Joachim Phoenix als de zwijgzame, getraumatiseerde wreker Joe.

‘Een hamer als favoriete wapen: dat zorgt voor sfeer’

Lynne Ramsay De Schotse regisseur slaagt erin acteurs naar opmerkelijke prestaties te leiden. Joaquin Phoenix speelt in ‘You Were Never Really Here’ een van zijn meest intrigerende rollen: de zwijgzame, getraumatiseerde wreker Joe.

De duistere slotfilm You Were Never Really Here van de Schotse regisseur Lynne Ramsay bleek vorig jaar een van de hoogtepunten op het filmfestival van Cannes te zijn. Joaquin Phoenix is in de film te zien in een van zijn meest intrigerende rollen: hij speelt de zwijgzame, getraumatiseerde wreker Joe, die zich ontfermt over een meisje dat verstrikt is geraakt in een pedofielennetwerk. Phoenix won er de prijs voor beste acteur mee in Cannes. Ramsay kreeg van het festival de prijs voor het beste scenario, naar een misdaadnovelle van Jonathan Ames.

Ramsay heeft daar een handje van: acteurs naar de meest opmerkelijke prestaties van hun carrière regisseren. Ze stond eerder mede aan de wieg van de doorbraak van actrice Samantha Morton, die de hoofdrol speelde in Ramsays Morvern Callar (2002). Tilda Swinton imponeerde als de moeder van een kind met moorddadige neigingen in haar We Need to Talk About Kevin (2011).

Hoe ze dat voor elkaar krijgt? Daar bestaat geen vast recept voor, vertelt Ramsay in Cannes, waar ze tot het allerlaatste moment aan You Were Never Really Here bleef sleutelen. „Je moet als regisseur altijd je instinct volgen en niet alleen met acteurs werken, maar ook veel tijd in elkaars gezelschap doorbrengen. Joaquin en ik woonden tijdens de opnamen in twee appartementen pal naast elkaar in New York.

„Tijdens het filmen hadden we bijna elke avond een barbecue en maakten we muziek met elkaar. Daardoor kan een sfeer ontstaan van saamhorigheid en verbroedering. Daar kunnen soms vriendschappen uit voortkomen. Tilda Swinton is nu de peettante van een van mijn kinderen. Ik hou gewoon heel erg van goede acteurs.”

Acteurs en regisseur moeten op voet van gelijkheid met elkaar samenwerken, vindt Ramsay. „Joaquin was voor mij een soort collega-filmmaker. Twee maanden voordat we gingen draaien was hij al aanwezig. Ik vroeg hem of hij niet wat te vroeg was komen opdagen, maar hij wilde gewoon bij alles betrokken zijn. Dat heb ik nog nooit eerder meegemaakt met een acteur. Hij heeft deze film evenzeer gemáákt als ik dat heb gedaan, omdat hij zo in zijn personage opging.”

Hij communiceert als Joe in de film eigenlijk door niet te communiceren; behoorlijk paradoxaal.

„Ja. Zo zit Joaquin Phoenix in elkaar. Hij is ongelooflijk goed in non-verbale communicatie.”

Zijn favoriete wapen is een hamer. Dat levert een krachtig beeld op: zo’n grote, norse man met een hamer.

„Dat komt uit het boek. Die hamer heeft natuurlijk iets ridicuuls, maar ik had er veel plezier in om zulke typische elementen uit klassieke misdaadfilms te gebruiken. Dat geeft meteen de sfeer van film noir. Daar ben ik gek op. Eigenlijk wilde ik een verhaal vertellen over de meest dubieuze kanten van mannelijkheid, maar op een liefdevolle, mooie manier. Joe is een personage dat niet altijd in zijn missie slaagt. Hij heeft geen prachtig gespierd lichaam. Hij loopt niet rond met een hoofd vol schitterend blond haar. Hij is in alles de complete tegenpool van James Bond. Hij draagt een hele geschiedenis van geweld met zich mee, van mensen in elkaar slaan. Maar hij probeert ook tot inkeer te komen.”

Als je het niet zou weten, zou je niet kunnen zien of de film door een man of een vrouw is geregisseerd.

„Mooi zo. We hebben allemaal mannelijke en vrouwelijke kanten in ons, denk ik. Mensen worden tegenwoordig gelukkig steeds minder vastgepind op een eenduidige rol.”

Zit er veel van uzelf in Joe?

„Waarschijnlijk wel. Ik kom uit een prachtig gezin, ik loop niet zelf met allerlei trauma’s rond. Maar toen ik opgegroeide was er in Glasgow wel behoorlijk veel geweld. Dat maakt je tamelijk hard. Je leert daardoor ook een hoop over hoe mensen in elkaar zitten. Glasgow is nu een heel hippe, culturele stad, maar dat is zeker niet altijd zo geweest. Mijn vader heeft nog steeds een litteken in zijn gezicht, omdat hij een keer is aangevallen door een groep jongens op straat.”

Lees hier de recensie van ‘You Were Never Really Here’: Urgent en gruwelijk

U volgt de regels van het misdaadgenre, maar er is ook ruimte voor bijna surrealistische momenten.

„Op een bepaalde manier kan het heel bevrijdend zijn om een genrefilm te maken, want je hebt dan een aantal vaste ankerpunten. Maar tegelijkertijd vind ik het heerlijk om dat af en toe los te laten, en de verbeelding ruim baan te geven. Daarom hou ik zoveel van de films van David Lynch. Mijn eigen zus is rechercheur bij de politie in Glasgow. Zij heeft de film gezien en zij verzekert me dat in werkelijkheid ook de meest bizarre situaties ontstaan. Dat was belangrijk voor me: dat de film op haar authentiek zou overkomen.”

Was ‘Taxi Driver’ van Martin Scorsese een inspiratiebron?

„Dat is natuurlijk een geweldige film. Ik ben sowieso gek op de films van Paul Schrader, die het scenario heeft geschreven voor Taxi Driver. Maar mij doet de film eerder denken aan Chinatown van Roman Polanski, omdat je hier ook in een soort labyrint terechtkomt waaruit geen uitweg lijkt te bestaan. Ik kijk nooit specifiek naar andere films, als ik aan een eigen film werk. Momenteel kijk ik vooral veel documentaires. Daar is het idee misschien wel uit voortgekomen bij mij: we leven in een totaal krankzinnige wereld en simpele oplossingen bestaan niet.”

Joe lijkt een soort zoon of broer van Travis Bickle, het personage van Robert De Niro in ‘Taxi Driver’: ook zo’n eenzame wreker in New York.

„Dat klinkt goed: de zoon van Travis Bickle. Zet dat er maar in.”

    • Peter de Bruijn