Opinie

    • Peter de Bruijn

De jonge jaren van Morrissey verfilmd

Peter de Bruijn De biopic ‘England is Mine’ concentreert zich op de moeizame levensjaren van Morrissey vóór het begin van zijn band The Smiths. Zonder autorisatie van de hoofdpersoon.

England is Mine haalde de Nederlandse bioscopen niet. Bewonderaars van zanger Morrissey (1959) moeten zich behelpen met een Britse import-dvd. De film van regisseur Mark Gill is de eerste biopic over de excentrieke zanger van The Smiths. Gill concentreert zich op vijf lange, moeizame jaren – eind jaren zeventig, begin jaren tachtig – na het einde van Morrisseys middelbareschooltijd, en vóór het begin van The Smiths. Wie wil weten waar de ongekende creatieve explosie van The Smiths – de band die in de jaren tachtig een hele generatie heeft gevormd – vandaan kwam, kan in England is Mine zien wat zich in die jaren had opgehoopt in de jonge Steven Patrick Morrissey.

In die tijd beschouwde hij de wereld vanachter een schrijfmachine op zijn slaapkamer in Manchester, doolde tussen uitzichtloze baantjes en uitkering (‘England is mine. It owes me a living’) en bestookte muziekbladen met ingezonden brieven. Dat is allemaal al lang onderdeel van de mythologie van The Smiths. Maar Gill stopt juist bij het moment dat het meest gemythologiseerd is: de dag waarop de achttienjarige gitarist Johnny Marr aanklopt en hem bevrijdt uit zijn verpletterende isolement.

Zo kan Gill mooi het probleem omzeilen dat England is Mine is gemaakt zonder autorisatie van de hoofdpersoon. De film moet het daarom stellen zonder de muziek van The Smiths. De soundtrack is desondanks een hoogstandje. Het is een prachtige staalkaart van de vormende invloeden op de jonge popfanaat Morrissey: van de gender bending rock van The New York Dolls tot de melodramatische meidenpop van sixties-groepen als The Shangri Las en The Cookies. Toch zou het mooi zijn geweest als na de laatste scène – bij wijze van ontlading – toch nog één klassieke song van The Smiths te horen was geweest. England is Mine is nu erg afhankelijk van wat de kijker allemaal al wéét over Morrissey.

Eigenlijk zijn dit twee films. Aan de oppervlakte brengt England is Mine het overbekende verhaal van het lelijke eendje dat een zwaan wordt zoals talloze andere biopics. Dromen komen uit voor wie vasthoudend is en in zichzelf blijft geloven. Dat is mooi, maar gemakkelijker gezegd dan gedaan. Daaronder gaat een interessanter portret schuil – knap gespeeld door de opkomend acteur Jack Lowden – van een persoonlijkheid die wordt gemangeld tussen zijn hang naar romantiek en zelfexpressie aan de ene kant, en sociaal ongemak, introversie en ernstige depressies aan de andere kant. Het verhaal van de jonge Morrissey was een dubbeltje op zijn kant, dat evengoed zeer slecht had kunnen aflopen. Die ambiguïteit maakt dat England is Mine de clichés van de biopic toch weet te ontstijgen.

Gills respecteert de feiten en dat levert onvermijdelijk een gecompliceerder beeld op dan de vele peptalks die Morrissey in de film krijgt van opeenvolgende vriendinnen en van zijn begripvolle moeder. Zelf heeft Morrissey met geen woord gereageerd op de film, maar dat England is Mine is gemaakt met liefde en enig ontzag kan zelfs zo’n notoir gesloten en lichtgeraakte persoonlijkheid niet helemaal ontgaan.

is filmrecensent.
    • Peter de Bruijn