MH17 waarschijnlijk ‘per ongeluk’ neergehaald

MH 17

Fred Westerbeke, de leider van het internationale team dat het neerhalen van de MH17 onderzoekt, zegt dat dit vermoedelijk per ongeluk is gebeurd.

Bezichtiging wrakstukken van vlucht MH17. Foto ANP/ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Er is „heel veel materiaal” dat erop wijst dat vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne per ongeluk is neergehaald. Dat zegt Fred Westerbeke, de leider van het internationale team dat het strafrechtelijk onderzoek verricht naar de crash, in een interview met NRC.

Er zijn nog geen conclusies getrokken, maar de onderzoekers vragen zich wel ten zeerste af hoe het mogelijk is geweest dat op 17 juli 2014 een verkeersvliegtuig van Malaysia Airlines uit de lucht is geschoten, en niet een toestel van de vijandelijke Oekraïense luchtmacht. Westerbeke: „Wat voor ons in die situatie ongelofelijk belangrijk is om te weten: wat heeft nou gemaakt dat die Boek is ingezet om een verkeersvliegtuig naar beneden te halen, en niet een gevechtsvliegtuig of een Antonov van Oekraïne? Wat waarschijnlijk de bedoeling is geweest.”

Bij de operatie, vermoedelijk dus een blunder, moeten „meerdere mensen” betrokken zijn geweest. „De kans is nihil dat dit een persoonlijke fout van één persoon is geweest.” Het internationale team zoekt nog getuigen die meer licht kunnen werpen op de vraag hoe de fout gemaakt kon worden, en wat de betrokkenen in strafrechtelijke zin kan worden aangerekend. „Want dat iets ‘per ongeluk’ gebeurt, betekent niet dat je niet strafrechtelijk aansprakelijk bent”, aldus Westerbeke. „Als ik met mijn handen voor mijn ogen met mijn pistool op een groep mensen schiet, dan kan ik zeggen dat ik niet iemand heb willen doden. Maar als dat vervolgens gebeurt, ben ik wel verantwoordelijk. De vraag is: wat wist de bemanning van de Boek? Wat wist de leiding? Op basis van welke informatie zijn ze tot beslissingen gekomen, en wat is hun toe te rekenen? Om dáár meer zicht op te krijgen, zijn getuigen zo belangrijk.”

Het opsporingsteam heeft het afgelopen jaar veel „nieuw materiaal” gekregen. Daarbij zitten telefoongesprekken die vóór de crash waren opgenomen door de Oekraïense inlichtingendiensten, in onderzoeken naar wat Oekraïne beschouwt als terroristen. „Die honderdduizenden opnamen mogen nu pas voor ons onderzoek gebruikt worden. Het is zoeken naar een aantal spelden in een hooiberg. Maar er zitten relevante gesprekken in. Ze brengen ons naar getuigen en mogelijke verdachten. De plaat wordt ingekleurd.”

Er waren het afgelopen jaar regelmatig publicaties, onder meer door het onderzoekscollectief Bellingcat, waarin Russische militairen als mogelijke verdachten werden geïdentificeerd. De namen die daarbij werden genoemd, zijn voor het Joint Investigation Team (JIT) geen verrassing. „Wij zijn nog nooit verrast door dit soort berichten. Wij hebben de mensen die worden genoemd heel goed in de smiezen. Wat er in de krant staat, daar zijn wij al maanden mee bezig.”

Justitie heeft het afgelopen jaar niets verteld over de vorderingen. Dat zou het onderzoek kunnen schaden, stelt Westerbeke, en ook rechters nemen er aanstoot aan. „Veel mensen vragen: wanneer komt jullie rapport uit. Maar er komt geen rapport. Er komt een strafdossier en dat gaat naar de zitting. Dáár kunnen we transparant zijn.” Wel informeert justitie met enige regelmaat de nabestaanden. „We willen dat ze ons kunnen vertrouwen. We willen dat ze weten dat allerlei complottheorieën niet kloppen. Ik heb hen vaker gezegd: joh, ik zou niets liever willen dan veel meer vertellen, maar ik zou daarmee het onderzoek in gevaar brengen. We maken iedere dag nog stappen. Ik heb het volle vertrouwen dat we gaan slagen, dat we een aantal mensen ter verantwoording kunnen roepen.”