Gestorven door het kebabmes

Polen

Oudejaarsavond 2016: in de Poolse stad Elk steekt een medewerker van een kebabzaak een 21-jarige man dood. Een golf van geweld tegen kebabtenten spoelt over het land. Hoe moeten de Polen hun diepe liefde voor kebab verenigen met hun angst voor de islam?

WARSAW, POLAND - JUNE 4: (SOUTH AFRICA AND POLAND OUT) The catholic procession walks through the streets during the Feast of Corpus Christi on June 4, 2015 from the Church of Saint Florian and Archangel Michael in Warsaw, Poland. By tradition, Catholics take part in a procession through the streets of a neighborhood near their parish following mass. The Eucharist, known as the Blessed Sacrament, is placed in a monstrance and is held aloft by a member of the clergy during the procession. After the procession, parishioners return to the church for the benediction. (Photo by Adam Guz/Getty Images Poland/Getty Images) Gallo Images

Eenmaal voor het graf gaat de kale man met de druipsnor voor in gebed, luid en krachtig. Hij heeft ons er gebracht. Nu zet hij, langzaam en nadrukkelijk, zijn hand schuin aan zijn slaap, om een Pools militair saluut te brengen: „Chwala Bohaterom!” Glorie aan de Helden.

Onder de grafzerk bezaaid met bloemen ligt Daniel Rudnicki. Hij hoort hier beslist thuis, legt de man met druipsnor uit, tussen de oorlogsveteranen op de begraafplaats van het dorp Slucz. Hij dreunt de veldslagen op waarin ze vochten. „Daar verderop ligt mijn oudoom, slag om Monte Cassino!”

Daniel Rudnicki is zijn neef. Hij overleed op 21-jarige leeftijd in Elk, een stad zestig kilometer verder naar het noorden.

Zoals vaker in Poolse dorpen als Slucz – 580 inwoners, geen straatnamen – is de meeste bedrijvigheid te vinden op de begraafplaats. Een tiental mensen is bezig graven af te stoffen of kaarsen te branden in doorzichtig-rode, in China vervaardigde lantaarntjes. Vijftig meter verder trekt een jongen hard op in een BMW, voor het oog van een stel puisterige tieners die rond de bushalte hangen.

Foto van Daniel Rudnicki op zijn graf in Slucz Foto Bartosz Jozefiak

Daniel staat in het dorp bekend als „een goede jongen”, van wie vooral is blijven hangen dat hij er zo wereldlijk uitzag in uniform. Hij had een kadettenopleiding afgerond. Maar het leger wilde hem niet.

De politie in de stad Elk kent Daniel anders, als een jonge man met een strafblad die stierf in een uit de hand gelopen opstootje voor een kebabzaak, op Oudejaarsavond, een jaar geleden.

Voor een groep rechts-nationalistische Polen is Daniel een patriot die met zijn leven betaalde voor de islamisering die West-Europa heeft overspoeld en nu Polen bedreigt. Want Daniel is gestorven aan het kebabmes van een ‘Arabier’, de 26-jarige Tunesische Ati L.

Kebab is in Polen razendpopulair. Wat de afhaalchinees is voor de Nederlander, is de kebabtent voor de Pool.

Met de liefde voor de bediening vlot het daarentegen niet. Zeker in de Prince Kebab, in Elk, is het vaak ronduit ongezellig. Beledigingen als ‘geitenneuker’ zijn vaste kost voor de eigenaar uit Algerije en zijn Tunesische werknemer. Op Oudejaarsavond overtreffen sommige klanten zichzelf. „Kom op godverdomme met dat eten”, krijgt het personeel te horen: „En spuug er niet in, of ik smeer het in je gezicht!”

Iemand schreeuwt tegen Ati: „Op de knieën en loof de heer!”

Een gebroken ruit van Prince Kebab, de kebabzaak in Elk waar Daniel Rudnicki werd doodgestoken. Foto Thomasz Waszczuk/EPA

Kolkende massa

Te midden van de chaos, even voor elven, komen Daniel en een vriend binnen. Nadat ze hun kebab op hebben, trekt Daniel de deur van de koeler open. Hij pakt twee flesjes cola en verlaat de zaak zonder te betalen. Larbi Abdil, de 42-jarige Algerijnse Pool, komt achter hem aan. Ati L. volgt, mes in de hand.

