Recensie

Bijna honderdtachtig jaar kijken naar bomen

Fototentoonstelling Het zijn bomen, maar vaak doen ze denken aan abstracte schilderijen. De foto’s van veertig fotografen op een tentoonstelling in Londen nodigen uit tot diep ademhalen.

Rotting Apples, uit de serie What Has Been Gathered Will Disperse, 2004 Foto Mark Edwards/Victoria & Albert Museum, London

Kijk toch eens hoe die bomen daar staan te stralen. De volrijpe granaatappels stuk voor stuk afgestoft en opgepoetst, zodat hun rode konen glimmen. De geeloranje kaki’s geboend en opgewreven tot een heldere glans. Zelfs de groene blaadjes hebben een opfrisbeurt gehad – met een doekje heeft iemand al het stof zachtjes weggeveegd.

Als supermodellen in vol ornaat, de stammen fier rechtop, zo poseren de fruitbomen voor de Israëlische Tal Shochat (1974). Ze fotografeerde ze tegen de achtergrond van een groot zwart doek. waarmee ze de bomen uit hun natuurlijke context haalt en nog eens benadrukt: ‘Zie hoe uniek dit exemplaar is!’ Het is de boom als meest perfecte expressie van alleen zichzelf, een exemplaar zoals het in de natuur nooit zou kunnen bestaan.

Rimon (Pomegranate), 2011

Foto Tal Shochat/Victoria & Albert Museum, London

De foto’s van Sochat zijn nu te zien in het Londense Victoria & Albert Museum, dat deze winter met Into the Woods – Trees in Photography een prachtige selectie toont uit de eigen fotocollectie en die van de Royal Photographic Society. Met werk van meer dan veertig fotografen en kunstenaars zien we hoe bomen hen door de jaren heen fascineerden en inspireerden.

In het begin, midden negentiende eeuw, vooral als studiemateriaal voor schilders en botanisten, of om simpelweg te documenteren hoe de bouw van een weg door een bos vorderde. Later losser, vrijer en intuïtiever. De sterk grafische patronen van takken en stammen, de structuren van basten en knoesten, de kleuren van bladeren en bloesems – de uitbundige en steeds wisselende verschijningsvormen in verschillende jaargetijden nodigden uit tot een meer artistieke, vaak lyrische benadering.

Fotografen als Edward Steichen, Paul Strand, Robert Adams en Ansel Adams werden erdoor gegrepen. Maar zelfs Henri Cartier-Bresson (1908-2004), toch vooral beroemd om zijn talent op precies het juiste moment beweging vast te leggen, is met een foto van een gekapte dennenboom op deze tentoonstelling te zien. Van een ‘beslissend moment’ is in Switzerland (1979) natuurlijk geen sprake: die boom ligt daar ook maar gewoon te liggen. Het moeten de sterk grafische vormen van de donkere, helder tegen de sneeuw afgetekende takken zijn geweest die de Franse fotograaf hebben verleid zijn lens te richten op dit roerloze tafereel.

De tentoonstelling geeft een mooie impressie van bijna honderdtachtig jaar kijken naar bomen, waarbij het meest opvallende verschil tussen toen en nu natuurlijk het gebruik van kleur is. Dat levert foto’s op die doen denken aan abstracte schilderijen, zoals de metersgrote print van de Britse fotograaf Neil Drabble (1966). Drabble fotografeerde de blaadjes van een boom vanuit het perspectief van een kind, waardoor er een abstracte kleurenexplosie ontstaat van bruine, beige, rode en groene bladeren (een Jackson Pollock!).

Bekijk een aantal van de mooiste foto’s van ‘Into The Woods’

Foto-expo: de fascinerende schoonheid van bomen

Wordt het bos tot in de zeventiende eeuw voornamelijk gezien als een goddeloze plek waar chaos overheerst – naargeestig, somber, lelijk –, dat idee verandert na de opkomst van volle steden en stinkende industrie. Vanaf die tijd zien we het bos steeds meer als een oord waar je het zuivere en het authentieke kunt vinden. Het bos als plek waar een mens tot rust kan komen, zich kan herscheppen (re-creëren) en zijn eigen nietigheid kan beschouwen ten opzichte van die ongenaakbare natuur.

Wanneer in 1839 de fotografie wordt uitgevonden, is dat het overheersende beeld – romantische schilders als Caspar David Friedrich hebben net naam gemaakt met hun majestueuze weergaven van wouden en velden, in het Franse Fontainebleau trekken de schilders van de Barbizon School de bossen in. Met in hun kielzog Gustave le Gray (1820-1884), de belangrijkste Franse fotograaf van de negentiende eeuw, die geheel in de traditie van zijn schilderende collega’s het bos vastlegt als een magische plek.

Op de tentoonstelling zien we zijn foto van een smal pad dat door het bos leidt, waarbij de rij eiken aan het eind steeds dikker wordt en ons het zicht ontneemt op wat zich daarachter bevindt. Zijn Bas-Breau, Forest of Fontainebleau (1851) is daarmee een van de vroegste voorbeelden van een bos-foto, geen enkel ander doel dienend dan een esthetisch doel.

Volstrekte eenzaamheid

Het bos als plek om tot jezelf te komen, liefst alleen, is een veel terugkerend thema op de expositie. Zo verblijft de Nederlandse Awoiska van der Molen (1972) soms wekenlang in volstrekte eenzaamheid in de natuur. Op de Canarische Eilanden maakte ze een beeld van een donker bos (274-5 Sequester, 2011) waarbij je als kijker het idee krijgt dat je die afzondering en die stilte bijna kunt voelen.

Hakkoda #2, 2009. Tokihiro Sato/Victoria & Albert Museum, London

De Amerikaanse fotograaf Alfred Stieglitz (1864-1946) fotografeerde de populieren bij zijn huis aan Lake George, New York, toen zijn echtgenote, de kunstenares Georgia O’Keeffe, voor langere tijd was vertrokken naar Mexico. De eenzaamheid van deze tijdelijke scheiding deed hem zijn eigen sterfelijkheid aanschouwen, zo zei hij daar zelf over – een gevoel dat hij probeerde weer te geven in de foto’s van die eenzame, grote bomen rondom zijn huis.

En Simone Nieweg (1962), die de laatste jaren bomen en boslandschappen tot haar thema heeft gemaakt, vond inspiratie in het gedicht Waldeinsamkeit van Heinrich Heine. Waldeinsamkeit, misschien wel een van de mooiste woorden uit de Duitse taal, betekent zoiets als: alleen, maar toch op bijna spirituele wijze verbonden zijn met de natuur, met een gevoel van kalmte en rust.

De Duitse Nieweg voelt zich aangetrokken door Heines idee over het bos dat de mens bij tijd en wijle die zo noodzakelijke afzondering kan bieden. Haar foto, van een sierlijk kromgebogen dennenboom in de Franse Vaucluse, is romantisch maar heeft tegelijkertijd een eigenaardige helderheid – alsof ze je uitnodigt hier eens even heel diep adem te halen.