Roken, gokken, en acnezalf worden duurder

Nieuw beleid in 2018 Tweeverdieners en werkende alleenstaanden gaan er dit jaar op vooruit, een bezoek aan de drogist wordt prijziger en trouwen doen we voortaan in beperkte gemeenschap van goederen. Wat zijn de belangrijkste veranderingen in 2018?

Illustratie Studio NRC

Nieuw beleid in 2018, wat verandert er?

  1. Wat zijn de nieuwe belastingregels in 2018?

    Een ‘beleidsarme begroting’ heette de laatste Miljoenennota van het demissionaire kabinet Rutte II te zijn. De grote beleidswijzigingen voor de komende jaren zijn immers bewaard voor het regeerakkoord van het nieuwe kabinet, dat eind oktober aantrad. De meest ingrijpende fiscale veranderingen – het invoeren van het tweeschijvenstelsel, de verlaging van de vennootschapsbelasting – worden inderdaad pas vanaf 2019 ingevoerd. Toch bestaat er, zoals elk jaar, nog een behoorlijke waslijst aan de fiscale maatregelen die al op 1 januari ingaan. Een overzicht dat het ministerie van Financiën kort voor Kerst verschafte, besloeg 33 kantjes. Een greep:

    1. Inkomstenbelasting

    Een klein historisch moment voor de hoogste inkomensgroepen die klagen over te hoge belastingdruk: voor het eerst sinds 2001 gaat het toptarief voor de inkomstenbelasting weer eens omlaag. Miniem weliswaar: het hoogste belastingtarief daalt op 1 januari van 52 procent tot 51,95 procent. En de groep die in het toptarief valt, wordt kleiner: de ondergrens voor de vierde schijf wordt namelijk met ruim 1.400 euro verhoogd tot een bruto jaarinkomen van 68.507 euro.

    Het is een oude afspraak – uit 2013 – waarbij het vorige kabinet besloot om zowel de inkomstenbelasting als de aftrekmogelijkheid van hypotheekrente in kleine stapjes tot 2042 te verlagen tot uiteindelijk 49,5 procent. Met de komst van het nieuwe kabinet wordt deze ontwikkeling aanzienlijk versneld. Vanaf 2019 komt er een basistarief van 36,9 procent en een toptarief van 49,5 procent. De hypotheekrenteaftrek zal vanaf 2020 in vier jaarlijkse stappen met 3 procentpunt worden teruggebracht. In 2018 ligt die nog op 49,5 procent.

    2. Sparen en beleggen

    Sinds de financiële crisis groeide de kritiek op de wijze waarop particuliere vermogens worden aangeslagen. Dat gebeurt via de zogeheten vermogensrendementsheffing: 30 procent vermogensbelasting op een fictief behaald rendement van 4 procent – de facto een tarief van 1,2 procent. Met de extreem lage rentestand en magere beleggingsresultaten werd dat rendement zelden meer gehaald. Het vorige kabinet besloot al om de formule van de vermogensrendementsheffing met ingang van 2018 aan te passen en meer te laten aansluiten „bij het gemiddelde werkelijke rendement”. Per saldo varieert het nieuwe ‘forfaitair rendement’ van 2 procent (voor vermogens tot 70.800 euro) tot 5,4 procent (voor vermogens boven de 978.000 euro). De drempel om überhaupt vermogensbelasting te moeten betalen wordt verhoogd van 25.000 naar 30.000 euro.

    Lees meer over de vermogensrendementsheffing: Eerlijker sparen onder een ton

    En wie nog ongezien geld in het buitenland heeft opgepot, kan dat voortaan niet langer straffeloos of met korting op de verschuldigde boete opbiechten. De zogeheten inkeerregeling komt definitief te vervallen.

    3. Autobelastingen

    De bijtelling voor nieuwe leaseauto’s wordt niet aangepast. De bpm voor nieuwe auto’s wordt per saldo met 3,6 procent verlaagd.

    4. BTW

    Nog voor de algehele verhoging van het lage btw-tarief van 6 tot 9 procent (pas in 2019) wordt een bezoekje aan de drogist al wel wat duurder. Het tarief voor onder meer tandpasta, zonnebrandcrème en acnezalf zal in 2018 wederom onder het hoge tarief van 21 procent vallen. Dit komt na een voor de schatkist ongunstige uitspraak van de Hoge Raad in 2016, die bepaalde dat sommige geneesmiddelen in het lage tarief zouden moeten vallen. Hierop heeft de Belastingdienst de definitie voor deze geneesmiddelen aangepast.

    5. Energie

    De broodnodige grote energietransitie laat nog op zich wachten, maar nu al wordt het populaire adagium ‘de vervuiler betaalt’ geleidelijk aan uitgevoerd.

    Zo gaat in 2018 de belasting op aardgas omhoog, van 3 procent voor kleine huishoudens tot 4 procent voor grootgebruikers.