„Mijn cliënt had beslist genoeg van al het gescheld”, vertelt Wojciech Stpiczynski, de voormalige advocaat van Abdil. Op de stoep voor de Prince Kebab komt het tot een vechtpartij. Als Ati zich erin mengt, gaat het mis, zegt de advocaat.

Stpiczynski, paarse das én pochet, donkerblauw jasje en een zwarte spijkerbroek, leunt over tafel en zwaait heftig in de lucht met een denkbeeldig mes als hij snel pratend vertelt hoe Ati op Daniel insteekt.

In de uren die volgen op Daniels dood verspreidt het nieuws zich door de buurt. Op Nieuwjaarsdag vormt zich voor Prince Kebab een kolkende massa van enkele honderden jongeren, de meesten dronken. Ze gooien vuurwerk, stenen, later ook molotovcocktails.

Politieagenten kijken toe als de ruiten eraan gaan. Als ze een paar uur later ingrijpen, keert de meute zich tegen hen. Een groep jongeren klemt de armen in elkaar en scandeert een gebed voor de ziel van Daniel. 38 mensen worden opgepakt.

Een man gooit een steen naar de kebabzaak waarvoor Daniel Rudnicki werd doodgestoken Foto EPA/Tomasz Waszczuk

Eis: levenslang

360 kilometer verder, in Ozorków, wordt een dag later een Pakistaanse medewerker van een kebabzaak in elkaar geslagen. „Voor Elk”, zegt een vriend van de opgepakte daders. In Wroclaw vernielt een molotovcocktail het interieur van een zaak van een Egyptenaar. In Legnica krijgt een kebabtentmedewerker uit Bangladesh klappen van een man met een bivakmuts. In Lublin wordt een kebabtent, gerund door een Indiase man, beklad met de tekst: „Fuck Isis”.

In Elk wordt het pas na twee dagen rustig. Negen maanden later krijgen enkele relschoppers gevangenis- en taakstraffen. Ati wacht al bijna een jaar in de gevangenis op zijn proces. De rechtbank van Suwalki heeft nog geen datum bepaald. Het Openbaar Ministerie heeft het onderzoek wel afgerond. Het zal levenslang eisen.

Het schiet niet op met de islamisering waar Daniel het eerste slachtoffer van heet te zijn. In Polen is minder dan 0,1 procent van de bevolking moslim, 35.000 mensen in totaal. Tweederde van hen woont in Warschau, de hoofdstad. Toch vrezen Polen de islam als nooit tevoren.

Lees ook de lezersbrief die Wim Lammers die NRC eerder dit jaar publiceerde : We denken dat er in Nederland veel meer moslims zijn dan er zijn

Volgens Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) en de machtigste man van het land, dragen moslims ziektes mee die „we in Europa al lang niet meer zagen”. Al voor de onlusten rijdt een lokale politicus door Elk met op een bord de tekst ‘Stop islamisering’. En, zegt advocaat Stpiczysnki: „Sinds de onlusten kun je niet meer zeggen dat je geen problemen hebt met Arabieren. Er is altijd wel iemand die je vertelt dat je geen echte Pool bent.”

Zelf is Stpiczysnki bedreigd via sociale media. Hij stopte de verdediging van Larbi na geruchten dat een bus vol voetbalhooligans op weg was naar Elk om zijn kantoor af te branden – tegengehouden door de politie.

Enkele dagen na de dood van Daniel komen activisten van het extreem-rechtse Nationaal-Radicale Kamp (ONR) naar de stad, met de leus ‘Elk, vrij van jihad’. Hun coördinator Lukasz Banas: „De tragedie die zich afspeelde op Oudejaarsavond in Elk toont aan dat een vredelievende attitude van buitenlanders uit Arabische landen tegenover Europese samenlevingen illusoir is.”

