Opinie

Praat maar niet meer over uw geloof, Aboutaleb

Door de definitie van ‘salafisme’ zó op te rekken, ridiculiseert de Rotterdamse burgemeester AIVD-waarschuwingen, betoogt .

Portret van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb. Foto ANP / Robin Utrecht

Geen Kerst in Nederland zonder ophef over de islam. Ditmaal naar aanleiding van het ontbreken van een kerstboom bij de kersttoespraak van de koning, en een interview van de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, aan het programma Dit is de Dag op NPO Radio 1. Hierin verkondigde hij dat hij eigenlijk ook een soort salafist is. Volgens de burgemeester willen salafisten heel graag op de Profeet Mohammed lijken, en daarmee is iedere moslim dus een beetje een salafist, hijzelf incluis.

De usual suspects grepen de uitspraken direct bij de horens om het aftreden van de burgemeester te eisen. Dat is natuurlijk overdreven, maar het neemt niet weg dat de woorden van Aboutaleb onhandig en stigmatiserend zijn. Bovendien maakt het een serieus debat over de problematiek van het salafisme onmogelijk, problematiek waar veel burgers toch al geen touw aan kunnen vastknopen.

Aboutaleb beweert dat salafisten alleen maar de Profeet na willen doen, maar dit is wel een zeer simplistische weergave van deze geloofsstroming. Het salafisme streeft in tegenstelling tot traditionele moslims namelijk een strikt literalistische benadering van Koran en Hadith na, waarbij er geen ruimte is voor interpretatie. Het salafisme is daarnaast een reformatorische beweging. Ze zet zich sterk af tegen islamitische tradities die zij beschouwen als nieuwlichterij, omdat er niets over terug te vinden zou zijn in de religieuze bronnen.

De overheid beschouwt het salafisme als problematisch omdat het zich kenmerkt door een afwijzende houding jegens andersgelovigen. Dit geldt voor niet-moslims, maar misschien nog wel meer voor shi’ieten, soefi’s of andere heterodoxe islamitische sekten. Traditionele soennieten (95 procent van alle moslims wereldwijd) worden nog net niet verketterd, maar zijn toch op zijn minst dwalend en ontspoord. Bovendien vindt de AIVD dat het salafisme de integratie van moslims in Nederland dwarsboomt, omdat het intensief contact met niet-moslims of andersdenkenden ontmoedigt.

Het klopt dat een deel van de moslims in woord, gedrag en kleding op de Profeet wil lijken, maar dat maakt hen qua geloofsovertuiging nog geen salafist. Wanneer Aboutaleb zegt dat iedere moslim een salafist is, scheert hij dus alle moslims over één kam. Het is stigmatiserend en zelfs beledigend voor moslims die niets te maken willen hebben met het salafisme, of helemaal niet zo strikt willen leven als de Profeet. Of vindt Aboutaleb als ‘salafist’ misschien dat niet-belijdende moslims geen echte moslims zijn?

Het is een militaire strijd

Erger nog is dat Aboutaleb op deze manier het debat over salafisme vervuilt. Door de definitie van het begrip salafisme zover als mogelijk op te rekken, helpt hij iedere inhoudelijk discussie over de problematiek om zeep. De stelling dat je met een campagne tegen het salafisme 1,7 miljard moslims treft, is hetzelfde als het stellen dat je met een programma tegen extremisme ook bodybuilders treft: want wie zeven keer per week naar de sportschool gaat, is eigenlijk ook een beetje een extremist.

Hetzelfde geldt voor de uitspraak: ik ben een jihadist, want ik doe elke dag het goede voor een stad in Nederland. Niemand ontkent dat er binnen de islam verschillende verschijningsvormen bestaan van de ‘jihad’, waaronder een spirituele strijd tegen de eigen begeerten. Het is echter de militaire strijd die problematisch is en onderwerp van debat. De riedel dat iedereen die boodschappen doet voor een zieke buurman ook een jihadist is, vormt daaraan geen enkele bijdrage. Het ridiculiseert slechts een ernstig probleem waarvan de Syrië-gangers en hun families vaak het grootste slachtoffer zijn.

Wanneer Aboutaleb zichzelf een salafist noemt, maar tegelijkertijd een strikt geweldloze jihad voorstaat, spreekt hij zichzelf ook nog eens tegen. Hoewel de meeste moslims jihad zien als een spirituele exercitie, beschouwen salafisten de jihad in eerste instantie als een vorm van oorlogsvoering, juist omdat zij de religieuze teksten letterlijk nemen. De Koran spreekt over de jihad immers als een militaire strijd, of in ieder geval een strijd die een militaire component in zich draagt. Ik kan me haast niet voorstellen dat onze burgemeester als ‘salafist’ eenzelfde interpretatie koestert.

Aboutaleb geeft in het interview aan dat hij het liever niet heeft over zijn religieuze achtergrond in het openbaar, omdat hij niet wil dat mensen hem als burgemeester daarop beoordelen. Dat valt te prijzen. Het zou mooi zijn als hij dat dan in het vervolg ook in de praktijk brengt.