Column

Blasfemie

Met de roerloosheid van Appie Nouri in gedachten en de tranen van burgemeester Eberhard van der Laan die erop volgden, is elk woord over het afgelopen sportjaar blasfemisch. Ik zie alleen nog zwart geblindeerde paarden lopen. Dat hooligans van Ajax en Feyenoord, moslims en heidenen, oud en jong voor zijn ouderlijk huis gezamenlijk stonden te bidden, mag dan een troostend beschavingsmoment zijn, het maakt het verlies niet ongedaan. Om verder te kunnen gaan met deze column moet ik Nouri even vergeten.

De grootste deceptie van het sportjaar 2017 was dat Nederland niet naar het WK in Rusland mag. De chaos en ontreddering in Zeist zijn zo groot dat we zelfs geen bondscoach meer hebben die ons meeneemt naar het nieuwe jaar. Oranje is een vacuüm en de angst voor verkeerde keuzes is zo groot dat de KNVB stuurloosheid prefereert boven besluitvorming. Het uitblijven van een nieuwe bondscoach is op zich een blamage die cynisch wordt terzijde geschoven. Oranje afrikaniseert institutioneel.

Het is diefstal van erfgoed, maar daar liggen hedendaagse bobo’s niet wakker van. Ze laten zich niet meer opjagen, ook niet door het begrip urgentie. Het maakt het perspectief nog somberder: voor het komende EK zal Oranje ook wel weer te laat komen. Je wilt het jezelf niet horen verzuchten, maar toch: hadden we in Zeist nog maar een Jos Staatsen. Die trotseerde zelfs Johan Cruijff.

Er was balsem. In het vrouwenvoetbal en -handbal hielden de meiden onze reputatie van sportnatie met glans overeind. Damessporten hebben het ploegverband bereikt. De extase om individuele huppeltjes is genationaliseerd. De Leeuwinnen spelen zowaar voor volle stadions en overtroeven daarmee de gemiddelde eredivisieclub. Wat de mannen niet lukt, hebben zij voor elkaar gekregen: Ajax en Feyenoord zijn in elkaars oranje huid gekropen.

De schaatsers kunnen de komende weken op de Winterspelen veel allure terugwinnen, maar daarmee ben je nog geen sportnatie. De suprematie van Sven Kramer is de eeuwigheid ingetreden, en dat is een veeg teken voor de aflossing en continuïteit van deze volkssport. De IJzers zijn bepaald niet zonder zorgen.

Als magistrale winnaar van de Giro bewaakte Tom Dumoulin het wereldniveau in het wielrennen. Mathieu van der Poel springt er in het veldrijden zelfs overheen. Maar als je geen klassiekers wint, ben je geen wielernatie. Er is nog steeds geen Nederlander die meekan op de Cauberg.

Er was het afgelopen jaar veel bombarie rond F1-coureur Max Verstappen. Een briljantje in zijn discipline. Maar zijn annexatie door Nederland is lichtjes geforceerd. Verstappen is een Nederlander à la carte. Hij gaat liever met vakantie dan het nationale sportgala op te luisteren. Dat zegt iets.

Toch eindig ik het jaar vertederd, want Dick Advocaat is terug op de Nederlandse velden, nu als coach van Sparta. De 70-jarige miljonair weet niet van ophouden en dat is een mooie getuigenis voor voetballiefhebbers. Hij laat mensen ook nog lachen, wat je weinig ziet in Nederlandse sportmiddens.

Dieptepunt van het jaar is dat de vrouwenmepper Camiel Eurlings nog steeds zit te ronken in het pluche van IOC en NOC*NSF. Terwijl hij in die kringen gecatalogeerd is tot bastaard voor het leven.

Sport en moraal hebben nog een lange weg te gaan.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.