Jonge D66’ers keren zich tegen oude

Referendum De jongeren van D66 gaan campagne voeren tégen de nieuwe inlichtingenwet. Zo gaan ze lijnrecht in tegen hun eigen moederpartij.

D66-minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) noemt de nieuwe inlichtingenwet de juiste balans tussen privacy en veiligheid. Foto Bart Maat/ANP

Regeren kan ongemakkelijk zijn. D66 merkt dat nu het, als regeringspartij, de nieuwe inlichtingenwet aan Nederland moet verkopen.

Vorig jaar stemde D66 nog tegen wat officieel de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten heet. De AIVD en MIVD kunnen daarmee grote hoeveelheden berichtenverkeer dat via de kabel loopt onderscheppen. D66 had „grote zorgen” over het voorstel en de privacy van Nederlanders. De partij diende maar liefst 27 pagina’s vragen in bij het vorige kabinet. In het debat volgden nog eens twintig amendementen. Ze werden bijna allemaal weggestemd en de wet ging toch door beide Kamers.

In de tussentijd is er in Den Haag het nodige veranderd. D66 zit in het kabinet en uitgerekend D66’er Kajsa Ollongren is als minister van Binnenlandse Zaken politiek verantwoordelijk voor de nieuwe wet. Op 21 maart is er een referendum over de wet en D66 wil Nederland nu in een campagne overtuigen vóór te stemmen.

Privacygadgets

Het gebeurt niet vaak dat een jongerenvleugel zich zo stevig uitspreekt tegen het standpunt van de moederpartij. De Jonge Democraten van D66 willen Nederlanders namelijk overtuigen ‘tegen’ te stemmen bij het referendum. Ze hebben de referendumcommissie gevraagd om 50.000 euro subsidie. Ze denken eraan om zo een bus te financieren om mee door het land campagne te gaan voeren. Er zijn ook plannen om onlinevideo’s te maken en ze delen privacygadgets uit, zoals ‘webcamschuifjes’.

„Er zijn nog te veel vragen over de wet”, zegt Kevin Brongers, voorzitter van de Jonge Democraten. „Zullen geheime diensten het berichtenverkeer van een huizenblok aftappen? Van een straat? Een wijk? De bevoegdheden zijn te vaag geformuleerd.”

Kees Verhoeven, D66-Kamerlid, gold voorheen als de luidste politieke tegenstander van de inlichtingenwet. Met amendementen probeerde hij bijvoorbeeld tevergeefs te laten vastleggen dat geheime diensten nooit inwendige apparaten zullen hacken, zoals pacemakers. Hij nam meer dan een uur spreektijd en zei dat het ‘onderzoeksopdrachtgericht’ onderscheppen van communicatie, zoals de wet het noemt, „in de volksmond gewoon sleepnet” heet. Waarna hij het woord nog vele malen noemde.

Verhoeven is tegenwoordig campagnevoerder vóór. Hij zegt nu: „Ik haat de term ‘sleepnet’. Ik zal ’m ook niet steeds gaan gebruiken.”

Lees ook het achtergrondverhaal: Voorkomt de ‘sleepwet’ aanslagen? En zeven andere vragen

In het regeerakkoord maakten de coalitiepartners, waarvan alle partijen behalve D66 vóór stemden, afspraken. „Van het willekeurig en massaal verzamelen van gegevens van burgers in Nederland of het buitenland (‘sleepnet’) kan, mag en zal geen sprake zijn.” Hiermee, hoewel er vragen zijn over de precieze interpretatie, wordt volgens Verhoeven toch voorkomen dat communicatie van te veel burgers zomaar wordt afgetapt.

Minister Ollongren stuurde al verscheidene Kamerbrieven waarin ze de nieuwe wet noemt. Die biedt, schrijft ze kalmerend, wel de juiste balans tussen privacy en veiligheid. Ollongren beloofde toe te zien op extra waarborgen. Er wordt bijvoorbeeld beter naar de betrouwbaarheid van landen gekeken waarmee afgetapte communicatie van Nederlanders wordt uitgewisseld. Ook wordt de hele wet snel geëvalueerd. Met de Eerste Kamer was nog afgesproken dat slechts delen na twee jaar zouden worden geëvalueerd.

Rondneuzen

„Wij hebben het volste vertrouwen in Kajsa en het kabinet”, zegt jongerenvoorzitter Brongers. „Maar ook aan dit kabinet komt ooit een einde. Wat als er dan figuren aan de macht komen die het minder nauw nemen met privacy? Het Amerikaanse ministerie van Justitie vroeg een webhoster bijvoorbeeld al om de gegevens van bezoekers van een anti-Trump-site.”

„De wet zélf moet een goede waarborg bieden tegen rondneuzen”, zei Verhoeven tijdens de behandeling in de Tweede Kamer. „Niet alleen het toezicht en de manier waarop we alles om de wet georganiseerd hebben.” De Jonge Democraten houden nu vast aan dat standpunt. „Een regeerakkoord is een intentieverklaring”, zegt Brongers. „Een volgend kabinet kan het naast zich neerleggen.”

Verhoeven: „Het is geen wet geworden die ik door een ringetje haal en onder mijn hoofdkussen leg, omdat ik het zo’n prachtig stuk vind. Maar op basis van de wetsbehandeling, de waarborgen, de alertheid van de minister en de zinnen in het regeerakkoord kan ik er nu voor te zijn. De coalitie heeft mij de ruimte gegeven om meer voor elkaar te krijgen dan ik in de oppositie heb kunnen doen.”

Correctie (02-01-2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de Jonge Democraten-voorzitter Kevin Bongers genoemd. Dat moet Kevin Brongers zijn.

    • Liza van Lonkhuyzen
    • Pim van den Dool