Wat vervangt ons referendum?

Democratie

De volksraadpleging verdwijnt, maar burgers willen meebeslissen. ‘Digitale democratie’ biedt uitkomst.

Foto iStock, bewerking NRC

In 2018 kunnen Nederlanders waarschijnlijk voor de laatste maal hun stem uitbrengen in een volksraadpleging – over de inlichtingenwet. Daarna zal het kabinet het referendum als middel om burgers te betrekken bij politieke besluitvorming afschaffen en verdwijnt deze manier van directe inspraak van het volk.

Wat moet daarvoor in de plaats komen? Uit maatschappelijke onderzoeken blijkt keer op keer dat burgers meer mogelijkheden willen om in te spreken en mee te beslissen bij belangrijke besluitvorming.

Internationaal gezien vinden veel democratische vernieuwingen tegenwoordig plaats in het digitale domein. Eind dit jaar komt de staatscommissie Parlementair Stelsel met een advies over het vernieuwen van de democratie. 2018 kan daarom zomaar het jaar zijn dat ‘digitale democratie’ een serieuze bron van inspiratie wordt.

Verkleinen van de afstand

De roep om meer inspraak leeft breed, merkte Iris Korthagen, die namens het Rathenau Instituut samen met drie Europese zusterorganisaties op verzoek van het Europees Parlement onderzoek deed naar ervaringen met digitale democratie. Die behoefte bestaat bij „zowel burgers als bestuurders”, aldus Korthagen. „Tegelijk wordt vaak onvoldoende nagedacht over een concrete uitwerking, waardoor het misgaat en er juist weer weerstand ontstaat.”

Lees ook het interview met hoogleraar politicologie Tom van der Meer: “Het is tijd voor een nieuwe politieke cultuur.”

Uit vele internationale voorbeelden blijkt dat de inzet van digitale middelen wel degelijk kan helpen de afstand tussen bestuur en burgers te verkleinen. Er zou meer en beter mee geëxperimenteerd moeten worden, concludeert het Rathenau Instituut in een vuistdik rapport dat deze maand verschijnt en waarin zes lessen worden opgesomd. De onderzoekers hopen ook dat het rapport inspiratie biedt voor de adviezen van de staatscommissie Parlementair Stelsel.

Op lokaal niveau wordt in Nederland al het nodige geëxperimenteerd. In 2015 startte bijvoorbeeld op initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken het meerjarige programma Democratic Challenge, dat lokale projecten met democratische vernieuwing stimuleert en waaraan ook een vijftiental ‘e-democracy’-projecten meedeed.

Consultatie via internet

Wat zou Nederland nog meer kunnen uitproberen? De door het Rathenau beschreven voorbeelden lopen breed uiteen, van online consultatierondes en crowdsourcing tot polls en e-votingsystemen. Maar ook platforms waarop burgers de activiteiten van parlementsleden en de status van wetgeving kunnen volgen. Een succesvol project vond bijvoorbeeld plaats in Parijs, waar burgers op onderdelen van de begroting konden stemmen en eraan konden meeschrijven in samenwerking met ambtenaren. Of in Melbourne, waar mensen via een Wiki-participatieproject mee konden schrijven aan een visiedocument over de stad.

Het verbeteren van de bestaande online burgerconsultatie zou al een goede stap zijn. In Nederland bestaat sinds 2010 weliswaar de site internetconsultatie.nl, waarmee de landelijke overheid burgers om input vraagt voordat een wet naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Maar erg soepel verloopt die consultatie niet, constateert het Rathenau. Onderzoeker Ira van Keulen: „De site is bij weinig mensen bekend en burgers worden ook pas laat in het wetgevingstraject ingeschakeld, wanneer de wet eigenlijk al is uitonderhandeld. De vraag is bovendien vaak heel open: wat vindt u er nou van? Dat werkt niet. Mensen weten dan niet waarop ze nog invloed kunnen hebben.”

Ook op het gebied van digitale burgerinitiatieven kan Nederland nog wel wat verbeteren. De site petities.nl, waar burgers petities kunnen indienen en ondertekenen, trekt maandelijks twee miljoen bezoekers, maar veel politiek effect heeft dat niet. Korthagen: „Het enthousiasme op die site is groot en groeit nog steeds, maar de inbedding in het politieke systeem is minimaal. Daardoor slagen mensen er vaak niet goed in hun petitie aan te bieden op het juiste politieke moment, om daarmee echt invloed te hebben.” In verschillende Duitse staten gaat dat beter. Daar zijn aparte overheidscommissies speciaal voor het behandelen van burgerpetities.

Experiment

Toch is daadwerkelijke invloed niet altijd het hoogste doel. In Finland liep een experiment waarbij burgers zelf nieuwe wetgeving mochten schrijven en indienen. Hoewel de juridische kwaliteit van het merendeel van de voorstellen tegenviel en uiteindelijk slechts één wetsvoorstel werd aangenomen, bleek uit evaluaties dat burgers er wel enthousiast over waren. Korthagen: „Ze konden voortdurend volgen wat met hun voorstel in het parlement gebeurde en kregen zo heel mooi inzicht in hoe het proces werkte. Dat kan ook heel bevredigend zijn.”

Dat sluit aan bij de belangrijkste lessen uit het Rathenau-rapport: investeer tijd en geld in burgerbetrokkenheid, maak duidelijk waar burgers precies invloed kunnen uitoefenen en wees transparant over de gang van zaken. Korthagen: „Er is geen quick fix. Online betrokkenheid moet altijd verbonden worden met offline mobilisatie, door deelnemers bijvoorbeeld ook voor een fysieke bijeenkomst uit te nodigen. Maar als het goed gedaan wordt, kan het er wel degelijk voor zorgen dat burgers zich gehoord voelen.”

    • Clara van de Wiel