Genoeg in kas voor nieuwe veilingrecords

Kunst

2018 belooft een fantastisch jaar te worden voor de grote veilinghuizen. De rijken worden alleen maar rijker en ook ‘trofeeënjagers’ uit China en het Midden-Oosten zullen prijzen opstuwen.

Salvator Mundi brak in 2017 het veilingrecord bij veilinghuis Christie’s in New York. Foto Christie’s, via Reuters

Voor de grote veilinghuizen wordt het feest dit jaar. „Ze gaan knallen”, voorspelt Bob Haboldt, internationaal handelaar in oude meesters.

De kunstcollectie van David en Peggy Rockefeller zal komend voorjaar bij Christie’s in New York bijvoorbeeld voor een recordopbrengst zorgen. Daar durft Haboldt vergif op in te nemen, zegt hij. „De Rockefeller-collectie telt een aantal 20ste-eeuwse iconen. Het kan zomaar de eerste collectie worden die het miljard doorbreekt.” Dat zou dan het dubbele zijn vergeleken met de 484 miljoen dollar die Christie’s in 2009 realiseerde met de verzameling van mode-ontwerper Yves Saint Laurent, nu nog de duurste collectie ooit.

Ook Jean-Paul Engelen (48), ‘deputy chairman Americas’ bij veilinghuis Phillips in New York, is optimistisch. Het geloof in kunst als investering loopt op de lange termijn mogelijk terug, zegt hij, „maar voorlopig nog even niet”.

De veilinghuizen zullen dit jaar profijt trekken van twee ontwikkelingen, verwacht Engelen. In de eerste plaats van het feit dat in het Trump-era de rijken in de wereld alleen maar rijker worden. Daarnaast helpt de komst van een nieuw type verzamelaar. Engelen spreekt van „trofeeënjagers”. Daarmee doelt hij op de miljardairs uit onder meer China en het Midden-Oosten, die bereid zijn voor zeldzame triple A-kunstwerken de hoofdprijs te betalen.

Engelen refereert aan de veiling van Salvator Mundi, het schilderij van Leonardo da Vinci dat half november bij Christie’s voor 450 miljoen dollar werd gekocht door een koper uit het Midden-Oosten, die, naar verluidt, een onderbieder uit China versloeg. In die biedingsstrijd, zegt Engelen, haakte de laatste westerse verzamelaar bij 260 miljoen dollar af.

Een set inkttekeningen van de Chinese kunstenaar Qi Baishi heeft op een veiling omgerekend 119 miljoen euro opgebracht. De Chinese kunstmarkt is spectaculair gegroeid

Nieuwe verhoudingen

De traditionele verzamelaars en de grote handelaren zullen zich moeten aanpassen aan de nieuwe verhoudingen. Direct na de verkoop van Salvator Mundi vroeg een verslaggever van The New York Times een aantal kunsthandelaren om commentaar. De New Yorkse kunsthandelaar Lawrence Luhring verzuchtte bij het verlaten van de veilingzaal: „Er is te veel geld in de wereld.”

Mogen we binnenkort dan de eerste billion dollar painting verwelkomen? Engelen: „Een schilderij van een miljard, ik verwacht niet dat nog te zullen meemaken.”

Haboldt reageert genuanceerd. Hij noemt de record-Leonardo een „mager schilderij”. En voor het tot voor kort duurste schilderij ter wereld (Interchange van Willem de Kooning, waarvoor de Amerikaanse hedgefondshandelaar Kenneth Griffin in september 2015 300 miljoen dollar betaalde) loopt hij evenmin warm: „Driehonderd miljoen voor een De Kooning! Waar hebben we het in hemelsnaam over?”

Volgens Haboldt en Van Engelen zijn er genoeg topstukken van oude meesters in privé-bezit die belangrijker zijn dan de ‘laatste Leonardo’. Wat te denken van de Venetiaanse stadsgezichten van Canaletto in de Crespi-collectie, Caravaggio’s Bekering van Paulus in de Odescalchi Balbi-collectie in Rome, of Rembrandts Portret van Jan Six, dat in Amsterdam nog altijd bij de zoveelste Jan Six thuis aan de muur hangt?