Banas is een jongeman met een puntbaard, hoekige bril en groene armband met het fascistische Falangasymbool – een hand die een dolk vasthoudt. De adolescenten van de ONR zetten hun eigen kaarsen tussen tientallen andere, op de stoep voor de Prince Kebab.

Een processie na de begrafenismis voor Daniel Rudnicki, op 4 januari 2017. Foto Artur Reszko/EPA

Trojaans paard

Intussen scoort een jonge Pool een YouTube-hit met een hiphop-ode aan Daniel: „onze landgenoot”, vermoord door „bruinjoekels”. „Wij zijn beschaafd, wij gaan dit niet gebruiken”, dicht de amateur-rapper in zijn slaapkamer, terwijl hij scherp keukengerei neerlegt op zijn bed. „Schijt aan heel die islam / daar is geen plaats voor in Polen / ik ben goed opgevoed / dus ik weet wat ik zeg, gast.”

Eenenzeventig procent van de Polen meent dat alle migratie uit islamitische landen moet stoppen. Dat is aanzienlijk meer dan in andere EU-landen. En hoewel Polen enthousiaster zijn over de EU dan wie ook, meent de helft van hen dat het land beter uit de EU kan stappen als het gedwongen wordt islamitische vluchtelingen op te nemen. Moslims toelaten, zegt minister van Binnenlandse Zaken Mariusz Blaszczak, is „suïcidaal beleid, dat een bloedige oogst oplevert”.

Lees ook het bericht: Hongarije, Polen en Tsjechië voor EU-hof om asielzoekers

Op 11 november lopen tienduizenden gewone patriotten mee in de jaarlijkse Onafhankelijkheidsmars, in Warschau, mede door ONR georganiseerd. Die haalt het wereldnieuws met slogans als ‘Puur bloed’, ‘Europa zal blank zijn of onbevolkt’, en ‘Heel Europa zingt met ons mee: opflikkeren vluchtelingen!’ Op een enorm spandoek staat een zwart-wit geklede ‘hoodie’ met Poolse vlag en molotovcocktail. Hij gaat een Trojaans paard te lijf met het opschrift ‘Islam’.

Minister Blaszczak noemt de mars „een prachtig gezicht”. De racistische slogans? Die heeft hij „persoonlijk niet gezien”.

Demonstranten houden op 11 november 2017 anti-vluchtelingposters vast tijdens de jaarlijkse Onafhankelijkheidsmars. Foto

In liberale en progressieve kring verschijnen woedende reacties op de toenemende eensgezindheid tussen extreem-rechts en de regering. Al wordt de discussie over de islam in Polen ook met ironie gevoerd. Kort na de onlusten in Elk gaat een site de lucht in met de naam ‘De kebaboorlog’. De ondertitel: ‘smierc wrogom ojczyzny’, ofwel: dood aan de vijanden van het vaderland. Dat is een knipoog naar voetbalfans die dwepen met een nationale geschiedenis vol bloedbaden en katholieke krijgshaftigheid; deze oude strijdkreet is hun motto. Op de site krijgen alle aanslagen op kebabzaken namen van veldslagen uit een roemrucht verleden. Op een bekend, gigantisch schilderij van de slag om Grunwald zijn de vijanden vervangen door hedendaags ogende immigranten, broodjes kebab in de hand.

Gekscherend is ook de actie in Lublin, waar met een verfspuitbus het opschrift ‘Echte kebab bij de echte Pool’ is veranderd in ‘wij maken echte kebab van de echte Pool’. Dit tot ergernis van de Poolse kebabtenteigenaar die klanten probeert te lokken met de oorspronkelijke tekst, op een enorme Poolse vlag over zijn caravan. Hij mikt op mensen die wel houden van geroosterd vlees in een broodje maar alleen bij katholieke Polen willen kopen. „Zij denken: als je kebab koopt, vestig je een Arabier.”

Duidelijk wordt: in Polen, een land zonder grote groepen moslims, ligt de frontlinie van de botsing der beschavingen in de wachtrij voor een broodje kebab.

