Column

Shirley Temple

Er zijn mensen die denken dat ik alleen maar chagrijnig ben, maar die kennen me nog niet in de rol van trotse vader. Nog niet zo lang geleden kotste ik op mannen die trots opgeven over hun eigen kinderen, maar inmiddels ben ik zelf zo. Nu de oudste dochter (2) de krullen van haar oma krijgt gaat ze steeds meer op Shirley Temple lijken. Als ik haar kom halen bij de kinderopvang vind ik haar knapper en slimmer dan de andere kinderen. Voor de leidsters daar vind ik het fijn dat zij er ook tussen krioelt.

Gisteren had ze er op de vloer een pluisje gevonden. Ze liet het met gestrekte arm aan iedereen zien, ze drong net zo lang aan totdat ze het allemaal bewonderd hadden. Zou het ons dan toch gelukt zijn om generaties provinciale bescheidenheid eruit te rammen?

Dat soort gedachten.

Activiteiten waar ik vroeger een hekel aan had, hebben door haar een andere dimensie gekregen. Boodschappen doen in een dorp met maar vier winkels, bijvoorbeeld. Ze zit dan als een prinses op mijn rug, als ze ergens naar binnen wil trekt ze aan mijn oor. De middenstanders bieden spontaan hun producten aan.

Bij de bakker een half kadetje.

Bij de slager een plakje worst.

Ze proeft het eerst en bedankt dan uitvoerig, waarna ze haar armpje uitstrekt voor meer.

In tegenstelling tot de Albert Heijn in Amsterdam hebben ze bij de Vomar in het dorp geen karretjes voor kleine kinderen. Ik laat haar maar los tussen de dorpelingen, waarna ze gillend van de pret haar eigen gang gaat. Gisteren had ze het mandje van een man met een afzakkende spijkerbroek ongevraagd gevuld met appels.

Hij zei: „Het ergste vind ik dat ze uit een appel een hapje heeft genomen.”

Ik dacht hele andere dingen.

Ik was juist trots dat ze naar het fruit was gerend, hoeveel kinderen van haar leeftijd zouden niet meteen naar het snoepgoed zijn gegaan? En ik dacht ook: wat lief dat ze wat gezonds tussen al die bierflesjes en chips heeft gelegd.

Bij een buurvrouw had ze laatst een natte vaatdoek in haar handtas gestopt. We hebben gezegd dat zoiets geen pas gaf, hetgeen werd gewaardeerd want zo’n dorp is het wel. Stiekem vond ik het getuigen van groot psychologisch inzicht, maar ik heb daar verder niet over opgeschept.

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.