Column

Laten we in 2018 weer optimistisch worden

Een van de beste sciencefictionschrijvers van dit moment is een Chinees: Cixin Lui. Hij is wereldberoemd in eigen land en sinds een paar jaar ook in opmars in de rest van de wereld, sinds zijn The Three Body Problem in 2015 werd vertaald. In dat boek, het eerste van een trilogie, blijkt een buitenaardse invasiemacht op weg naar de aarde. Al zal het nog zeer lang duren voor deze dag des oordeels zal aanbreken, het lijkt onherroepelijk te gaan gebeuren.

Wat doet dat met een samenleving? Het is hier niet de plek om al te veel weg te geven over Cixin Lui’s werk. Maar het thema deed denken aan de situatie waarin we op dit moment verzeild dreigen te raken.

De opwarming van de aarde is zo’n vrijwel zekere dreiging op termijn. De voortgaande bevolkingsgroei is er ook een: de jongste projecties van de Verenigde Naties schetsen een wereld in 2100 waarin de totale bevolkingsgroei van 7,5 miljard tot 11,2 miljard mensen vrijwel geheel voor rekening komt van Afrika – denk aan 800 miljoen Nigerianen. Het feit dat alle mensen, terecht, uiteindelijk ons consumptiepatroon willen, en de gevolgen daarvan voor de draagkracht van de planeet. In het verlengde daarvan: de houdbaarheid van ons economische en financiële stelsel. De machtsovername door de nieuwe hegemoon China, met een maatschappelijk model dat kapitalisme koppelt aan absolute gehoorzaamheid. Of de opkomst en concentratie van kunstmatige intelligentie. Op zijn best, schreef iemand laatst, zullen na de singulariteit de nieuwe digitale machthebbers ons mensen zien als katten: vermakelijk en leuk om voor te zorgen, maar voor de rest irrelevant.

Genoeg dystopische varianten dus, net als die buitenaardse vloot die onherroepelijk zal arriveren. En zo ontstaat er ruimte voor nieuw aanbod: ruimte voor onheilsprofeten met hun beeld van het Westen als ‘Avondland’. Er ontstaat ruimte voor ontkenners, van links tot rechts, afhankelijk van het onderwerp. Ruimte voor een streven naar absolute welstand, naar een ‘ieder voor zich’ waarin vooral de eigen dynastie uit de gure wind van de toekomst moet worden gehouden.

Er zijn genoeg dystopische varianten, net als die buitenaardse vloot die onherroepelijk zal arriveren

Het is begrijpelijk dat mensen, geconfronteerd met toekomstige ontwikkelingen op deze schaal, een nieuwe vraag ontwikkelen naar een revolutionair maatschappijbeeld, of ideologie die een antwoord belooft. We rennen van libertijns hyperkapitalisme naar de Donut-economie.

Nu zijn er zat voorbeelden van vorige grote dreigingen: toen ondergetekende door de huiskamer kroop, lagen er in de kast jodiumtabletten voor de op handen zijnde kernoorlog. Toen hij verliefd was op zijn eerste juf beefde menig burgergezin voor de algehele ondergang van moraal en samenleving. Ten tijde van de brugklas werd gevreesd voor de eindigheid van de meeste grondstoffen in de jaren negentig. En tijdens de zoektocht naar de eerste baan heerste breed de overtuiging dat de werkloosheid bij elke recessie duurzaam toenam.

We zijn er nog steeds, en welvarender dan ooit – ook op wereldschaal. Er is, ondanks alle tegenwoordige dreigingen, maar één vruchtbare houding, en dat is optimisme. Zonder het geloof dat zaken maatschappelijk, technologisch en economisch op te lossen zijn, gebeurt er niets, behalve verlamming, regressie of een nostalgie naar een eigen versie van vroeger tijden.

Optimisten ondernemen. Ondernemers zijn ervan overtuigd dat zij de wereld naar hun hand kunnen zetten. Hun medewerkers moeten weer de overtuiging krijgen dat zij daar onlosmakelijk bij horen. De pijl van de tijd wijst maar één kant op. Naar 2018 en verder.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.