Column

Knallen!

Niemand in ons gezin, behalve onze jongste zoon, houdt van vuurwerk. Net als ook niemand van ons, behalve onze jongste, van voetbal houdt. Geen idee hoe dat zo gekomen is, maar bij ons thuis doen we ons uiterste best elkaars hobby’s en liefhebberijtjes op z’n minst te respecteren. Zo speelt hier dag en nacht een Braziliaanse muziekzender op maximaal volume, omdat de man des huizes zo van bossa nova houdt. Kijken we uit solidariteit – en met het bord op schoot – met z’n allen naar Studio Sport. Eten drie keer per week veel te pittige gerechten uit de favoriete keuken van de vrouw des huizes. En hebben we speciaal voor ons middelste kind ooit een Franse bulldog aangeschaft, die hij natuurlijk bij ons heeft achtergelaten toen hij op kamers ging. So far, so good.

Maar de fascinatie van onze tienerzoon met knalvuurwerk is inmiddels een lastige kwestie geworden. Al in september begint hij het internet af te struinen op zoek naar de hardste knallen ooit afgestoken op aarde. En hoe we ons best ook doen, hij laat zich door niets of niemand afschrikken. Jaarlijks lees ik hem angstaanjagende berichten voor over vuurwerkongelukken en toon hem bloederige foto’s van afgerukte vingers en verschroeide oogbollen. Ik herinner hem keer op keer aan het verhaal van zijn oud-klasgenootje dat ernstig verminkt raakte toen een verdwaalde vuurwerkpijl in zijn capuchon terechtkwam kwam. Maar onze lieverd haalt er achteloos zijn schouders bij op en is er stellig van overtuigd dat hem zoiets nooit zal overkomen.

Nog even had ik gehoopt op een vuurwerkvrije zone in onze wijk Blijdorp (vanwege de dierentuin), maar dat schijnt alleen noodzakelijk te zijn op Zuid en rond een aantal verzorgingstehuizen in de stad. En dus zijn we dit jaar maar naar België gevlucht, naar een afgelegen landhuis diep in de Ardense bossen waar volgens de huurovereenkomst geen vuurwerk mag worden afgestoken. Toen we onze puber daar vorige maand voorzichtig van op de hoogte brachten, was het huis te klein en weigerde hij mee op vakantie te gaan. „Oud en nieuw zonder vuurwerk is als kerst zonder kerstboom”, probeerde hij nog, maar hij moest uiteindelijk ook zelf toegeven dat alleen achterblijven in Rotterdam als 14-jarige geen serieuze optie was.

Eenmaal in België was het dichtstbijzijnde vuurwerkverkooppunt snel gevonden. En via Google-Earth heeft hij inmiddels een open plek ontdekt in het bos, waar volgens hem best een vuurpijltje of wat de lucht in kan. We gaan hem zijn zin maar geven, want alweer een vakantie met een nukkige puber is tenslotte ook geen doen. En dan maar hopen dat burgemeester Aboutaleb volgend jaar zijn zin krijgt met een landelijk verkoopverbod, of dat hij van heel Rotterdam een vuurwerkvrije zone mag maken.

Ik heb mijn zoon vandaag maar alvast voorbereid op de (onvermijdelijke) eindigheid van zijn hobby, maar ook die mededeling zette de bok weer op de haverkist: „Zullen we dan nog één keer écht goed knallen? Please?”

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.