Politie bewaakt Prince Kebab op 1 januari 2017. Foto Tomasz Waszczuk/EPA

McKebab

Op een regenachtige dag in september, negen maanden na de onlusten, opent natuur- en gezondheidswinkel Avocado zijn deuren, op de plek van de Prince Kebab. Een paar panden verderop is een andere kebabzaak gekomen, de McKebab. Die wordt gerund door autochtone Polen. „Daar komen geen problemen van”, luidt de analyse in de buurt.

Dat het management van Avocado toekomst voor de winkel ziet, zegt weinig over de buurt, maar veel over Elk. Want al is het oude negentiende-eeuwse centrum tijdens het communisme veranderd in een achterbuurt, met de stad gaat het goed. Woonblokken zijn vers geschilderd, met geld van de gemeente en de Europese Unie. Aan de rand van Elk ligt ook een ‘speciale economische zone’. Daar profiteren buitenlandse bedrijven, fabrieken en opslagplaatsen van soepele regels en lage lonen.

In een trapportaal van een verouderd negentiende-eeuws appartementencomplex met vermolmde houten vloeren treffen we een jongen van Daniels leeftijd. Net als de overleden Daniel werkte hij korte tijd in Duitsland en kwam hij snel weer terug. „Ik miste mijn vrienden.” Hij heeft dribbeldrang, trekt onrustig aan zijn kleren en vertelt over alle baantjes die hij heeft gehad. Oudejaarsnacht was hij graag naar de Prince Kebab gegaan, zegt hij, om de dood van Daniel te wreken. „Helaas moest ik het zien op tv, in de gevangenis. Voor diefstal.”

Zijn afkeer van moslims nam hij mee terug uit West-Europa, net als veel meer Polen. Meubelhandelaar Cezary Makarewicz verwoordt die afkeer twee huizen verder in een breedsprakiger variant. Achter hem staan zware houten kasten met barokke ornamenten die hij uit Duitsland en Nederland haalt en die hij in het IKEA-tijdperk steeds moeilijker aan de man kan brengen. Met de handel gaat het slecht, zegt hij, net als met mens en samenleving: „West-Europa bestaat feitelijk niet meer. De beschaving is daar ineengestort.” Moslims hebben de boel overgenomen, omdat de lokale inwoners geen morele ruggengraat tonen. „Jullie euthanaseren je ouderen, of sluiten ze op. Kerken gooien jullie dicht.”

Polen is het laatste bastion van de christelijke wereld. Dat hoor je niet alleen op straat. PiS-partijvoorzitter Kaczynski weet dat migranten in Zweden de sharia opleggen. Het regeringsgezinde tijdschrift wSieci (oplage: 70.000) kopt op de cover ‘De islamitische verkrachting van Europa’, over een foto van een halfnaakte blonde vrouw, gehuld in de Europese vlag en vastgegrepen door bruine handen. Regering en publieke omroep hebben het minder vaak over Rusland, maar waarschuwen steeds vaker voor Duitsland, een oude vijand die de Poolse soevereiniteit ondergraaft met haar vluchtelingenbeleid en economische expansie.

De begraafplaats waar Daniel Rudnicki is begraven. Foto Pieter van Os

Kleopatra

In Elk is de Istanbul Döner Kebab te vinden in een klein winkelcentrum, tegenover een meubelzaak en een elektrowinkel. Het is de oudste kebabzaak van Elk, gerund door Haci Karabulut. Zestien jaar geleden kwam hij naar Polen. In de zaak hangen een paar oriëntaals ogende lampen, de muur is overgeschilderd met een gezicht op de stad waar hij is geboren: Istanbul. Haci is getrouwd met een Poolse, net als Larbi overigens, en net als de Egyptische Pool die drie jaar geleden kebabzaak Kleopatra vestigde, aan Elks Johannes Paulus de Tweede-rotonde.

Zestiger Karabulut oogt jonger dan zijn leeftijd, met een effen gezicht, grijs haar in een scheiding, pikzwarte wenkbrauwen, grijze snor en rechte bril. Op een rustige, licht docerende toon zegt hij dat we de zaken niet te donker moeten zien. Elk is de beste plek in Polen om te wonen. Nog steeds. Van opgeschoten jongeren of racistische klanten heeft hij „zelden tot nooit” last. Zelfs Daniel was af en toe bij hem te gast. „Hij gedroeg zich volstrekt normaal.”