Maar of die kunstwerken ooit op de markt komen, is sterk de vraag. Haboldt: „De adder onder het gras is vaak de benodigde exportvergunning.” De genoemde Caravaggio en Canaletto’s mogen Italië niet verlaten en het Portret van Jan Six behoort tot de beschermde Nederlandse cultuurgoederen.

Darmstädter Madonna

Als een oude meester de grens niet over kan, drukt dat de prijs enorm. De Darmstädter Madonna van Hans Holbein de Jonge werd in 2011 door de Hessische Hausstiftung verkocht aan de Duitse ondernemer en verzamelaar Reinhold Würth, voor zo’n 50 miljoen euro. Als dit zestiende-eeuwse meesterwerk Duitsland had mogen verlaten, zegt Haboldt, zou het op een internationale veiling voor een veelvoud zijn verkocht.

Een ander voorbeeld is de collectie van Adam Karol Czartoryski, die een jaar geleden door Polen werd gekocht. De collectie met een geschatte marktwaarde van 2 miljard euro, met onder meer het beeldschone schilderij Dame met de hermelijn van Leonardo da Vinci, werd voor 100 miljoen euro Pools staatsbezit.

Voor de meeste twintigste-eeuwse kunstwerken spelen die exportvergunningen niet. Het Museum of Modern Art (MoMA) in New York is een privé-museum en zou in theorie Picasso’s Les Demoiselles d’Avignon van de hand kunnen doen. Dat schilderij zou waarschijnlijk meer opleveren dan Salvator Mundi. Maar het is luchtfietserij, want het MoMA heeft strikte regels voor het ontzamelen, dat verkoop van meesterwerken onmogelijk maakt. Hetzelfde geldt voor veel kunstwerken die in stichtingen zijn ondergebracht, zoals de fabuleuze collectie van de familie P. en N. de Boer in Amsterdam.

Toch zal het een modern meesterwerk zijn, voorspelt Haboldt, dat het veilingrecord van Salvator Mundi verbetert. Door de recente recordopbrengsten hebben de veilinghuizen een goede entree bij grote verzamelaars, zegt hij. „Sommigen miljardairs zullen toch denken: ‘Wat heb ik nog in mijn freeport staan?’”

Van Goghs Zelfportret met verbonden oor en pijp, in bezit van de Griekse rederszoon Philip Niarchos, zou volgens Haboldt zeker 300 miljoen dollar opbrengen. Maar als hij moet gokken welk kunstwerk een nieuw recordbedrag oplevert, zet de kunsthandelaar zijn geld eerder op een belangrijk schilderij van de Amerikaanse expressionist Jackson Pollock.

Lees ook: Art flippen en andere veilingtrends in 2017

Weergaloos zelfportret

Jean-Paul Engelen vraagt zich af wat er gaat gebeuren met de kunstcollectie van S.I. Newhouse, de in oktober overleden Amerikaanse media-tycoon. Zijn nazaten huurden onlangs kunstadviseur Tobias Meyer in, de voormalige veilingmeester van Sotheby’s. Naast een weergaloos zelfportret van een naakte Lucian Freud bezat Newhouse een van de meest gewilde schilderijen van Andy Warhol, een uit 1964 daterend portret van Marilyn Monroe. Die Orange Marilyn, zegt Engelen, kan een fortuin opbrengen.

De grote veilinghuizen en handelaren zullen in 2018 inspelen op de bereidheid van de superrijken om kolossale geldsommen neer te tellen voor trofeeën. Topstukken zullen met gelikte marketingcampagnes worden gepromoot. De geslaagde campagne voor Salvator Mundi als de ‘Laatste Leonardo’, bedacht door een reclamebureau, heeft de toon gezet.

Of het aan de onderkant van de kunstmarkt net zo goed zal gaan, valt te betwijfelen. De kunstwereld lijkt steeds meer een winner-takes-all-markt waar geld de dienst uitmaakt.

    • Arjen Ribbens