Recensie

Het Willeke-gevoel is een familie-onderneming

Willeke

De documentaire Telkens Weer – Willeke, die AVROTROS op 1 januari uitzendt, is een familiezaak. Van de familie Alberti, de geportretteerden, en van de makers, de familie Bromet.

Sinds enkele weken staan op YouTube enkele korte video’s onder de verzameltitel Het Willeke-gevoel van… Het zijn kleine interviews van Silvia Bromet met fans van zangeres Willeke Alberti, als opwarmer voor de documentaire Telkens Weer – Willeke, die AVROTROS op Nieuwjaarsavond uitzendt.

Helaas hebben die interviews zelf de eindmontage niet gehaald. Bijvoorbeeld die met Marion. Stoeiend met twee neurotische hondjes, legt zij uit dat ze altijd moet huilen als ze Willeke opzet: „Dat heeft te maken met haar privé en mijn privé”, want beiden zijn drie keer getrouwd en gescheiden. Maar gelukkig zingt ze ook Waar Is De Zon? en dan wijst Marion naar de man die nu op de bank zit: „Daar zit-ie, de zon! Wij zijn elkaars goedmakertje.”

In een andere video roemt rapper Rick Versace, voorheen bekend onder de naam Kleine Viezerik, de koningin van het levenslied, „omdat ze real is, zoals wij dat noemen”. Dreigend: „Wie aan haar komt, krijgt met mij te maken!” En dan zingt hij zachtjes, bijna verliefd de tekst mee van Telkens Weer.

Filmisch monument

Voor het eerst sinds het bestaan van de Top-2000 komt Willekes signature song, uit de film Rooie Sien (1975), er niet meer in voor. Sterker nog: ze haalde geen enkele notering, in tegenstelling tot die andere cross-over van het Amsterdamse volkssentiment, André Hazes, die maar liefst met tien liedjes vertegenwoordigd is in de hitlijst van Radio 2.

Het werd dus hoog tijd voor een filmisch monument voor Willeke Alberti en haar culturele betekenis, want die documentaire bestond ten onrechte nog niet. Vergelijk het resultaat vooral niet met André Hazes: Zij Gelooft In Mij (John Appel, 1999), want als je op zoek gaat naar scherpe randjes en morele ambivalentie, dan ben je bij Willeke aan het verkeerde adres.

Ze noemt zichzelf een romanticus, een dromer, die altijd op zoek is naar het positieve. Voor een belangrijk deel is de film opgebouwd uit de gigantische hoeveelheid beeldmateriaal uit de archieven. Willy Albertina Verbrugge, de dochter van tenore napolitano Willy Alberti alias Carel Verbrugge, speelde al op haar elfde in een professionele musical en maakte haar eerste plaatje toen ze 12 was.

Zestig jaar later is ze nog steeds verslaafd aan het applaus, zegt haar broer Tonny in zijn Willeke-gevoel. Silvia Bromet volgt de zangeres bij enkele van haar talrijke concerten, in zaaltjes van bejaardenhuizen of op de Dam tijdens een homomanifestatie. En zoals Willeke tot bloei kwam onder de vleugels van haar vader, bijvoorbeeld in de populaire zaterdagavondshows op televisie eind jaren 60, zo is ook de documentaire een familie-onderneming, met Silvia’s vader Frans Bromet achter de camera en haar broer Ruben aan de knoppen van het geluid.

Aandacht voor de achterkant

Niet verbazingwekkend dus, dat de aandacht van de camera vaak afdwaalt van de diva naar de andere camera’s die haar volgen. Een Bromet-film laat altijd ook de achterkant zien, de onverwachte aspecten. Dus vertelt Willeke over haar wijde, wapperende gewaden, waarin ze haar buik niet hoeft in te houden. Laat zien hoe ze moeite heeft de kroketten te laten staan. En de camera zoomt niet met haar mee, als ze de zaal inloopt, maar laat de gezichten zien van de intens genietende mentaal of fysiek uitgedaagde rolstoelers op de eerste rij.

De relatie van Willeke met haar publiek is een vorm van tweerichtingsverkeer. Zelden zie je een ster zo veel moed betonen in de fysieke omgang met haar fans: ze pakt handen vast, die haar soms niet meer willen loslaten of vangt de weigering van een licht dementerende vrouw om met haar op de foto te gaan (‘Ik ken u toch niet?’) soepel en charmant op. Dat is wat een rapper real noemt, een oprechte betrokkenheid bij minder gefortuneerde fans, die je ook ziet in de tv-programma’s van haar zoon Johnny de Mol: geen show voor de kijkcijfers, maar een op tv steeds zeldzamer aan te treffen authentieke betrokkenheid.

Veel van de klassieke liedjes worden helemaal uitgezongen, ook in de archiefbeelden. Die imponeren vooral als je de schokschouderende tienerzangeres langzaam ziet uitkruipen onder de schaduw van haar slechts achttien jaar oudere vader. Het mooiste gesprek is een interview van rond 1980, in de nadagen van haar tweede huwelijk, met goede vriend en collega-acteur Jeroen Krabbé. Ze eten samen een vlaflip en met betraande ogen beantwoordt ze wederom vrij eerlijk en roekeloos de vraag of er een relatie is tussen het mislukken van haar huwelijken en haar vader: „Invloed? Nee. Maar hij was op beide tegen. Hij vindt gewoon niemand geschikt voor mij.’’

Dat zegt nog meer dan de beelden van het opruimen van de zolder, inclusief de sloffen van vader Alberti. Wie wat bewaart, die heeft wat.

    • Hans Beerekamp