‘Gooi die digitale camera in de prullenbak!’

Fotograaf Bart Koetsier over het thema van de maand januari: ‘Donker’.

Foto Bart Koetsier

Al meer dan tien jaar werkt Bart Koetsier aan zijn project Taillights Fade: een fotodocument over het leven in de nachtelijke straten van Europa. Duizenden – analoge – beelden schoot hij al in Amsterdam, Brussel, Marseille, Warschau, Palermo en Parijs, waar hij sinds 2014 woont en werkt. Nog een paar steden te gaan en dan hoopt hij – met behulp van enkele fondsen – in 2018 een expositie en een boek te kunnen realiseren.

Het begon ooit toen Koetsier in Amsterdam werkte als barman en hoofdzakelijk ’s nachts leefde. Tijdens lange wandelingen die hij dan maakte, legde hij met de camera vast wat hij zoal tegenkwam. Wat begon als film noir-achtige stills groeide steeds meer uit tot zijn blik op de wereld om hem heen. Inmiddels is het fotograferen van de nacht een onlosmakelijk deel van zijn leven geworden. „Het is voor mij iedere keer weer een avontuur”, zegt Koetsier. „Een zoektocht naar nieuwe situaties, naar beeld dat ik nog niet ken, naar het afwijkende, het confronterende, het ontroerende. Als iets me niet raakt, zie ik geen enkele reden om af te drukken.”

Stad van contrasten

In Amsterdam eindigden zijn nachtelijke tochten vaak op de Wallen. „Omdat daar altijd wel reuring is.” Maar het beeld was tamelijk eenzijdig: hoertjes, hoerenlopers, dronken toeristen. „Parijs is veel minder proper en opgepoetst. Je struikelt er bijna letterlijk over de daklozen. De mensen in de kroegen wil ik fotograferen, de ouwetjes met markante koppen. En ik mag graag de transgenders opzoeken die bij mij om de hoek, rondom Place de Clichy, hun kontje proberen te verkopen. Parijs is een stad van contrasten, agressief, naargeestig soms. Een stad van ‘ieder voor zich’. In mijn foto’s probeer ik daar iets van te vangen.”

In je eentje ’s nachts op straat aan het werk met een camera, dat is niet altijd zonder gevaar, weet ook Koetsier. „Als het aan mijn moeder lag, zou ik ’s nachts geen foto meer maken. Ik ben geen held, maar ook niet bang aangelegd. Laatst in Molenbeek begon een groepje jongens me uit te schelden voor pedofiel omdat ik twee van hen, van rond de 15 jaar, probeerde te fotograferen. Toen hun oudere broers zich ermee begonnen te bemoeien, leek rennen me de beste optie. In Warschau hetzelfde verhaal met een neonazi die het niet erg op toeristen had.”

Vreemde toeren

Koetsier fotografeert zowel in kleur als zwart-wit. Vaak zijn de beelden scherp, niet zelden ook bewogen. „Gewoon omdat dat prachtig kan zijn.” En altijd maakt hij gebruik van het aanwezige licht. „Flitslicht vind ik extreem lelijk. De schoonheid – van alles eigenlijk – zit ’m wat mij betreft in wat er al bestaat. Als ik vreemde toeren moet uithalen om een foto bijzonder te maken, dan is mijn geduld en interesse allang vervlogen.”

Nachtfotografie – Koetsier kan het iedereen aanraden die openstaat voor bizarre ontmoetingen en verrassingen. Zijn advies: „Gooi je digitale camera in de prullenbak en koop een doos filmrolletjes. Met analoog werk je trager, meer geconcentreerd; ideaal voor wie, net als ik, op zoek is naar schilderachtige beelden. En: maak heel veel kilometers. Een goede foto laat zich zelden vangen in één keer in de week een blokje om.”

U kunt uw foto’s met het thema ‘Donker’ inzenden tot vrijdag 2 februari 17.00 uur via nrc.nl/fotowedstrijd.

    • Jos Jägers