‘Het gezicht van alcohol’

Haci geeft toe dat het een ongewone tijd was na de onlusten. Er stond bijvoorbeeld permanent een politieauto voor de deur. Maar het incident is ook goed voor de zaken geweest. Karabulut: „Veel mensen kwamen om te zeggen: blijf. We vinden jou oké.”

Hij voerde wel lastige gesprekken met zijn werknemer Weronika, die bevriend was met Daniel. Ze wilde van Haci weten waarom „het gewoon is voor moslims om mensen zomaar dood te steken”. Uiteindelijk vertrok ze.

Haci denkt dat de mensen hem anders behandelen omdat hij Turk is, geen Arabier. De Egyptische eigenaar van Kleopatra, Hisham Gonem, kan dat moeilijk geloven. Ook weerspreekt hij de burgemeester, die ons vertelt: „die nacht zagen we het gezicht van alcohol, niet van racisme”.

Gonem is ingenieur, gespecialiseerd in airconditioning. Zeven jaar geleden kwam hij naar Warschau, studeerde af, trouwde met een Poolse, zocht een tijd naar een baan („airconditioning heeft in Polen misschien geen topprioriteit”) en besloot een kebabzaak te openen. Marktonderzoek leerde hem: in Elk is nog plaats. „Ik was bang na de aanval op de Prince Kebab, absoluut. De politie kwam vertellen dat ze de situatie niet meer onder controle had. Het duurde een maand voor de sfeer weer normaal was.”

Het huis waar Daniel opgroeide in Slucz. Foto Pieter van Os

Terwijl Hisham wel wat gewend is. Dronken klanten scheurden al eens een werknemer het T-shirt van het lijf. „Soms vragen mensen zomaar, out of the blue: waarom bent u hier eigenlijk?”

En, vragen we. Waarom blijft hij? „Polen houden van kebab”, antwoordt Hisham.

Tomasz Andrukiewicz, de burgemeester van Elk, heeft een kapsel dat populair is in Polen: zijkanten weggeschoren, grote kuif bovenop. In zijn gelikte kantoor vertoont hij een typerend trekje van de academisch geschoolde Pool: het antwoord op de eerste vraag van een buitenlandse journalist beginnen in een ver verleden. Bij hem is het de zestiende eeuw.

Andrukiewicz noemt alle bevolkingsgroepen op die destijds samenleefden in Elk. Hij bedoelt ermee: Elk is niet racistisch. De geschiedenis maakt dat onmogelijk en ik, de burgemeester, bewijs het. Bovendien hebben de Poolse media het allemaal vreselijk opgeklopt.

Opvallend genoeg ligt het verleden van Elk niet in Polen, maar in Duitsland. Oost-Pruisen, om precies te zijn. Tot 1945, toen viel de regio aan Polen toe en moest de bevolking vertrekken. De nieuwe inwoners kwamen uit het oosten. Nu zijn ze helemaal van Elk, zo blijkt als Andrukiewicz over Daniel praat. „Daniel woonde slechts sinds twee jaar in Elk. Hij was geen bekend figuur in onze gemeenschap, wel bij de politie.”

Chips

De chips met kebabsmaak. Foto Bartosz Jozefiak

Voor een van de winkels staan twee vijftigers met slecht onderhouden gebitten. We vragen wat hun werk is. Ze antwoorden: „Voor de winkel staan.” Ze lachen er zelf om.

Een vrouw komt op ons af. Ze vertelt over Daniel en krijgt tranen in haar ogen. Haar zonen waren bevriend met hem. Twee werken er in Nederland, zelf werkt ze bij haar schoondochter in de winkel. „Daniel heeft een moeilijke jeugd gehad, zijn moeder een nog zwaardere tijd. Zijn vader had problemen in zijn hoofd.”

Als de schemering valt, zijn alleen de tieners nog op straat, bij de bushalte. In Slucz is geen bar, drank komt uit de winkel. Daar hebben ze ook chips. Drie smaken: naturel, paprika en kebab.

    • Roeland Termote
    • Pieter van Os