Opinie

Wie wijst ons nog de weg in 2018? Een ode aan de volger

Leef groots en meeslepend, dicteert reclame. We gaan naar jullie luisteren, beloven politici. Maar de meesten van ons willen helemaal niet het heft in eigen hand nemen, stelt . Zij willen leiders die zorgen.

AMSTERDAM - Drukte van winkelend publiek in de Kalverstraat. ANP OLAF KRAAK Olaf Kraak

NRC schonk afgelopen jaar veel aandacht aan ‘de gewone Nederlander’. De stem van gewone mensen kreeg ook in de politiek meer gewicht. Niettemin weten we weinig van wat hen beweegt. Gewone Nederlanders treden niet graag op de voorgrond. Alleen in de anonimiteit van het internet laten ze hun stem horen. Maar hoe serieus moeten we hun mening aldaar nemen? In artikelen lazen we wie de gewone Nederlander is, wat die zoal denkt. Wat niet naar voren kwam was hoe de gewone Nederlander denkt. Waar komen hun denkbeelden vandaan, wat is de bron van hun verlangens en angsten?

Mijn eigen zoektocht, tijdens het schrijven van het boek Oude en nieuwe ongelijkheid, kreeg een impuls uit onverwachte hoek, toen ik op een avond zappend voor de buis gegrepen werd door een scène uit het realityprogramma Utopia. SBS6 volgt daarin vijftien mensen, wonend in een afgescheiden domein, in hun werk aan ‘een ideale samenleving’. Ze besloten een nieuwe koers te varen. „Het moet hier meer op een bedrijf gaan lijken”, stelde een van hen. Niet iedereen bleek even enthousiast. De wending zorgt voor een scheiding der geesten. De ene groep noemt zichzelf voortaan ‘de ondernemers’ en zet in op geld verdienen. De andere groep hecht aan een rustig leventje, ‘de minimalisten’. De ondernemers spreken met dedain over de minimalisten. „Je moet ze beschouwen als personeel.” De minimalisten zien zichzelf aanvankelijk juist als idealisten, maar hun onbehagen groeit. Ze lopen stuurloos rond. Een enkeling doorziet wat er misgaat en spreekt haar groep toe. „Wij zijn volgers, wij vinden het fijn vinden als iemand zegt: wil je dat doen, en dat je het dan doet. De groep ondernemers bestaat uit haantjes, allemaal heel erg leiders.”

Ik sloeg aan op de term volgers. Een sterke formulering van het ‘gewone denken’, niet alleen van gewone Nederlanders, eerder de denktoestand waarin we ons allemaal de meeste tijd bevinden en waar ‘minimalisten’ hooguit gemakkelijker in blijven hangen dan mensen die zichzelf als ‘ondernemers’ zien.

Hun onbehagen groeit. Ze lopen stuurloos rond

Volgen, dat is wat mensen gewoonlijk doen. Imiteren, napraten, liken, retweeten, meelopen, gehoorzamen, al is het soms morrend. Op de achtergrond leeft het besef dat we niet zo goed weten wat we aan moeten met ons leven. We zijn blij als er iemand opstaat die zegt dat hij of zij het wel weet. Dat wekt hoop. Religies teren daarop. We menen dat de rol van religie in onze samenleving is afgenomen. Maar de behoefte aan richtingwijzers bleef. Onze verwachting van de digitalisering is wellicht een seculiere versie van die hoop. Turen we daarom zoveel uren naar allerlei schermen, hopend dat ze ons wegen wijzen om te volgen?

De huidige samenleving worstelt met deze behoefte. Als consumenten zijn we soeverein, zegt men. Tegelijk worden we bestookt met eindeloos herhaalde boodschappen die ons influisteren wat te kiezen. We willen leven zoals de mensen in de reclame, groots en meeslepend. Helaas ontbreken vaak de middelen daartoe. Wat moet je dan met je soevereiniteit?

In verkiezingstijd roepen politici ons op hen te volgen. Eenmaal aan het roer, houden ze ons voor dat we voor onszelf moeten zorgen: flexibel en ondernemend. Een rustig, volgend leven is niet meer van deze tijd, beweren zij. Is het dan gek dat veel burgers zich afwenden van deze bestuurders en kiezen voor buitenstaanders die zich wél opstellen als leiders? In reactie daarop beloven gevestigde politici beter te luisteren. Maar willen gewone Nederlanders niet gewoon dat er beter voor hen gezorgd wordt? Denk aan het integratiedebat. „Alles wordt voor ze gedaan”, zo klagen velen over het vluchtelingenbeleid. „Een huis, geld voor inrichting, hulp bij het zoeken naar een baan.” De bestuurder concludeert: grenzen sluiten. De goede verstaander hoort. „Zij krijgen alles, wij moeten alles zelf doen.” Klachten over onveiligheid worden ondertussen geïnterpreteerd als roep om strenger optreden, terwijl het waarschijnlijker is dat mensen wat zekerheid in hun bestaan missen. Een vaste baan, buurtverbanden. Een aangescherpt justitiebeleid is voor gewone Nederlanders een ver-van-mijn-bed show. Als ze er al iets van merken dan is de kans groter dat ze er juist hinder van ondervinden.

Nog niet zo lang geleden was de gewone Nederlander ingebed in stevige netwerken die het sociale leven bepaalden: familie, buurt, kerk, bedrijf en partij wezen de weg. Ondernemende types kwamen daarin niet altijd tot hun recht, zeker niet als ze van bescheiden afkomst waren. De individualisering zorgde ervoor dat degenen die willen uitbreken, nauwelijks nog weerstand ondervinden. Maar zo ontstond er wel een nieuw probleem. Wie het liefst gebaande paden volgt, dwingen we tegenwoordig tot een eigen weg. Zelfstandig de arbeidsmarkt op, als soevereine klanten leveranciers tegemoet treden, autonoom over morele kwesties oordelen. Dit alles in een kakofonie van meningen, serieuze berichtgeving en fake news. Gewone Nederlanders kijken om zich heen en merken dat de maatschappij niet meer op ze zit te wachten. Als iemand zich al om hen bekommert, dan toch met een zeker dedain. Geen wonder dat velen zich terugtrekken in een internetbubbel. Daar zijn volgers wél welkom.