Lijmen kan nu, maar het wantrouwen blijft

Relatie Nederland-Turkije

Nederland wil het diplomatieke conflict met Turkije graag beëindigen. Maar van excuses aanbieden zal het niet komen.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan en zijn ‘oude vriend’, de Nederlandse premier Mark Rutte Foto's Hassene Dridi/AP en Valerie Kuypers/ANP

Een ‘agreement to disagree’. Dat is volgens Nederland de oplossing om het uit maart stammende diplomatieke conflict met Turkije te beslechten. In de woorden van de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra (VVD): „Uiteindelijk moet je op een punt komen dat je zegt: ‘Das war einmal.’”

Dat punt lijkt nabij nu de Turkse president Erdogan in een gesprek met Turkse journalisten gezegd heeft de betrekkingen met Europa te willen verbeteren. Nederland noemde hij hierbij met name: „We hebben geen problemen met Duitsland, Nederland of België. Integendeel. Degenen die daar in de regeringen zitten zijn mijn oude vrienden.”

Verkiezingen

Dat is een heel andere tekst dan de woorden die dezelfde Erdogan op 16 maart, pal na de Nederlandse verkiezingen, sprak op een massamanifestatie in zijn land. Hij richtte zich toen direct tot de Nederlandse premier en zei: „Hé Rutte! Je hebt misschien de verkiezingen gewonnen, maar een vriend als Turkije heb je verloren.”

Maar premier Mark Rutte (VVD) is getuige de opmerkingen van Erdogan van deze week weer in genade aangenomen. Dat biedt ruimte om de ruzie te beëindigen. Een ruzie die ertoe leidde dat de Nederlandse ambassadeur in Ankara, Kees van Rij, het land niet meer in mocht. Het was vooral een symbolische daad, want op alle andere niveaus ging de samenwerking tussen Turkije en Nederland gewoon door. Het is nu aan Turkse en Nederlandse diplomaten een acceptabele diplomatieke formule te vinden. Nu de goede wil door beide partijen is getoond, moet dat niet al te moeilijk zijn.

Grootste struikelblok voor het herstel van de betrekkingen was de Turkse eis dat excuses moesten worden gemaakt voor de wijze waarop de Turkse minister van familiezaken Fatma Kaya en enkele Turkse diplomaten op 11 maart bij het Turkse consulaat in Rotterdam waren behandeld. De minister, die een groep Turkse Nederlanders wilde toespreken, werd gesommeerd onder politiebegeleiding naar Duitsland terug te keren. Zes mensen die zich in de daaropvolgende rellen tegen de politie keerden, moeten voor de rechter verschijnen, werd vrijdag bekend. Het OM vervolgt hen voor openlijke geweldpleging.

Soevereiniteit

Nederland weigert excuses aan te bieden voor het voorval. Zoals minister Zijlstra vorige week tegen NRC zei: „Wij blijven van mening dat in Rotterdam de soevereiniteit van Nederland werd geschonden.” Maar hij voegde hier aan toe: „Wil je een zaak als deze oplossen, dan moet je ander niet jouw mening willen opleggen. Je moet ook kunnen zeggen: en nu door. We zullen kijken of daartoe ook bereidheid is aan Turkse zijde.”

Die bereidheid lijkt er nu te zijn, al is het onderliggend wederzijds wantrouwen daarmee niet in één klap weggenomen.

    • Mark Kranenburg