Recensie

Gorbatsjov ontketende veel, te veel

Michail Gorbatsjov

De omstreden Sovjetleider was lang niet zo machtig als iedereen dacht en had de zaken niet echt in de hand, zo blijkt uit een genuanceerde biografie van William Taubman.

Begin hiermee: Kalfsvlies, Marieke Lucas Rijneveld | Kameleon, Charlotte Van den Broeck | Kwaad gesternte, Hannah van Binsbergen

Michail Gorbatsjov wordt in Rusland vooral herinnerd als de leider die het Russische Rijk de doodsteek gaf en Moskou degradeerde tot een plek bij de tweede violen. Dat hij ook nog eens een ouwehoer was met een Zuid-Russische brouw-r, die democratie belangrijker vond dan macht, doet zijn prestige als politicus evenmin goed.

Buiten Rusland is Gorbatsjov nog steeds de visionair die begreep dat de Sovjet-Unie ten onder zou gaan als het tegen elke prijs haar invloedssferen bleef bevechten. Hij staat er te boek als degene die de Oost-Europese satellietstaten de vrije hand gaf en de angel uit de wapenwedloop trok door de mens en de duif in de Amerikaanse havik-president Reagan te herkennen.

Dit lot roept al jaren de vraag op of het terecht is om Gorbatsjov alle ellende van Rusland toe te dichten. Was de man die in 1985 partijleider werd en in 1991 al weer werd afgeserveerd – sinds tsaar Alexander I (1801-1825) hebben alleen Joeri Andropov (1982-1984), Konstantin Tsjernenko (1984-1985) en Dmitri Medvedev (2008-2012) korter geheerst – werkelijk zo machtig?

De Amerikaanse politicoloog William Taubman (1940), die in 2004 de Pulitzer Prize kreeg voor zijn schitterende biografie van Gorbatsjovs voorloper Nikita Chroesjtsjov, beantwoordt deze vraag genuanceerd en ontkennend in zijn boek Gorbatsjov. Zijn leven en tijdperk. Zeker, Gorbatsjov meende heel lang dat hij vat had op de situatie. Die eigendunk hoorde bij zijn positie als secretaris-generaal van de enige politieke partij in het land. Maar nee, zelfs hij wist niet hoe ernstig de toestand was. Hij verzeilde via trial and error in de doodlopende straat die de Sovjet-Unie na twee decennia Leonid Brezjnev was geworden. Kortom, Gorbatsjov was een gewone politicus die het moest doen met het materiaal dat voorhanden was.

Aan die houding hield hij zijn hele loopbaan vast. Gorbatsjov had idealen, maar hij was geen dissident. De Sovjet-Unie was zijn horizon, het marxisme-leninisme zijn wereldbeeld.

Michail Sergejevitsj Gorbatsjov, in 1931 geboren als straatarme boerenzoon in de noordelijke Kaukasus, kwam er in de ook voor zijn familie gruwelijk verlopen Tweede Wereldoorlog achter dat hij van lezen en acteren hield en hogerop wilde in het leven.

De Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU) was daarvoor een onvermijdelijk voertuig. Al op 19-jarige leeftijd, toen hij werd toegelaten op de Universiteit van Moskou om rechten te studeren, meldde hij zich aan bij de partij. In die nadagen van Stalin, de moordenaar van zijn grootvaders, leerde hij in de studentenflat aan de Stromynka – tweeëntwintig eerstejaars op één kamer – zijn vrouw Raisa Titarenko kennen, en ook de Tsjechische student Zdenek Mlynar.

Na Stalins dood in 1953 trad de politieke dooi in. Net als Gorbatsjov ontwikkelden veel van zijn geestverwanten, die drie decennia later tijdens perestrojka en glasnost aan zijn kant stonden, hun ideeën en carrière in deze tijd. Ze hadden ambitie. Maar alles met mate, wist Gorbatsjov, die onder Stalins opvolger Nikita Chroesjtsjov (1953-1964) opklom tot provinciaal jeugdleider bij de Komsomol in zijn geboortestreek Stavropol. De paleiscoup van 1964, die Leonid Brezjnev aan de macht bracht, betekende daarom geen breuk in zijn loopbaan.

