Liegen over je eigen aankopen, waarom doe je dat?

Stiekem shoppen Veel mensen doen weleens aankopen waarover ze liever niets zeggen tegen de gezinsleden. Waarom krijg je dat schuldgevoel? Én: hoe kom je er van af?

Foto Istock

Een nieuwe jurk verstoppen in de kledingkast. Liegen over de prijs van die koptelefoon. Wie koopt er wel eens iets en liegt erover tegen gezinsleden? Geheime aankopen: veel mensen doen het, toch is er weinig over bekend. De reden? Mensen praten er niet snel over.

„Als ik iets nieuws heb gekocht, weten mijn beste vriendinnen dat wel”, zegt Rosa Stil (21) uit Rotterdam. „Maar tegen mijn moeder zeg ik het meestal niet. Als ze vraagt waar ik dat leuke jasje vandaan heb, zeg ik dat het tweedehands is. Dan vraagt ze niet door.” Stil heeft, zoals ze zelf toegeeft, ‘een gat in haar hand’. Zodra haar salaris binnenkomt, gaat ze steevast naar haar favoriete vintage-kledingwinkel. „Daar koop ik per keer zo’n acht nieuwe kledingstukken. Terwijl ik het koop, schiet al de gedachte door mijn hoofd: wat ben ik aan het doen?” Thuis hangt aan de helft van haar kleding nog een prijskaartje. „Mijn kast is echt te vol, die moet ik vaak opnieuw indelen, meestal geef ik wel iets weg aan een vriendin.”

Ook Pieter van den Blink (51) uit Amsterdam licht zijn echtgenote niet altijd in over zijn aankopen. Als wielerfanaat koopt hij geregeld gadgets voor zijn racefiets. Een half jaar geleden schafte hij een Garmin Edge (GPS-fietscomputer) aan voor zijn racefiets. „Dat ding was erg duur, het ging boven mijn budget, daarom heb ik er maar even niks over gezegd tegen mijn vrouw. Toen we een maand later samen gingen fietsen, viel het haar pas op. ‘Gaaf ding zeg’, zei ze. ‘Ja, gaaf he’, antwoordde ik. Verder zei ik niks.”

Trucjes en smoesjes

Zeggen over een nieuw kledingstuk ‘dat je het al veel langer hebt’. Een jasje van een duur merk stoppen in een tas van een goedkoper merk. De trucjes zijn talrijk, een smoesje zo gemaakt. Maar waarom doen mensen het? Heeft het te maken met schuldgevoel omdat je die nieuwe schoenen eigenlijk niet nodig hebt? „Wie iets koopt, doet dat om een positieve reactie te krijgen”, zegt psycholoog Carien Karsten, auteur van het boek Afkicken voor shopaholics. De emoties achter de verslaving (2011). „Als je die gewenste reactie niet krijgt, kan je het maar beter niet zeggen.” Angst op kritiek kan een reden zijn om een aankoop te verzwijgen, aldus Karsten.

Toch is liegen of verbergen maar één onderdeel van een mogelijke verslaving. Pas bij meerdere criteria kun je spreken van een koopverslaving, aldus Karsten. „Belangrijk is het niet kunnen beheersen van de koopimpuls. Je wilt niet shoppen, maar gaat uiteindelijk toch weer de winkel in.” Ook belangrijk: kom je door het koopgedrag sociaal of financieel in de problemen? „Wanneer iemand flink in de schulden raakt, is er ook een grens bereikt. Dat heeft vaak ook gevolgen op sociaal vlak”, zegt Karsten. „Ik heb patiënten die bij mij komen omdat ze, vanwege schulden, bang zijn hun partner te verliezen.”

We zijn koopjesjagers maar vinden tegelijkertijd dat we niet mogen losgaan

Sigrid Sijthoff, arts

Een koopverslaving, zonder geldproblemen, behoort overigens ook tot de mogelijkheden. „Als het kopen te veel van je tijd in beslag neemt, of je gaat ermee door terwijl je er ongelukkig van wordt, moet je oppassen”, zegt Sigrid Sijthoff, arts en oprichter van Kick your Habits, centrum voor verslavingszorg in Amsterdam.

Ze trekt een parallel met alcoholverslaving. „Kopen geeft, net als alcohol een korte roes, daarna volgt de kater.” Kopen leidt – net als drinken, seks of eten – tot een toename van ‘geluksstofjes’ in de hersenen. „Ons limbisch systeem, ook wel het emotionele brein genoemd, maakt dopamine aan als we iets willen doen wat lekker of fijn voor ons zou kunnen zijn”, zegt Sijthoff. Deze ‘geluksstofjes’ krijgt iemand niet door het kopen zelf, maar door het verlangen dat tijdens het zoeken wordt aangewakkerd. „Je voelt je heerlijk zolang je aan het browsen bent naar spullen op internet of wanneer je door de kledingrekken gaat.”

