‘Wanneer zijn die Spelen eigenlijk?’

De olympische schaatsploeg bestaat uit routiniers en debutanten. Kunnen zij in februari het succes van Sotsji evenaren?

Koen Verweij (links) en Kjeld Nuis zijn in Pyeongchang beiden kanshebber voor de olympische titel op de 1.500 meter. Foto Vincent Jannink/ANP

Schitterend schaatsgevecht op de 1.500 meter, als apotheose van het olympisch kwalificatietoernooi (OKT). Maar Kjeld Nuis keek na afloop meteen vooruit. „Ik denk dat we voorbij Joeskov zijn”, klonk het zelfverzekerd. Prachtig, zijn nipte winst op Koen Verweij, maar zijn echte doel is om straks op de Spelen te winnen van wereldrecordhouder Denis Joeskov, de Rus die wegens een dopingsmetje nog moet afwachten of hij in Pyeongchang mag meedoen. Ook Verweij stond niet lang stil bij zijn topprestaties in Thialf. „Ik heb nog veertig dagen om nog scherper en nog beter te worden.”

Vier jaar geleden in Sotsji was de 1.500 meter de enige afstand waarop de Nederlandse mannen geen olympisch goud wonnen. De Poolse brandweerman Zbigniew Brodka reed 0,003 seconde sneller dan Verweij, die na drie zwakke jaren tot op het bot gemotiveerd is om nu wel goud te pakken. En anders Nuis wel. De regerend wereldkampioen op 1.000 en 1.500 was in de laatste decemberweek op beide nummers de uitblinker van het OKT, en plaatste zich na vergeefse pogingen in 2010 en 2014 eindelijk voor de Spelen. Twee gerede kansen op Nederlands goud op de 1.500 meter. Maar of de medailleoogst straks op de Gangneung Oval groter is dan de acht gouden, acht zilveren en zeven bronzen van Sotsji?

Twee boegbeelden

Sven Kramer en Ireen Wüst, beiden 31 en op weg naar hun vierde Spelen, voeren de Nederlandse schaatsploeg aan die van 9 tot en met 25 februari om de olympische medailles strijdt. Kramer begon het OKT wat losjes, met een tweede plaats op de vijf kilometer die hij normaal altijd wint. Een strakke zege op de tien kilometer en een goede 1.500 meter (vierde) bewezen dat van sleet allerminst sprake is. In Zuid-Korea moet en zal Kramer zijn unieke loopbaan vervolmaken met goud op de tien kilometer. Verder mikt hij op winst op de vijf kilometer en de ploegachtervolging, om aan het eind met Verweij wellicht te stunten op het nieuwe onderdeel massastart.

Wüst vocht zich op het OKT bewonderenswaardig terug na een tegenvallend voorseizoen. Ze plaatste zich als derde op de 1.000 meter, een ticket dat ze achteraf had gegund aan haar vriendin Letitia de Jong. Ze eindigde als tweede op de drie kilometer, na een race met gouden trekjes - een snelle start en halverwege twee rondjes 31,6. Op de 1.500 meter heerste ze als vanouds, in een knappe 1.54,78. Op de laatste dag zag ze af van deelname aan de vijf kilometer, waarop ze in Sotsji zilver won. „Ik hoef niet met vijf medailles naar huis te gaan zoals in Sotsji. Wel met drie gouden.”

Waar de twee boegbeelden er op het juiste moment weer staan, hebben anderen moeite hun topniveau vast te houden. Bij de vorige olympische campagne zorgde kruisbestuivingen met shorttrack (Jorien ter Mors), marathon (Jorrit Bergsma) en skeeleren (Michel Mulder) voor drie ‘nieuwe’ gouden medaillewinnaars. Nu greep Ter Mors in Heerenveen naast het ticket om haar goud op de 1.500 meter te verdedigen, ze plaatste zich op eigen kracht alleen voor de 1.000 meter. Bergsma redde het niet op de vijf kilometer, ploegachtervolging en massastart. Wel mag hij zijn titel verdedigen op de tien kilometer. En Michel Mulder wist zich niet te kwalificeren voor de 500 meter, die broer Ronald in Thialf glansrijk won.

Nieuwelingen

Naast Nuis zijn er bij de mannen nog drie olympische debutanten. Bob de Vries, de 33-jarige Friese veehouder, won verrassend de vijf kilometer. Kai Verbij (23) werd ijskoud tweede op de 500 meter, ondanks twee valse starts plus diskwalificatie van tegenstander Dai Dai Ntab en een scheurtje in de lies. Hoewel hij daardoor niet aan de 1.000 meter kon meedoen, besloot de selectiecommissie toch om hem op die afstand te verkiezen boven zijn ploeggenoot Thomas Krol, die ook werd gepasseerd als reserve ten faveure van Hein Otterspeer. Met als gevolg dat de 22-jarige Patrick Roest met zijn uitstekende derde plaats op de 1.500 meter nog net binnen de eerste tien viel in de ‘kansenmatrix’ en zijn olympische debuut mag maken.

Bij de vrouwen ook vier olympische nieuwelingen: Anice Das (500 meter), Carlijn Achtereekte (3.000 meter), Esmee Visser (5.000 meter) en Irene Schouten (massastart). Maar tien medailles (drie goud, drie zilver en vier brons) zoals in Sotsji? De Japanse vrouwen Nao Kodaira en Miho Takagi lijken vooralsnog oppermachtig. Misschien komt het Nederlandse antwoord met de onbevangenheid van de 21-jarige Visser, die zich na haar verrassende plaatsing voor Pyeongchang afvroeg „wanneer zijn die Spelen eigenlijk?”

    • Maarten Scholten