Waardeloos eten krijgt een nieuw leven

Voedselverspilling

In Nederland wordt jaarlijks 22 procent van het voedsel verspild. Dat wordt steeds minder vaak geaccepteerd. Sympathieke pioniers die hier tegenin gaan, zijn serieuze gesprekspartners geworden.

Foto’s iStock

In januari zijn voor het eerst in een Nederlandse supermarkt haanburgers te koop. Lidl verkoopt de burgers voor 2,49 euro in pakjes van twee. Normaal worden haantjes als ze uit hun ei komen meteen vergast, als restproduct van de pluimveehouderij.

In Onstwedde zijn dit najaar tienduizenden pukkelpompoenen gered. De reguliere handel weigerde de door de hagel verminkte pompoenen af te nemen. Na ophef over het afkeuren van 125.000 prima smakende pompoenen, vond bijna de helft alsnog een bestemming.

Wat hebben leghaantjes en pukkelpompoenen met elkaar gemeen? Ze tonen dat voedselverspilling een probleem is dat we niet meer klakkeloos accepteren. Dat is niet alleen een gevoel dat wordt uitgedrukt in steunbetuigingen op Facebook, de trend is ook terug te zien bij bedrijven die afgeschreven, afgekeurde, afgedankte groente en vlees waarde geven door er nieuwe producten van te maken. Ze groeien in omzet, volume en verkooppunten.

Consument grootste verspiller

In Nederland wordt 22 procent van het voedsel verspild. Consumenten zijn de grootste verspillers, maar ook in de landbouw en distributie, in fabrieken en winkels gaat veel eetbaar voedsel verloren, in totaal circa 2 miljoen ton. De bokjes (waardeloos omdat ze geen melk geven) en de haantjes (waardeloos omdat ze geen eieren leggen) komen daar nog bovenop.

„Toen we vijf jaar geleden begonnen, was de aandacht voor verspilling bedroevend”, zegt directeur Bob Hutten van de Verspillingsfabriek, waar overbodig voedsel tot onder meer soepen en sauzen wordt verwerkt. En ook vorig jaar mopperde Hutten nog dat het allemaal niet opschoot. De verkoop viel tegen, supermarkten waren niet geïnteresseerd. Nu, eind 2017, is Hutten optimistischer. Volgend jaar draait hij quitte en zullen de soepen in heel Nederland te koop zijn – al kan Hutten nog niet zeggen welke „grote retailpartij” daarvoor getekend heeft.

Een rondgang langs kleine en iets grotere opwaardeerders van verspild voedsel levert vergelijkbare verhalen op: 2017 was het jaar waarin ze van sympathieke initiatiefjes ineens serieuze gesprekspartners werden van cateraars, groothandel, distributeurs, supermarkten. Kromkommer levert sinds kort soep aan grootverbruikers zoals bedrijfscateraars en kantines van hogescholen. ThijsTea, ijsthee met ‘second hand’ fruit, is te koop bij luxe supermarkt Marqt en mag het volgend jaar proberen bij Jumbo. Een collectief van negen Brabantse geitenhouders levert, via poelier Ruig, bijna duizend bokjes per jaar aan groothandel Sligro. Geen groot volume, maar de vraag groeit gestaag, volgens Sligro.

Je kunt het een druppel op een gloeiende plaat noemen. Wat zijn duizend bokjes op een populatie van 350.000 geiten? Of het wordt misbruikt voor greenwashing: zo maakt Jumbo goede sier met ketchup van de Verspillingsfabriek, terwijl de meeste groente met een cosmetische afwijking de winkel nooit haalt. Maar nu er eindelijk iets op gang komt, wordt ook zichtbaar waar de hobbels zitten. En dat er iets moet veranderen.

Vegetarische geitenhouder

De Bokkenbunker wordt bestierd door waarschijnlijk de enige vegetarische geitenhouder van Nederland, Lydia van Maurik. „Professioneel eet ik vlees, privé ben ik vegetariër.” In 2015 bracht ze drie bokjes groot, dit jaar wist ze met acht biologische geitenhouders zo’n vijfhonderd bokjes aan de man te brengen, vooral restaurants. „Je belt me op een kantelpunt”, zegt ze. „Ik heb in één jaar bereikt waar ik vijf jaar voor had uitgetrokken. Maar als je iets nieuws doet, loop je tegen oude systemen aan.”

Van Maurik is uit de kosten maar ze kan nog niet van leven van haar werk, terwijl het inmiddels wel een dagtaak is. Het afmesten van bokjes voor de slacht brengt kosten met zich mee die moeten worden doorberekend tot aan het bord. „Het grootbrengen van bokjes zou je eigenlijk moeten meetellen als je geiten houdt. Maar dat gebeurt nu niet, en er is in de keten van boer, slachterij, groothandel en klant weinig bereidheid om die kosten te delen.”

Dat ‘afval’ geen waarde heeft, geldt niet alleen voor geitenbokjes. Groente en fruit worden vergist, verbrand of verwerkt tot diervoeder. Stukken gember die te groot zijn voor de verpakking kun je goedkoper weggooien dan voor iets anders gebruiken – ThijsTea moet iemand betalen om die stukken er bij de band uit te vissen.

De vraag is wanneer we met z’n allen het waardeloze economische betekenis geven. Bob Hutten zegt: „Ik wil graag een beetje winst maken, maar veel belangrijker is het om een ecosysteem te bouwen waarin iedere ondernemer die voedsel verspilt dat beter kan verwaarden.” Afgelopen jaar kwamen er 28.000 mensen bij zijn fabriek in Veghel kijken – van huisvrouwen tot minister Carola Schouten van Landbouw (ChristenUnie). Concurrenten zijn ook welkom. „Er wordt genoeg verspild voor ons allemaal.”

Hutten werkt intensief samen met Wageningen University & Research, waar Toine Timmermans zich bezighoudt met duurzame voedselketens. Volgens hem is het moment gekomen dat de massa mee moet doen. „Wat we nodig hebben, zijn goede producten die op grotere schaal, en goed zichtbaar in het schap, te koop zijn voor iedereen. Ondersteund door goede marketing.”

In 2017 was er de wil, in 2018 moet de weg worden aangelegd. Voor kleine spelers is het moeilijk een hoekje in het supermarktschap te bevechten en daar dan gezien te worden door de consument. Volgend jaar begint in Wageningen een experiment bij een supermarkt die in één klap vier meter schapruimte vrijmaakt voor verspillingsproducten. Met als doel dat uit te breiden naar andere vestigingen. Timmermans: „Grote bedrijven komen niet met de initiatieven, maar kunnen ze wel groot maken. We kunnen de verspilling halveren als iedereen meedoet.”

    • Martine Kamsma