Maaike de Leeuw (23) uit Amsterdam kent dat gevoel als ze op internet kleding bestelt. „Ik bestel vaak vijf dingen tegelijk, zoals laatst, tijdens de uitverkoop bij H&M. Ik neem me dan voor om daar tenminste drie dingen van terug te sturen. Maar als het eenmaal binnen is, houd ik het allemaal.” Omdat ze op dit moment niet veel verdient, moet ze opletten met andere uitgaven. „Dan koop ik in de supermarkt goedkopere producten. Ik vind goed eten belangrijk, toch heb ik liever die kleding.”

De Leeuw hangt haar koopgedrag niet aan de grote klok, maar ze kan er niet echt mee zitten. „Op het moment dat ik geld tekort kom, voel ik me schuldig. Maar ik ben wel blij dat ik die kleding heb.” Ook Van den Blink voelt zich niet al te bezwaard als hij weer eens iets moois aanschaft om zijn fiets mee te verrijken. „Dat zou misschien moeten, maar, nee. Het is niet dat we de kinderen droog brood te eten geven. Ik geef ook veel aan goede doelen en wat ik koop is niet slecht voor het milieu.” Stil noemt het wel „een domme keuze” om steeds kleding te kopen, maar ze kan het zich wel permitteren en vindt ook „dat je een beetje moet leven”.

Calvinistische inborst

Als je er dus niet écht door in de problemen komt, waarom zou je dan niet open zijn over je aankopen? Dat heeft toch vaak te maken met dat sluimerende schuldgevoel, zegt Sijthoff. Die schaamte wordt vaak versterkt door onze calvinistische inborst. „We zijn koopjesjagers maar vinden tegelijkertijd dat we niet mogen losgaan”, zegt Sijthoff. „Dus straffen we onszelf na het kopen van iets dat we eigenlijk niet nodig hebben. Of gaan we naar Primark, kopen goedkoop, en schamen ons vervolgens dat we niets duurzaams hebben gekocht. Dat maakt dat je iets gaat verstoppen.”

De vraag is dan: hoe kom je van dat schuldgevoel af? Daar zijn verschillende manieren voor, zegt Karsten. „Je kunt je afvragen: wil ik blijven kopen? Is dat het geval, dan kan je besluiten om te stoppen jezelf te kwellen met dat schuldgevoel. Je kunt bijvoorbeeld met je partner een budget afspreken dat je maandelijks vrij te besteden hebt en waarop je elkaar niet controleert.”

Is het schuldgevoel toch te sterk, of wil je écht stoppen met het koopgedrag, dan zijn er manieren om dat aan te pakken. „Je kunt onderzoeken waar dat verlangen, om telkens iets nieuws te willen hebben, vandaan komt”, zegt Karsten. Zo wordt het soms veroorzaakt door tekortkomingen of door trauma’s uit het verleden. „Komt het omdat je broer altijd meer cadeautjes kreeg? Is het omdat je jezelf lelijk vindt en het kopen van kleding troost biedt?”

Lees ook de Verdienen/Uitgeven met Ine Elkderkamp: ‘Mijn man en ik gaan heel verschillend met geld om’

Karsten maakt haar patiënten bewust van die negatieve gevoelens. „Als je die basale drijfveren inziet, kan je het eigen gedrag veranderen.” In plaats van naar de winkel te stappen, kan je bijvoorbeeld eerst een uur naar de sportschool gaan. „Zo kom je los van die eerste hunkering. Na het sporten voel je je wellicht sterker en ben je beter in staat om die koopdrang te weerstaan.”

Ook Sijthoff komt met concrete tips. „Bekijk je bankrekening en word je bewust van wat je maandelijks uitgeeft. Of spreek met vrienden af om, zoals mensen tijdens ‘dry january’ stoppen met drinken, een maand lang niets te kopen. Daarmee reset je het brein.”

Het limbisch systeem, waar dopamine wordt geproduceerd, is impulsief en uit op een snelle beloning. Maar de hersenschors, de prefrontale cortex die de impulsen moet beteugelen, reageert veel langzamer. „Deze kan je trainen. Door een tijdje niets te kopen, train je die hersenschors in ‘nee’ zeggen en kan de behoefte afnemen.”

Zelf maakte Sijthoff met vriendinnen een keer de afspraak om twee maanden geen kleding te kopen. „Het werkte. Ik kan nu veel beter dat leuke jurkje in de etalage weerstaan.”

    • Rosan Hollak