    En voor elektriciteit variëren de tariefsverhogingen van 3,2 procent tot 8,4 procent.

    6. Vennootschapsbelasting

    De beloofde verlaging van de vennootschapsbelasting (vpb) komt pas vanaf 2019. De eerste stap uit het nieuwe regeerakkoord die nu al gezet wordt, is juist nadelig voor het bedrijfsleven: het verlaagde vpb-tarief van de zogeheten ‘innovatiebox’ wordt licht verhoogd van 5 tot 7 procent. Dat betekent dat verdiensten van een onderneming uit innovatieve activiteiten fiscaal iets duurder worden.

    7. Roken en gokken

    Mensen die het goede voornemen hebben te stoppen met roken zullen het niet meer merken; de voorgenomen verhoging van accijnzen op tabak gaat pas in op 1 april. Per saldo zal een pakje sigaretten van 20 stuks dan 18 cent duurder worden, een pakje shag 36 cent.

    Wie volgend jaar nog wil gokken, krijgt al op 1 januari te maken met een (tijdelijke) verhoging tot 30,1 procent.

  2. Welke nieuwe beleidsregels zijn er in 2018?

    Waar moet je op letten als je trouwt, je woning verkoopt of een woonboot aanschaft in 2018? Een greep uit de nieuwe regels:

    1. Tolk bij rijexamen

    Wie een examen doet voor auto, motor, bromfiets of auto met aanhangwagen, kan geen familielid of bekende meer als tolk meenemen. Het CBR eist voortaan dat de tolk beëdigd is. Bij het praktijkexamen tractor kan geen tolk worden ingeschakeld, omdat er in landbouwvoertuigen niet voldoende zitplaatsen aanwezig zijn.

    2. Trouwen

    Mensen die trouwen (of een geregistreerd partnerschap aangaan) zonder verdere afspraken doen dat voortaan automatisch in beperkte gemeenschap van goederen. Voortaan is alleen vermogen (of schuld) dat na de trouwdag is verkregen, van beide partners samen. Ook schenkingen en erfenissen blijven persoonlijk bezit. Stellen moeten zelf bijhouden welke goederen tot welk vermogen behoren.

    3. Peuteropvang

    Peuterspeelzalen vallen voortaan onder de kwaliteitseisen die gelden voor kinderdagverblijven. Ouders met een kind op een peuterspeelzaal hebben mogelijk recht op een toeslag hiervoor.

    4. Woonboten

    Woonboten heten voortaan drijvende bouwwerken. Dat betekent dat nieuwe woonboten voortaan moeten voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Ook moet er een omgevingsvergunning voor worden aangevraagd. Dat geldt ook voor drijvende restaurants en dergelijke. De regels zijn wel iets soepeler dan die voor ‘gewone’ huizen. Zo zijn lagere plafonds en kleinere ruimtes toegestaan. Bewoonde boten die ook kunnen varen vallen niet onder het Bouwbesluit.

    5. Brandveiligheid

    Er komen uniforme regels voor de brandveiligheid op plaatsen die in georganiseerd verband worden gebruikt en niet al onder andere regels vallen, zoals jachthavens, kampeerterreinen en partytenten. Als op zulke terreinen veel mensen bij elkaar komen, geldt een meldingsplicht.

    6. Partnerdoding

    Kinderrechters mogen voortaan een beslissing nemen over de omgang van kinderen met een ouder die zijn partner heeft gedood. De Raad voor de Kinderbescherming moet onderzoek doen naar de omgang tussen kind en verdachte of veroordeelde ouder.

    7. Toezicht delinquenten

    Tbs-gestelden, zeden- en zware geweldsdeliquenten kunnen na hun vrijlating zo lang als nodig is onder intensief toezicht blijven staan. Met een zogenoemde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel kan de rechter iemand bijvoorbeeld in een zorginstelling laten opnemen, een locatieverbod geven of verplichten te verhuizen. De maatregel kan gepaard gaan met elektronisch toezicht.

    8. Cybersecurity

    Ernstige digitale veiligheidsincidenten binnen vitale sectoren moeten worden gemeld bij het Nationaal Cyber Security Centrum. Het gaat dan om incidenten die de samenleving kunnen ontwrichten bij overheden, instellingen of bedrijven die diensten of producten aanbieden die van vitaal belang zijn. Het NCSC bepaalt welke instellingen hieronder vallen.

    9. Appartementseigenaren

    Verenigingen van eigenaren moeten jaarlijks een bedrag reserveren voor groot onderhoud. Dit bedrag is gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan, óf jaarlijks 0,5 procent van de herbouwwaarde van het gebouw. Vve’s kunnen ook makkelijker geld lenen bij een bank. Elke appartementseigenaar is alleen aansprakelijk voor zijn deel van deze lening. Deze aansprakelijkheid wordt overgedragen aan een nieuwe eigenaar na verkoop van het appartement.

