Recensie

De stad heeft er weer wat ereburgers bij

Wim de Jong is culinair recensent in de regio Rotterdam.

Walter Herfst

Een bladgouden standbeeld van de een of andere Griekse godin hadden we er al, net als een sculptuur van Willem de Kooning, een nieuw CS, een Holland Casino en een grote kerstboom. Maar een aantrekkelijke stadsboulevard kun je het Weena toch nog steeds moeilijk noemen, ook al vanwege die grijze, saaie hoogbouw aan weerszijden. Mijn eerste reactie op de aankondiging dat er een restaurant van Jamie Oliver (zijn tweede in Rotterdam, na Jamie’s Italian) aan die tochtige racebaan zou worden toegevoegd, was dan ook: „Hè? Op díe plek?!”

Ik keek er daarbij nogal van op dat het een in Amerikaanse stijl ingerichte hamburgerzaak betreft. Direct tegenover het W200-gebouw waarin Jamie’s Diner sinds deze maand is gevestigd, zit per slot van rekening ook Mad Mick’s Breakaway, een Yankee sportsbar met een overeenkomstige formule. En los daarvan: hoeveel hamburgerrestaurants kan een stad hebben voordat ook de meest monomane liefhebbers er schouderophalend aan voorbijlopen?

Enfin, er zullen redenen voor zijn dat Jamie Oliver dankzij zijn ondernemerstalent en fijne culinaire neus tot multimiljonair kon uitgroeien, en ik bepaald niet. Petje af dat hij zich ook in dit segment van de horeca nog weet te onderscheiden, want we eten op een van de eerste openingsavonden in Jamie’s Diner twee prima hamburgers van zijn hand. Zowel de ‘Isanity’- als de ‘Classic cheese’-variant kan zich moeiteloos meten met wat de concurrentie er op dit gebied van bakt. Volgens de twee kenners aan mijn tafel hebben we er zelfs meteen een stel ereburgers in Rotterdam bij.

Puntje extra ook voor de speciaal voor het restaurant gebakken broodjes van Jordy. Om te onderstrepen dat er ook anderszins met de beste ingrediënten wordt gewerkt, gaat de bediening in T-shirts met het opschrift No Porkies gekleed. Hoewel verder nergens nader uitgelegd, lees je ook op verschillende plekken dat het rundvlees uit fokkerijen van higher welfare is.

Nobel, maar daar moet dan wel de kanttekening op volgen dat het geen goedkope grap is, streetfood van Jamie Oliver. De ‘veggie’ burger (van quinoa) staat op de kaart voor 15 euro, de duurste voor drie euro meer. Eén van de ‘sides’ is gratis, voor meer betaal je bij. Frites, sla, maïs, pulled pork en uienringen kosten afzonderlijk nog eens drie euro, een topping van Old Rotterdam-kaas een euro. De prijzen van de andere gerechten (ribs, steaks, kip, calamares, superfoodsalades) wettigen eveneens de indruk dat Jamie’s Diner het niet van de Big Mac- en Dubbele Whopper-doelgroep moet hebben.

De zuigkracht die het Hard Rock Café 35 jaar geleden uitoefende op de twintigers van toen, functioneert ook weer op vol vermogen in Jamie’s Diner

Ook hier kan weer een kanttekening bij worden gemaakt, aangezien het restaurant zich in aankleding en herrie juist voorál op een jong uitgaans- en winkelpubliek lijkt te richten. De zuigkracht die het Hard Rock Café 35 jaar geleden uitoefende op de twintigers van toen, functioneert ook weer op vol vermogen in Jamie’s Diner: harde muziek, neon, personeel uit alle delen van de wereld, bartenders die zo uit een film of van een sjouwklus ‘backstage’ zijn weggelopen, en een permanente sfeer van ‘meemaken = meebeleven’.

Mijn opmerking dat veertiger Jamie zich misschien toch wat al te zeer van zijn ouwelijke en sentimentele kant laat zien, wordt aan mijn tafel smadelijk weggelachen. Behalve hamburgerkenners zijn mijn tafelgenoten namelijk ook op de hoogte van de laatste modetrends: alles uit de eighties is nu juist hartstikke ín. Dus – logisch! – ook de terugkeer van een Hard Rock-achtig Café. Als een bar-restaurant van dit type trouwens al ooit is weggeweest: het altijd drukbezette Mad Mick’s Breakaway aan de overkant van de straat mag het bewijs vormen van het tegendeel.

Over een paar maanden zal Jamie’s Diner het Weena nog wat verder opvrolijken met een groot terras, en wordt naar meer Nederlandse steden uitgebreid.