‘Dit vergt het uiterste van je kunnen’

Fred Westerbeke

Hoofdofficier Fred Westerbeke leidt het team dat strafrechtelijk onderzoek doet naar het neerhalen van vlucht MH17. „Die Boekraket is niet zomaar even in verkeerde handen terechtgekomen.”

Fred Westerbeke: „Tijd kan in je voordeel werken. Mensen krijgen wroeging. Of ze willen pas praten als hun veiligheid is verzekerd.”

Een interview wil Fred Westerbeke graag geven, aan het einde van een jaar waarin veel Nederlanders ongeduldig zijn geworden en eindelijk wel eens willen weten wie verantwoordelijk zijn voor de ramp, ruim drie jaar geleden, met vlucht MH17.

Westerbeke (55) is hoofdofficier van het landelijk parket in Rotterdam en belast met de leiding van het Joint Investigation Team (JIT). In dit team werken Nederland, Oekraïne, Maleisië, Australië en België aan het strafrechtelijk onderzoek naar de crash op 17 juli 2014. Het toestel van Malaysia Airlines werd boven Oost-Oekraïne neergeschoten door een Boekraket. Alle 298 passagiers en bemanningsleden, onder wie 196 Nederlanders, kwamen om het leven. We spreken Westerbeke op het landelijk parket in Rotterdam.

Hoe kijkt u op dit jaar terug?

„Er is geen onderzoek waar zo veel politiemensen op hebben gewerkt. Je praat over gemiddeld vijftig tot zeventig mensen fulltime. Dat is veel. En terecht, want het gaat om een vreselijke misdaad. Daar komen de mensen vanuit de vier landen waar we mee samenwerken nog bij. Met name uit Australië zijn nog veel politiemensen betrokken, hier en in ons field office in Kiev.”

Veel mensen zeggen: kan het onderzoek niet wat sneller?

„Dat snap ik heel goed. Mensen die emotioneel betrokken zijn, omdat ze nabestaande van slachtoffers zijn, die zeker in deze tijd van het jaar terugdenken aan hun geliefde, vragen zich dat af. Anderzijds zijn er veel onderzoeken die vier, vijf, zes jaar duren. We hebben coldcaseonderzoeken uit de vorige eeuw. Onlangs is in Duitsland de rechtszaak begonnen naar een muziekfestival waarbij mensen zijn doodgedrukt, zeven jaar na dato. Ik kan niet zeggen hoe vlot het gaat. Wel dat wij er alles aan doen om de waarheid boven tafel te krijgen.”

Voor de buitenwereld lijkt er weinig te zijn gebeurd.

„Het lijkt stil, maar er gebeurt heel veel. We zitten niet in een dead end. Integendeel. We vinden nog steeds materiaal. Laat ik een voorbeeld noemen. Inlichtingendiensten uit Oekraïne hebben honderdduizenden telefoongesprekken op genomen in wat voor hen terrorismeonderzoeken zijn. Daaruit komen nu nog vele opnames beschikbaar, door afronding van de strafzaken kunnen ze nu pas worden vrijgegeven. Het is zoeken naar een aantal spelden in een hooiberg. Maar er zitten relevante gesprekken in. Ze brengen ons naar getuigen en mogelijke verdachten. De plaat wordt ingekleurd. Getuigen zijn ongelofelijk belangrijk. We proberen mensen over de streep te krijgen. Eén getuige kan genoeg zijn voor de inkleuring die we nodig hebben.”

Is het niet laat om nu nog getuigen over de streep te trekken?

„Tijd kan in je voordeel werken. Mensen denken: dit moet tot klaarheid worden gebracht. Ze krijgen wroeging. Of ze willen pas praten als hun veiligheid is verzekerd. Daar hebben wij voorzieningen voor. Tot op de dag van vandaag zoeken mensen contact met ons. Dat is niet gemakkelijk overigens, ze zitten bijvoorbeeld in gebieden waar wij niet kunnen komen. Ik ga geen details vertellen, maar er zijn methoden voor veilige communicatie.”

U vertelt bijna nooit iets over uw resultaten. Dat maakt de weg vrij voor allerlei theorieën.

„We hebben geen nieuw materiaal naar buiten gebracht, maar dat doet justitie in lopende strafzaken nooit. Je kunt er je eigen onderzoek mee in de problemen brengen. Rechters nemen daar ook aanstoot aan, die vinden dat bewijsmateriaal op de zitting behoort te worden getoond. En terecht. Veel mensen vragen: wanneer komt jullie rapport uit? Maar er komt geen rapport. Er komt een strafdossier en dat gaat naar de zitting. Dáár kunnen we transparant zijn. Overigens informeren we de nabestaanden wel zoveel mogelijk over waar we mee bezig zijn. We willen dat ze ons kunnen vertrouwen. We willen dat ze weten dat allerlei complottheorieën niet kloppen. Ik heb hun vaker gezegd: joh, ik zou niets liever willen dan veel meer vertellen, maar ik zou daarmee het onderzoek in gevaar brengen. Ik heb het volle vertrouwen dat we gaan slagen, dat we een aantal mensen ter verantwoording kunnen roepen.”

