De protégé van Sven Kramer kwam van ver en mag nu misschien naar de Spelen

Patrick Roest verraste zichzelf met zijn persoonlijk record en de derde tijd op de 1.500 meter op de slotdag van het OKT. Hij moet wachten of hij naar de Spelen mag, maar kwam dit seizoen van ver.

Patrick Roest eindigde op de slotdag van het OKT als derde op de 1.500 meter. Hij zit in de wachtkamer voor de Spelen. Foto Vincent Jannink/ANP

Patrick Roest reed in september tegen een tractor. Hij op de dunne wieltjes van zijn skeelers tegen een van de reusachtige achterwielen van een voertuig dat opeens de weg op draaide. Oneerlijke tegenstand. Drie breuken in zijn onderarm. Het bleken er later nog meer.

Ruim drie maanden later staat hij breed lachend in de catacomben van Thialf. Derde op de 1.500 meter, achter winnaar Kjeld Nuis en Koen Verweij, de ongenaakbare twee. Zijn persoonlijk record brengt hem misschien naar de Spelen. Misschien. Maar dat hij er goed genoeg voor zou zijn, had hij de afgelopen maanden niet durven denken.

Troonopvolger

Op de ploegenpresentatie van Lotto-Jumbo begin oktober was de nu 22-jarige Patrick Roest de grote afwezige. Hij moest voor nieuwe foto’s naar het ziekenhuis. Anders was het rond een tafel op het kantoor van sponsor BrandLoyalty in Utrecht wel even gegaan over zijn definitieve doorbraak van vorig jaar. De tweevoudig wereldkampioen allround was op zijn eerste WK bij de senioren de voornaamste uitdager van zijn ploeggenoot Sven Kramer, hij won in Hamar zilver. Hij was al tweede op de NK allround. Beste afstand: de 1.500 meter. Derde op de NK afstanden, een keer tweede en derde tijdens wereldbekerwedstrijden. De nu 22-jarige Roest heeft het meeste talent om Kramer op te volgen op de grote allroundtoernooien.

De vraag aan hem in Utrecht was geweest of hij die kwaliteiten ook in zijn allereerste olympische seizoen kon laten zien. Een antwoord was dus niet mogelijk. Had hij daar gezeten met die kwetsbare arm, dan had hij waarschijnlijk gezegd: eerst dit ding maar eens laten herstellen. Eind oktober reed hij toch al op de NK afstanden, in de marge. Achtste op de 1.500 meter, zesde op de 5.000; zijn tijd daarop was niet onverdienstelijk, maar wereldbekerwedstrijden kon hij vergeten.

Hij ging wel mee, zijn leermeester Kramer achterna. Goed voor het ritme en had hij toch maar even kunnen proeven van het ijs op hoogte in Calgary. Hij bleef op de reservebank. Als Lotto er niet voor had gekozen Salt Lake City een week later over te slaan, dan had hij daar weer mee mogen doen. En met weinig ritten in zijn benen was het moeilijk peilen hoe goed die waren.

Geen vergelijking

De 1.500 meter reed hij maar drie keer dit jaar. Hij verwachtte tijdens het olympisch kwalificatietoernooi deze week meer van de 5.000. Daarop werd hij vijfde, viel hem toch tegen. Hij wist niet wat er mogelijk was op de 1.500, dus dat gaf weinig vertrouwen. Achter hem komt ploeggenoot Nuis lachend langslopen. Hij slaat op de schouder van Roest. “Nu houdt-ie de bocht wel een keer hoor.” Roest glimlacht. Dat was een probleem, ja, die bochten. Hij kwam ze dit seizoen niet goed door, verloor er snelheid. Hij heeft er met coach Jac Orie hard aan moeten werken. Zaterdag kwam het er allemaal uit, op het juiste moment.

Dat is het vieren waard, zegt Roest. Maar hij zit ook in de wachtkamer. Dat komt door die prestatiematrix, waarover deze week meer werd gepraat dan de daadwerkelijke resultaten op het ijs. De eerste zeven individuele schaatsers plaatsen zich sowieso, schaatsbond KNSB heeft daarnaast drie aanwijsplekken, mochten die nodig zijn. De afstanden zijn vervolgens verdeeld op basis van de kansen op succes in februari in Pyeongchang. Roest zou erbij zijn, ware het niet dat Jan Blokhuijsen nog onder hem op de matrix staat, na zijn derde plek op de 5.000 meter. En Jan Blokhuijsen zou omwille van de kwaliteit van de ploegenachtervolging een aanwijsplek kunnen zijn.

Afwachten

Dan zou Roest níét naar de Spelen gaan. Maar ook hij kan een prima ploegenachtervolging rijden, ook al heeft hij misschien minder ervaring. Hij reed er slechts twee in wereldbekerverband - één daarvan werd gewonnen - maar heeft het grote voordeel protégé van Kramer te zijn. De kopman van het Nederlandse schaatsen en hij rijden altijd samen, zijn op elkaar ingespeeld. Dat helpt natuurlijk wel, zegt Roest.

Misschien gaan Blokhuijsen en Roest beiden wel, als de KNSB zondag besluit Kai Verbij een aanwijsplek te geven op de 1.000 meter. Dat ziet Kramer wel gebeuren, zo zei hij zaterdag. Roest wil er niet te veel mee bezig zijn, hij wacht het telefoontje af. Hij heeft het toch niet in de hand. Eerst even de blijdschap over de 1.500 meter. “En het zou nog veel mooier kunnen worden.”

    • Frank Huiskamp