechtelijke executies volgens de rechtbank.

Lijsten met namen

Arts had getuigen willen spreken om de herkomst van deze – in zijn ogen niet authentieke – lijsten te achterhalen, maar de rechters wezen dit verzoek af. „En dan krijgen we vervolgens tegengeworpen dat niet aannemelijk zou zijn gemaakt dat de desbetreffende bescheiden mogelijk zijn vervalst,” aldus Arts.

De rechters wezen het verzoek af omdat ze het onaannemelijk achtten dat de getuigen, die zich onder andere in Ethiopië bevonden, binnen afzienbare tijd ter zitting zouden kunnen verschijnen.

Het OM zag zelf geen reden voor hoger beroep – de eis voor levenslang werd ingewilligd – maar heeft in reactie op het beroep van A. alsnog ook beroep aangetekend. „Wij gaan altijd mee als de verdachte hoger beroep instelt”, aldus een woordvoerder. Op die manier wil het OM voorkomen dat het gerechtshof slechts aandacht besteed aan door de verdediging naar voren gebrachte punten.