Is het een moeilijk onderzoek?

„We hebben vorig jaar september naar buiten gebracht wat zich precies heeft afgespeeld. Dat was in de Nederlandse opsporing nog nooit gedaan. We hebben verteld dat MH17 met een Boek naar beneden is geschoten, waar de Boek vandaan kwam, en dat er ongeveer honderd persons of interest bij de operatie betrokken waren. Maar we hebben toen ook gezegd: het moeilijkste werk moet nog komen. We hebben te maken met lastige omstandigheden. We konden daar niet vrijuit met getuigen praten. Forensisch was het heel ingewikkeld. Dat is niet veranderd. Er vindt een burgeroorlog plaats. We kunnen daar niet komen. Het gebied is nog steeds in handen van wat veel mensen separatisten noemen. Inmiddels zoomen we in op de verantwoordelijkheid van bepaalde mensen. Wie zijn eventuele verdachten? Wat hebben ze gedaan? Wat hebben ze geweten? Wat was hun opzet? Dat is nóg ingewikkelder dan vaststellen wat er precies is gebeurd.”

Waar focust u precies op?

„Waar we vooral naar kijken, is de precieze context van de gebeurtenissen. Die context hebben we vorig jaar ook al in algemene zin geschetst. Er was sprake van een gewapend conflict, dat zich zowel op de grond als in de lucht afspeelde en waarbij de separatisten in de dagen voor 17 juli 2014 ernstige verliezen leden. Zij hadden behoefte aan een luchtafweersysteem en hebben dat gekregen, namelijk een Boek. Wat voor ons in die situatie ongelofelijk belangrijk is om te weten is: wat heeft nou gemaakt dat die Boek is ingezet om een verkeersvliegtuig naar beneden te halen, en niet een gevechtsvliegtuig of een Antonov van Oekraïne? Wat waarschijnlijk de bedoeling is geweest.”

U gaat er dus vanuit dat MH17 min of meer per ongeluk is neergehaald?

„Heel veel materiaal wijst op dit scenario. En dus is het belangrijk om te weten hoe dat is gegaan. Want dat iets ‘per ongeluk’ gebeurt, betekent niet dat je niet strafrechtelijk aansprakelijk bent.” Hij slaat zijn rechterhand voor beide ogen. „Laat ik deze vergelijking eens maken. Als ik met mijn handen voor mijn ogen mijn pistool op een groep mensen leegschiet, dan kan ik zeggen dat ik niet iemand heb willen doden. Maar als dat vervolgens gebeurt, ben ik wel verantwoordelijk. De vraag is: wat wist de bemanning van de Boek? Wat wist de leiding? Op basis van welke informatie zijn ze tot beslissingen gekomen, en wat is hun toe te rekenen? Om dáár meer zicht op te krijgen, zijn getuigen zo belangrijk.”

Dat die Boek daar stond, is nog geen misdaad? Omdat het oorlog was?

„Nou, het was formeel geen oorlog. Het was een burgeroorlog. Vergelijk het met een groep Nederlanders die opstaat en zegt dat ze bij Duitsland willen horen. Zeg dat Twente een oorlog begint met steun van Duitsers, dan zeggen wij niet dat dat een oorlog is, dan is dat een terroristische daad. Zo moet je dat beschouwen.”

Maar het neerhalen van MH17 was niet een domme actie van een dronken militair of zoiets?

„Dat ligt niet voor de hand. Om een Boek af te schieten, moet je behoorlijk zijn opgeleid. Er zijn meerdere mensen bij betrokken. Dat ding is niet zomaar even in verkeerde handen terechtgekomen.”

Als het een beoordelingsfout is geweest, dan is die door meerdere mensen gemaakt?

„Laat ik het zo zeggen: er zijn meerdere mensen betrokken geweest bij de operatie. De kans is nihil dat dit een persoonlijke fout van één persoon is geweest.”

Hoe kunnen meerdere mensen zo’n blunder begaan?

„Dat is exact waar ons onderzoek zich op richt. Uw vraag geeft aan waarom dit geen eenvoudig onderzoek is.”