Dat had ten dele te maken met opportunisme. Gorbatsjov hield van (lang) praten. Maar als het spannend werd, kon hij goed zwijgen. Ook toen hij zijn vriend Mlynar, die in 1968 op een hoge partijpost aan de zijde van Alexander Dubcek opereerde, in de steek liet. Toen de crisis van 1968 zich aandiende, stuurde Gorbatsjov zijn studiemaat nog een telegram: ‘Zdenek, in deze moeilijke tijd moeten we contact houden.’ Maar nog voordat in augustus van dat jaar de tanks Tsjecho-Slowakije binnenrolden, koos Gorbatsjov eieren voor zijn geld: ‘het socialisme moest verdedigd’ worden.

Diezelfde pragmatische zwijgzaamheid legde hij eind 1979 aan de dag toen de Russische invasie van Afghanistan op handen was. Ook bij besprekingen over de opkomst en het neerslaan van de vrije vakbeweging Solidariteit in 1980-1981 in Polen hield Gorbatsjov – sinds 1978 secretaris van het Centraal Comité en net kandidaat-lid van het Politbureau – zijn mond. Alleen bij zijn mentor Joeri Andropov, van 1967 tot 1982 chef van staatsveiligheidsdienst KGB, luchtte hij zijn hart.

Geen cynicus

Maar cynisch werd Gorbatsjov nimmer. Hij vergat zijn heimelijke opvattingen niet toen hij in 1985 secretaris-generaal van de CPSU werd. Het eerste jaar was Gorbatsjov nog een reformist à la Chroesjtsjov en Andropov. Maar na de ramp bij Tsjernobyl in 1986 ging het roer om. ‘De mogelijkheden van het oude systeem waren uitgeput, besefte hij’, schrijft Taubman.

Perestrojka en glasnost raakten in een stroomversnelling. In 1989 organiseerde Gorbatsjov de eerste min of meer vrije parlementsverkiezingen in de Russische geschiedenis. Maar nadat eind 1989 het grondwetsartikel werd geschrapt waarin was vastgelegd dat de CPSU de leidende rol in de maatschappij speelde, scheurde de partij. Indachtig het adagium van Machiavelli haalde hij zijn vijanden dichter naar zich toe. Hij hoopte ze in toom te kunnen houden. Tevergeefs, want het was addergebroed.

Toen Gorbatsjov ook nog de tactische fout maakte om zich getrapt – door het nieuwe parlement – tot staatshoofd te laten kiezen, was chaos een kwestie van tijd. Terwijl hij zich in het Kremlin verschanste met een eigen presidentiële raad, hergroepeerde de conservatieve vleugel zich iets verderop in het partijkantoor, mobiliseerde de oppositie de burgers op straat en zetten de opgewekte nationalistische democraten buiten Rusland concrete stappen richting onafhankelijkheid van hun niet-Russische Sovjetrepublieken.

Gorbatsjovs pogingen om de Sovjet-Unie als nieuwe (con)federatie te redden, mochten niet meer baten. Op 19 augustus 1991 mislukte weliswaar een staatsgreep tegen zijn federale voornemens, maar Gorbatsjov profiteerde er niet van. Angstgegner Jeltsin, de drinkeboer die hij met zijn verfijnde culturele bewustzijn abusievelijk had veracht en onderschat, greep het moment. De rest is bekend, maar nog geen geschiedenis. Poetin kapitaliseert er dagelijks op.

Gorbatsjov is een kwart eeuw later nog steeds het zwarte schaap. Onterecht. Hij was geen leider die de zaken van a tot z in de hand had. Zoals Taubman in zijn uitputtende, degelijke, evenwichtige maar niet vernieuwende of verrassende biografie over de ‘briljante tacticus’ Gorbatsjov schrijft: ‘De krachten die hij ontketende en de mensen die hij in eigen land en in het buitenland hielp bevrijden, waren daar uiteindelijk te sterk voor.’

    • Hubert Smeets