‘De eerste jaren reed ik huilend van heimwee over de grachten’

Spitsuur Oliver Rommes (36) en Tessa Bouw (39) waren buren toen ze elkaar leerden kennen. Na een paar maanden samen bleek Tessa zwanger te zijn. „We hebben toen nog een tijd in allebei de huizen gewoond.”

Tessa: „De eerste jaren had ik zo’n heimwee naar Amsterdam. Nu wil ik niet meer terug.” Oliver: „Ik was vanaf dag één al blij. Ik bleek een dorpsmens.” Foto David Galjaard

Tessa: „Ik kocht op mijn dertigste een huis in Amsterdam Oud-West. Echt zo’n typisch appartement voor een persoon.”

Oliver: „Ik had een half jaar daarvoor precies zo’n appartement gekocht, twee verdiepingen erboven. We deelden de voordeur.”

Tessa: „Mijn hond Morris blafte telkens als er iemand de gang opkwam. Het eerste contact tussen ons was dat ik mijn hond aan hem voorstelde, in de hoop dat Morris zou stoppen met blaffen.”

Oliver: „Morris de matchmaker.”

Tessa: „Twee weken later stond Oliver aan de deur met een fles rum. We hebben de hele avond gepraat en gelachen. Vanaf dat moment waren we samen.”

Oliver: „Een paar maanden later bleek Tessa zwanger te zijn.”

Tessa: „We hebben eerst nog een tijd in allebei de huizen gewoond. We sliepen bij Oliver en leefden bij mij op de begane grond. Maar toen de tweede op komst was verhuisden we naar Overveen. De eerste jaren reed ik huilend over de grachten als ik even terug was in Amsterdam. Zo’n heimwee had ik. Inmiddels wil ik niet meer terug.”

Oliver: „Ik was vanaf dag één al blij. Ik bleek een dorpsmens te zijn.”

Geen weekend

Oliver: „Ik ben gezagvoerder, ik vlieg nu tien jaar. Bij KLM werken we met roosters van vier weken: van elke 28 dagen werk ik 17 dagen. Soms ben ik een paar dagen en nachten achter elkaar weg, daarna ben ik weer een paar dagen thuis. Ik sta de helft van de week om 4 uur ‘s ochtends op, maar het kan ook zijn dat ik pas in de middag of in de avond hoef te beginnen.”

Tessa: „We kunnen dus nooit verder dan vier weken vooruit plannen. Zodra zijn rooster bekend is ga ik met de papieren agenda aan tafel zitten en kijk ik wanneer ik moet werken en waar de gaten in de opvang voor de kinderen zitten.”

Oliver: „Als de planning rond is, gaat het in de digitale agenda.”

Tessa: „Ik werk fulltime als interim-marketingmanager en werk vaak een paar maanden bij een opdrachtgever op kantoor. Mijn werk vind ik super leuk, dus in het weekend of ‘s avonds werk ik nog weleens door. Eigenlijk kennen wij geen weekend, alles loopt in elkaar over.”

Oliver: „Het is lekker aanpoten, maar voor ons werkt het goed. In Nederland plant iedereen een jaar van te voren de agenda al helemaal vol. Wij plannen andere activiteiten dan school, sport en werk niet ver vooruit, waardoor we juist vaak ad hoc kunnen afspreken. En als ik echt een dag vrij moet hebben neem ik gewoon een vrije dag op.”

Tessa: „Maar die bewaren we meestal voor speciale dingen zoals voorstellingen van de kinderen of verjaardagen. In september vroeg iemand of we meegingen naar een concert in mei. Maar we weten nog niet of dat kan.”

Bioscoopavond

Oliver: „Het voordeel van zo’n rooster is dat ik op doordeweekse dagen thuis ben en de kinderen vaak zie.”

Tessa: „En op de schaarse momenten dat we allebei thuis zijn kiezen we er bewust voor de tijd samen door te brengen. Dan gaan we spontaan naar het museum of naar het bos. Of we doen thuis een bioscoopavond met borrelhapjes. Lichten uit, film kijken met z’n allen.”

Oliver: „Gemiddeld drie keer in de week hebben we een oppas nodig. Op de dagen dat we allebei aan het werk zijn, komt Miek. Zij is al zes jaar bij ons, ze is een familielid geworden. En dan hebben we nog een drietal meiden die komen: de flexibele schil.”

Tessa: „Zaterdag is het bij ons spitsuur. Alle kinderen moeten dan naar sportclubjes – Maes voetbal, Ella hockey en Benthe naar ballet. Helemaal als Oliver er niet is, is het hectisch.”

Spierballen vergelijken

Tessa: „Alle vaste activiteiten staan bij ons op losse schroeven. Zelfs een vast sportmoment inplannen lukt niet. Dat doen we nu dus allebei met een personal trainer. We hebben hier zo’n bal, stang en gewichten thuis. Die trainer komt twee keer in de week.”

Oliver: „Ik sport ook steeds meer, maar dat heeft een lange aanloop gehad. Nu probeer ik een à twee keer in de week te sporten, ook als ik op reis ben. Het scheelt wel om fitter te zijn.”

Tessa: „Ik heb altijd veel gesport. Het liefst zou ik nog meer doen, zoals bikram yoga. Maar dat krijg ik niet ingepland. Ik vind de krachttraining ook heerlijk. Spierballen vergelijken met Oliver, tegenwoordig leg ik het af.”

Opruimen

Tessa: „We verdelen onze taken fifty-fifty. Ik ben meestal pas rond zeven uur ‘s avonds thuis van werk, dus vaak kookt Oliver of de oppas.”

Oliver: „De oppas zorgt ervoor dat de kinderen in bad zijn geweest en het speelgoed is opgeruimd als we thuiskomen. Dat is heerlijk.”

Tessa: „We hebben op initiatief van de kinderen een planbord met taken gemaakt, net als op school. Een keer per week helpt ieder kind mee met koken, heel gezellig.”

Oliver: „Ik doe de boodschappen.”

Tessa: „En als hij dan een paar dagen weg is geweest, hebben wij de koelkast weer helemaal leeggegeten.”

Oliver: „Dan denk ik: ha, ik ben nodig.”

Tessa: „Als we ruzie hebben is het om opruimen. Oliver laat alles liggen.”

Oliver: „We zijn daarin echt tegenpolen. Tessa neemt veel meer initiatief, ze is een aanpakker. Maar dat is ook zo leuk aan haar.”

Tessa: „Oliver is rustiger en rechtlijniger dan ik. En hij is heel zorgzaam en charmant. Nu alleen nog opruimen. Dan zou je echt perfect zijn, haha.”

    • Charlotte van ’t Wout