Gevlucht Syrisch gezin werd net niet uitgezet naar Iran

Talk of the Town

Bijna was een Syrische moeder met haar kinderen op het vliegtuig gezet naar Iran. Een land dat zij niet kennen, en dat in hun geval zeker niet „veilig” is.

Uitzetcentrum in Zeist, waar een uit Syrië gevlucht gezin uit Amsterdam enkele dagen zat opgesloten. Foto ANP

Het goede nieuws is: een Amsterdamse Syrische moeder en haar drie kinderen (10, 7 en 5) worden niet uitgezet naar Iran.

Althans, niet nu. De uitzetting is opgeschort, zegt de advocaat van het gezin, Inge Zuidhoek. Ze is een nieuwe asielprocedure gestart.

Even de achtergrond: de moeder vluchtte twee jaar geleden met haar kinderen uit Syrië naar Nederland. Haar man, die naast de Syrische ook de Iraanse nationaliteit heeft (om op die manier dienstplicht in Syrië te ontlopen, zegt de advocaat), bleef achter. Door het huwelijk kreeg zijn vrouw eveneens de Iraanse nationaliteit, naast de Syrische. Ze kent het land verder niet. Ze spreekt ook geen Farsi. Dat geldt ook voor de kinderen.

In Nederland is de asielaanvraag van het gezin onlangs afgewezen, juist vanwege die Iraanse nationaliteit. Want zo zijn de regels. Nederland zet op dit moment geen mensen uit naar Syrië; dat land is te gevaarlijk. Maar als iemand toegang heeft tot een „veilig” land, dan krijg je in Nederland geen asiel. Hup, naar dat veilige land.

En dus werd het gezin op 19 december in alle vroegte van het Amsterdamse bed gelicht en vastgezet in het uitzetcentrum in Zeist. Vanuit daar zou het op het vliegtuig worden gezet.

'Curieus'

Met de regels kun je het eens zijn of niet. De gedachte erachter is dat alleen mensen in nood recht hebben op asiel in Nederland. Maar in praktijk pakken de regels nogal eens oneerlijk uit. Of „curieus”, zoals Het Parool het verwoordde. Dat komt doordat er altijd mensen nét buiten de regels zullen vallen, zoals nu door een min of meer toevallig verkregen twééde nationaliteit.

Terwijl, als je deze kwestie op zichzelf beschouwt: uitzetting naar Iran is vreemd, omdat het gezin gewoon Syrisch is en uit oorlogsgebied komt. Bovendien, zo zegt Zuidhoek, is de moeder Soennitisch, wat problematisch kan zijn in Iran, waar de meerderheid sji’itisch is. En voor een alleenstaande vrouw met kinderen is Iran ook niet bepaald een handige bestemming.

Maar de asielprocedure in Nederland kent nu eenmaal veel rafelranden. Ook al omdat de eisen de afgelopen jaren steeds strenger werden. Denk maar aan de pakweg vierhonderd kinderen die hier langer dan vijf jaar wonen, volkomen vernederlandst zijn, vaak hier geboren, maar die geen vergunning krijgen omdat ze net niet binnen de regels vallen.

Of denk aan de uitgeprocedeerde Armeense moeder die afgelopen augustus werd uitgezet toen haar twee kinderen uit logeren waren. Het gezin woonde op dat moment ruim negen jaar in Nederland en was uitgeproceerd. Nog steeds zijn haar kinderen in Nederland en zit zijzelf in Armenië. Tegen die uitzetting werd fel geprotesteerd. Dat kwam vooral omdat de Armeense kinderen, Lili en Howick, (in augustus 11 en 12 jaar oud) door de protesten van onder meer klasgenoten bekend werden. Veel vaker worden de regels echter uitgevoerd zonder dat er ruchtbaarheid aan wordt gegeven.

Advocaat Inge Zuidhoek van de Syrische moeder heeft nu de eerste slag gewonnen. Ze beriep zich op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarin staat dat iedereen recht heeft op een gezinsleven en een privéleven. „Het privéleven wordt wel heel erg lastig als alleenstaande vrouw met drie kinderen in Iran.”

Bovendien loopt er een echtscheidingsprocedure, zegt de advocaat; de vrouw wil scheiden van haar man in Syrië. Ze heeft een nieuwe relatie met een Syrische man in Amsterdam, bij wie ze momenteel met haar kinderen inwoont. Zuidhoek: „In Iran loopt ze het risico in die situatie gezien te worden als overspelige vrouw.” En in Iran is dat geen prettige positie.

Dat de uitzetting niet doorgaat, betekent niet dat er snel een oplossing komt. Het meest waarschijnlijk is een lange asielprocedure. Zuidhoek: „De eerste hobbel is genomen. Nu is het verder afwachten. De IND moet vaak lang nadenken.”