Iran weet golf protesten niet te sussen

De protesten in Iran waren aanvankelijk economisch van aard, maar werden al snel ook politiek. Ze maken de Iraanse leiders nerveus, maar bedreigen het regime vooralsnog niet.

De Iraanse regering heeft sinds vorige week donderdag te kampen met de grootste onlusten in ruim acht jaar. Op Nieuwjaarsdag maakte de staatstelevisie bekend dat bij botsingen tussen tienduizenden demonstranten en de politie op verschillende plaatsen in het land al zeker tien mensen om het leven zijn gekomen.

Dreigementen van de autoriteiten dat er ‘met ijzeren vuist’ zou worden opgetreden tegen ‘relschoppers’ en ‘vandalen’ hebben tot dusverre weinig uitgehaald. De betogers protesteren tegen recente prijsverhogingen en de slechte economische toestand in het algemeen. Een deel van de demonstranten hief echter ook leuzen aan tegen opperste leider ayatollah Ali Khamenei, die al sinds de dood van ayatollah Khomeiny in 1989 het land leidt. Ze riepen op om hem af te zetten en wensten hem de dood toe.

Sociale media geblokkeerd

Dat de ongeregeldheden, die donderdag in de noordoostelijke stad Mashad begonnen, zich snel verspreidden naar andere steden in in Iran, is een bron van zorg voor de autoriteiten. Met het oog daarop hebben ze in Iran populaire sociale media als Telegram - gebruikt door naar schatting de helft van de Iraniërs – en Instagram dit weekeinde aan banden gelegd. Ook journalisten hebben te maken met allerlei beperkingen, waardoor het lastig is een helder beeld te krijgen van de exacte omvang van de ongeregeldheden.

Iran kampt al jaren met een kwakkelende economie. Zo’n 40 procent van de jongeren zit zonder werk en uit recent onderzoek van de Perzische dienst van de BBC kwam naar voren dat de gemiddelde Iraniër de afgelopen tien jaar 15 procent armer is geworden. Juist deze maand kondigde de regering bezuinigingen op sociale programma’s aan.

De problemen zijn deels te wijten aan de lagere prijs van olie, nog altijd veruit Irans belangrijkste exportproduct, maar ook aan logge, inefficiënte staatsbedrijven, die de Iraanse economie domineren. Daarnaast ondervindt Iran nog altijd hinder van buitenlandse sancties, vooral Amerikaanse op financiële transacties met Iran.

Buitenlandse avonturen

De regering van de dit voorjaar herkozen, relatief liberale president Hassan Rohani had gehoopt via het nucleaire akkoord met de internationale gemeenschap van 2015 eindelijk van de sancties af te raken. Deels is dat gelukt maar vooral door toedoen van de Amerikaanse president Trump, die al voor zijn aantreden de overeenkomst met Iran „de slechtste ooit” noemde, zijn de Amerikaanse financiële sancties van kracht gebleven.

Sommige betogers hekelden ook de buitenlandse interventies van Iran in Syrië, Irak en Libanon. Sommige betogers in Mashad riepen ‘Geen Gaza, geen Libanon, mijn leven voor Iran’. Hoewel Iran sinds de val van de Iraakse leider Saddam Hussein in 2003 kans heeft gezien zijn positie in het Midden-Oosten aanzienlijk te versterken, heeft dit het land ook handenvol geld gekost en vele honderden mensenlevens. Bij veel Iraniërs zijn zulke buitenlandse avonturen niet geliefd.

„Er is een duidelijk verband tussen het Iraanse Midden-Oosten-beleid en de staat van zijn economie”, zei Clément Therme, Iran-specialist van het Londense International Institute for Strategic Studies, enkele weken geleden tegen deze krant. „Het heeft, mede door de Amerikaanse sancties, een hoge prijs betaald in de vorm van een gebrek aan economische ontwikkeling.” Therme wees er op dat Iran ondanks zijn omvangrijke en relatief goed opgeleide bevolking – anders dan aartsrivaal Saoedi-Arabië - geen deel uitmaakt van de G20, de groep van belangrijkste geïndustrialiseerde landen.

Geen leidersfiguur

Betekent dit alles dat het regime in Iran, zoals dat sinds de islamitische revolutie van 1979 bestaat, wankelt? De Amerikaanse president Trump zinspeelde daar op Nieuwjaarsdag in een twitterboodschap nadrukkelijk op. „Het grote Iraanse volk wordt al vele jaren onderdrukt”, schreef hij. „TIME FOR CHANGE!”

Iran-deskundigen zoals Therme achten dat echter uitgesloten, ondanks de sterk geslonken populariteit van de bejaarde Khamenei en de rest van het bewind. De protesten zijn daarvoor tot dusverre te kleinschalig. Anders dan bij de roerige presidentsverkiezingen van 2009, toen miljoenen Iraniërs de straat op gingen om Mir Hussein Moussavi te steunen, ontbreekt nu een leidersfiguur, achter wie de ontevredenen zich zouden kunnen scharen.

    • Floris van Straaten