'We moeten door'

Nederland wil het diplomatieke conflict met Turkije graag beëindigen. Ook voor de Turkse president Erdogan is dat nu economisch opportuun.

DEN HAAG - Minister-president Mark Rutte legt op het ministerie van Veiligheid en Justitie een korte persverklaring af over de laatste ontwikkelingen naar aanleiding van de vliegramp met de MH17. ANP VALERIE KUYPERS
DEN HAAG - Minister-president Mark Rutte legt op het ministerie van Veiligheid en Justitie een korte persverklaring af over de laatste ontwikkelingen naar aanleiding van de vliegramp met de MH17. ANP VALERIE KUYPERS Valerie Kuypers

Een ‘agreement to disagree’. Dat is volgens Nederland de oplossing om het uit maart stammende diplomatieke conflict met Turkije te beslechten. In de woorden van de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra (VVD): „Uiteindelijk moet je op een punt komen dat je zegt: ‘Das war einmal.’”

Dat punt lijkt nabij nu de Turkse president Erdogan in een gesprek met Turkse journalisten gezegd heeft de betrekkingen met Europa te willen verbeteren. Nederland noemde hij hierbij met name: „We hebben geen problemen met Duitsland, Nederland of België. Integendeel. Degenen die daar in de regeringen zitten zijn mijn oude vrienden.”

Dat is een heel andere tekst dan de woorden die dezelfde Erdogan op 16 maart, pal na de Nederlandse verkiezingen, sprak op een massamanifestatie in zijn land. Hij richtte zich toen direct tot de Nederlandse premier en zei: „Hé Rutte! Je hebt misschien de verkiezingen gewonnen, maar een vriend als Turkije heb je verloren.”

Lees ook hoe de Turkse president Erdogan nu op eerdere uitspraken terugkomt: Lijmen kan nu, maar het wantrouwen blijft

Maar premier Mark Rutte (VVD) is getuige de opmerkingen van Erdogan van deze week weer in genade aangenomen. Dat biedt ruimte om de ruzie te beëindigen. Een ruzie die ertoe leidde dat de Nederlandse ambassadeur in Ankara, Kees van Rij, het land niet meer in mocht. Het was vooral een symbolische daad, want op alle andere niveaus ging de samenwerking tussen Turkije en Nederland gewoon door.

Grootste struikelblok voor het herstel van de betrekkingen was de Turkse eis dat excuses moesten worden gemaakt voor de wijze waarop de Turkse minister van familiezaken Fatma Kaya en enkele Turkse diplomaten op 11 maart bij het Turkse consulaat in Rotterdam waren behandeld. De minister, die een groep Turkse Nederlanders wilde toespreken, werd gesommeerd onder politiebegeleiding naar Duitsland terug te keren. Zes mensen die zich in de daaropvolgende rellen tegen de politie keerden, moeten voor de rechter verschijnen, werd vrijdag bekend. Het OM vuekrvolgt hen voor openlijke geweldepleging.

Nederland weigert excuses aan te bieden voor het voorval. Zoals ministert Zijlstra vorige week tegen NRC zei: „Wij blijven van mening dat in Rotterdam de soevereiniteit van Nederland werd geschonden.” Maar hij voegde hier aan toe: „Wil je een zaak als deze oplossen, dan moet je ander niet jouw mening willen opleggen. Je moet ook kunnen zeggen: en nu door. We zullen kijken of daartoe ook bereidheid is aan Turkse zijde.”

Die bereidheid lijkt er nu te zijn, al is het onderliggend wederzijds wantrouwen daarmee niet in één klap weggenomen.