    10. Opmeten woningen

    Oppervlakte en inhoud van woningen worden voortaan op een uniforme manier opgemeten. Makelaars, taxateurs en gemeenten maken gebruik van deze gegevens. Er is bijvoorbeeld meer duidelijkheid over trapkasten. Die worden voortaan tot de gebruiksruimte van een woning gerekend, en niet tot de ‘overige inpandige ruimte’.

    11. Gemeenten

    Nederland telt 380 gemeenten, acht minder dan op 1 januari. Er zijn 17.182.442 inwoners. Van hen zijn 3.239.530 mensen 65 jaar of ouder en 3.807.179 jonger dan 20.

  3. Hoeveel gaan we er financieel op vooruit in 2018?

    De economie mag dan hard groeien, de meeste Nederlanders merken dat in 2018 amper in hun portemonnee. Wie profiteren er dit jaar het meest? En welke groepen gaan erop achteruit?

    Het ministerie van Sociale Zaken berekende, zoals ieder jaar, welke Nederlanders er dit jaar op voor- of achteruit zullen gaan. Ze hielden rekening met loon- en prijsstijgingen en de veranderde belastingen, premies en toeslagen. Het resultaat? De meeste groepen zien onder de streep een plus tegemoet, maar dan wel een heel kleine.

    De lastenverlichting die in het regeerakkoord is afgesproken, wordt pas vanaf 2019 geleidelijk ingevoerd. Desondanks gaan bijna alle werkenden er volgens de voorspellingen op vooruit, dankzij de stijgende lonen.

    Het Centraal Planbureau verwacht dat bedrijven hun personeel een gemiddelde loonstijging van 2,2 procent gaan geven. Dat is geen vetpot, zeker niet als je bedenkt dat het grootste deel van dat extra loon nodig is voor de stijgende prijzen. De consumentenprijzen stijgen met 1,6 procent, volgens het CPB.

    De hogere inkomens profiteren van een belastingvoordeel

    De groepen die er dit jaar het meest op vooruitgaan zijn tweeverdieners en werkende alleenstaanden. Hun koopkracht stijgt met 0,2 tot 0,5 procent, volgens Sociale Zaken. Die stijging is er voor de hogere én lagere inkomens.

    De hogere inkomens profiteren van een belastingvoordeel: een kleiner deel van hun inkomen valt vanaf dit jaar in het toptarief, dat ook nog eens iets minder wordt belast, met 51,95 in plaats van 52 procent. Mensen met een lager inkomen hebben baat bij de gestegen zorgtoeslag.

    Bijstandsgerechtigden en andere sociale minima blijven rond de nullijn. Maar: voor wie kán werken, biedt de krapper wordende arbeidsmarkt steeds meer kansen. Wie een baan vindt, verbetert vanzelfsprekend in een keer zijn inkomenspositie. Ook voor parttimers wordt het door de stijgende lonen aantrekkelijker om meer uren te gaan werken.

    Er zijn ook groepen die er volgend jaar níet op vooruit gaan. De belangrijkste drie:

    1. Gepensioneerden

    De meeste pensioenfondsen kunnen de pensioenen dit jaar nog steeds niet verhogen. Dat leidt tot koopkrachtverlies bij ouderen met een aanvullend pensioen. Want de verplichte premie voor de zorgverzekeringswet en de prijzen in de winkel stijgen wél. Ouderen met 10.000 euro aanvullend pensioen gaan er 0,1 procent op achteruit, volgens Sociale Zaken.

    Wie alleen een AOW-uitkering heeft, gaat er niet op achteruit, omdat de AOW en zorgtoeslag wel verhoogd worden.

    2. Eenverdieners met kinderen

    Gezinnen met één werkende partner, gaan er bij een modaal inkomen met 0,2 procent op achteruit. Dat komt door de afbouw van het belastingvoordeel dat tegenstanders de ‘aanrechtsubsidie’ noemen. Vroeger had een niet-werkende partner recht op een volledige algemene heffingskorting. Die wordt al afgebouwd sinds 2009, omdat de politiek vrouwen wilde stimuleren om meer te gaan werken. Mensen die vóór 1963 zijn geboren zijn uitgezonderd van de afbouw.

    3. Gehandicapten met Wajong-uitkering

    De uitkering van gehandicapten in de Wajong die in staat zijn om te werken, daalt dit jaar van 75 naar 70 procent van het minimumloon – hetzelfde als mensen in de bijstand krijgen. Protesten van de FNV en linkse oppositiepartijen hebben niet geholpen. Werklozen en Wajongers die weinig uren werken, verliezen de meeste koopkracht: zij zijn het meest afhankelijk van hun uitkering. Sommigen kunnen hun lagere uitkering deels compenseren met een hogere huur- of zorgtoeslag.

    • Christiaan Pelgrim
    • Arlen Poort
    • Philip de Witt Wijnen