Bij het gesprek is ook de woordvoerder van Westerbeke aanwezig. Hij neemt het woord en zegt: „Voor alle duidelijkheid: dit is een onderzoeksrichting. Er is nog geen voorlopige conclusie dat het ‘per ongeluk’ is gebeurd.” Westerbeke: „Het is een reëel, heel belangrijk scenario dat wij onderzoeken.”

Het is in elk geval een reëler scenario dan dat MH17 is neergeschoten door een Oekraïens gevechtsvliegtuig, zoals de Russen ooit stelden.

„Dat is door ons naar het rijk der fabelen verwezen. De Russen zijn gaan schuiven. Het verhaal over het gevechtsvliegtuig bleek later aantoonbaar onjuist. De Russen zijn hun scenario gedurende drie jaar steeds gaan veranderen, gelijk oplopend met bewijsmateriaal dat wij in handen kregen. Dat is op zichzelf een opvallend gegeven.”

Een soort compliment aan u.

„Tja. Ze kregen het kennelijk steeds moeilijker. Hun laatste scenario is dat er weliswaar een Boek aan te pas is gekomen, maar dat die vanuit een ander gebied is afgeschoten. Twee jaar na dato kwamen ze ineens met nieuwe radargegevens waarop geen Boek te zien is en dus, zeiden zij, was de Boek er niet. Die stelling klopt niet. Wij hebben dat steeds genoemd: the absence of evidence is not the evidence of absence. Iedere radardeskundige kan uitleggen dat een Boekraket vanwege z’n kleine oppervlak en z’n snelheid van drie keer het geluid naar alle waarschijnlijkheid ook op goede radarbeelden niet te zien is.”

De Russen zeiden ook dat de Boek uit een ander gebied was afgevuurd.

„Ze zeiden dat hij uit een ander gebied kon zijn afgeschoten. Maar dat andere gebied was ook in handen van de separatisten. Bijzonder. Mag ik dat zo noemen?”

U spreekt over de radargegevens waarover eerder zoveel te doen is geweest. Wat staat er op?

„We hebben meteen gezegd: we gaan de radargegevens bestuderen en voegen ze toe aan het dossier. Het onderzoek had voor ons niet de grootste prioriteit qua tempo. Omdat hun stelling al niet klopte. Als er niets op te zien is, dan zegt dat niks. We zijn er nu bijna mee klaar. Maar ik ga er nog niks over zeggen.”

De radarbeelden doen er toch sowieso niet veel toe? Er is een overweldigende hoeveelheid ander bewijs?

„Dat is het. We hebben zó veel materiaal over wat er is gebeurd, dat er geen enkele twijfel meer kan bestaan dat het zo is gegaan. Er is een overdaad aan bewijs. Aan wettig en overtuigend bewijs. Hou dus op onrustig te zijn over radargegevens.”

Hoe verloopt de samenwerking met Rusland?

„Je moet onderscheid maken. Ik heb te maken met mijn collega van het Openbaar Ministerie aldaar. Wij doen rechtshulpverzoeken. We hebben veel materiaal gekregen. Dat heeft tijd nodig. Iets anders is wat de regering van de Russische Federatie naar buiten brengt. Als die andere lezingen naar buiten brengt, heb ik daar wel mijn bedenkingen bij, maar het bemoeilijkt niet de samenwerking met mijn Russische collega’s.”

Nee? Omdat uw Russische collega net zo onafhankelijk van de politiek opereert als u hier?

„Dat is moeilijk te beoordelen. Dat er invloed zal zijn, neem ik zomaar aan, maar ik zie het wel als twee gescheiden kanalen. Ik heb in elk geval niet met officiële regeringsstandpunten te maken, maar met m’n eigen onderzoek.”

Er zijn regelmatig publicaties over mogelijke verdachten, zoals een Russische generaal Tkatsjov, en een oud-kolonel Doebinski. Kloppen die?

„Wij doen geen uitspraken over personen en hun betrokkenheid. Dat ga ik ook in dit interview niet doen. Maar alle materiaal in media, op internet of van onderzoekssite Bellingcat, is brandstof voor ons onderzoek. Voor ons is iedere identificatie van een persoon die wij zoeken interessant.”

Maar verrast die informatie u?

„Wij zijn nog nooit verrast door dit soort berichten. Wij hebben de mensen die worden genoemd heel goed in de smiezen. Wat er in de krant staat, daar zijn wij al maanden mee bezig. De inhoud van deze berichten kennen wij vaak allang. Dáár zijn die tientallen mensen bij ons dagelijks mee bezig.”

Kunt u verdachten strafvermindering aanbieden?

„In het Oekraïens recht zijn mogelijkheden van strafvermindering in ruil voor het geven van verklaringen. Als een MH17-verdachte een essentiële bijdrage levert aan het onderzoek, kan er met ons een deal worden gesloten over korting op de door ons te eisen straf. Dat kan in Nederland maximaal de helft zijn. Stel dat iemand een x-aantal jaren kan krijgen voor het vervoer van de Boek, dan kunnen wij de straf met de helft verminderen.”

