De boekhouder kon de goudkoorts niet bijbenen

De rubriek economie & recht belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Foto Getty Images

De juweliers handelden in sloopgoud. Ze kochten oude gouden sieraden of gebruiksvoorwerpen om deze vervolgens door te verkopen. De zaken gingen goed. Zo goed, dat de boekhouder het overzicht volledig was kwijtgeraakt. Bij controle door de Belastingdienst, bleek dat er geen kasadministratie was bijgehouden, terwijl er dat jaar bijna 9 miljoen euro in contanten was ontvangen. Ook de inkoopadministratie deugde niet: bepaalde transacties en inkomsten waren nergens terug te vinden. Van de opbrengst van de maand december – uit de facturen af te leiden zo’n 1 miljoen euro – ontbrak zelfs ieder spoor. Op de inkoopbonnen werd bovendien geen melding gemaakt van de hoeveelheid sloopgoud in grammen. Vreemd vond de inspecteur, omdat de inkoopprijs wordt bepaald aan de hand van het gewicht, karaat en de goudprijs. Zo kon niet worden gecontroleerd hoeveel er binnenkwam en hoeveel werd verkocht.

De rechtbank Den Haag oordeelde dat de juweliers geen aangifte inkomstenbelasting hadden gedaan, omdat ze een te lage winst uit onderneming hadden opgegeven. Dat de boekhouder het niet meer kon bijbenen door de explosief toegenomen omzet, kwam voor rekening en risico van de juweliers. De plicht om een zorgvuldige boekhouding te voeren en de vereiste aangifte te doen bleef ook in dat geval overeind, aldus de rechtbank.

Ook in hoger beroep komt het Haagse hof tot de conclusie dat de juweliers een aanzienlijk bedrag aan inkomsten niet in de aangifte hebben meegenomen en dat het bedrag dat zij aan belasting zouden moeten betalen in werkelijkheid veel hoger ligt. De juweliers hebben niet het tegendeel kunnen bewijzen en ook de opgelegde boete is terecht.

Uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2017:3494

    • Nelleke Koops