Wel jammer dat Rusland geen onderdanen uitlevert, niet?

„Stel dat we straks te maken hebben met Russische verdachten, dan is de vraag: kunnen we ze horen? Ja, dat moet mogelijk zijn want dat kan in het kader van rechtshulp.”

Maar uitleveren gaat niet.

„Ze mogen geen mensen uitleveren ten behoeve van een berechting elders. We zien het als het zover komt. Ik heb geleerd een trap per trede op te lopen.”

Straks heeft u een mooi dossier en komen de verdachten niet naar de rechtbank. Is dat niet frustrerend?

„Ik zou het wel heel erg jammer vinden. Als dat gebeurt, is dat second best. Frustrerend is niet het woord dat in mij opkomt.”

En dat de berechting in Nederland zal zijn? Niet een VN-tribunaal?

„Dat de internationale gemeenschap de berechting aan Nederland toevertrouwt, is waardering voor het Nederlandse rechtsstelsel. Dat is mooi. Verder zijn alle rechtsregels in een bestaand rechtssysteem uitgesponnen. Er is jurisprudentie. Alles wat je aan rechtsvragen kunt krijgen, is al eens aan de orde geweest. Dat geeft een stuk voorspelbaarheid in de vervolging. Dat is een voordeel boven een tribunaal. Bij het oprichten van een tribunaal moet het recht nog worden gevormd.”

Het is zelfs beter dan een tribunaal?

„Als vakman, als officier van justitie, heb ik een voorkeur voor berechting in een bestaand, onafhankelijk systeem. Het is wel belangrijk dat de berechting een internationale uitstraling krijgt. Die moet internationaal te volgen zijn, via een website, met tolken en ondertiteling. Daar zijn we over aan het nadenken.”

De Nederlandse regering wilde niettemin juist wel een VN-tribunaal.

„Je kunt er op twee manieren naar kijken. Ik kijk er vakmatig naar. Het allerbeste zou, vind ik ook, toch een VN-tribunaal zijn geweest. Het voordeel daarvan is dat alle landen aan de voorwaarden daarvan gebonden zijn. Daar zou ook Rusland een bijdrage aan moeten leveren.”

En verdachten moeten uitleveren.

„Volgens mij wel, ja.”

Hoe ervaart u dit werk persoonlijk?

„Het is niet de enige klus die ik doe. Wel de belangrijkste. Ik heb vaak nabestaanden gesproken. Ik zie wat dit onderzoek voor hen betekent, dat maakt dat je tot in iedere vezel van je lijf gemotiveerd bent om dit tot een goed einde te brengen. Net als alle andere collega’s van politie en Openbaar Ministerie die met dit onderzoek bezig zijn. Een moeder heeft me ooit een foto van haar omgekomen kind gestuurd. Die foto staat thuis op mijn bureau. Laat ik er niet dramatisch over doen. Ik kijk regelmatig naar die foto.

„Professioneel is het de grootste uitdaging die ik ooit heb gehad. Ik werk nu 36 jaar als politieman en officier en dit is wel het meest ingewikkelde wat ik ooit op mijn nek heb gehad. Het vergt het uiterste van je kunnen.”

Is het lastig om overal op dit onderzoek te worden aangesproken?

„De lastigste momenten zijn als er dingen worden gezegd die gewoon niet kloppen, vooral voor de nabestaanden. Het enige wat ik dan kan doen is herhalen: maak je niet ongerust, vergeet de indianenverhalen, we gaan onverdroten verder.”

Wanneer bent u klaar?

„Dat kan ik niet zeggen. Het bouwen van een huis kun je redelijk plannen. Je weet wanneer materialen komen. Wij weten dat niet. Je bent afhankelijk van je eigen professionaliteit, maar ook van een meevaller. En met getuigen moet je soms een beetje geluk hebben. Met iemand die zegt: en nou ben ik het zat, ik kom. We zijn klaar als het zo ver is. Het moet zorgvuldig en volledig gebeuren. ”

Wat gebeurt er als je niet zorgvuldig te werk gaat?

„Wat in iedere strafzaak speelt, is de vraag: kan er aan het bewijs een andere uitleg worden gegeven? Dat is de kern van het bekende Meer en Vaart-arrest van de Hoge Raad. Als je met het bewijsmateriaal een alternatief scenario niet kunt uitsluiten, dan is de zaak niet rond, dan wordt het vrijspraak. Wij moeten alle alternatieven kunnen uitsluiten.”

    • Arjen Schreuder