Column

Herlees

Ellen

Mijn zus houdt niet van films, maar als ze ziek is kijkt ze altijd Harry Potter. Ze heeft ieder deel minstens twintig keer gezien en kan van opening tot aftiteling alles meeplaybacken. „Het is gewoon fijn als je weet wat er komt”, zei ze afgelopen weekend, toen ze scheel van griep Harry Potter and the Chamber of Secrets lag te kijken. Zelf ben ik ook niet vies van een beetje herhaling: sommige romans heb ik al tien keer herlezen. Altijd ontdek je weer nieuwe mooie zinnen die je de eerste keer niet waren opgevallen. Terwijl mijn zus tussen de hoestbuien door af en toe „nee Ron! Kijk uit!” riep, herlas ik op kerstavond de roman die begin dit jaar diepe indruk op mij maakte: Beest van de Engelse auteur Paul Kingsnorth. Krankzinnig, spannend en poëtisch. Zelfs bij herlezing kon ik het in geen enkel hokje plaatsen. Is het een lang gedicht? Een allegorie op burn-out?

Er is weinig zeker in Beest. Hoofdpersoon is een man die in een hutje op de hei zit en met wie het niet zo lekker gaat. Hij heeft de natuur opgezocht om zichzelf te vinden, maar raakt alle grip kwijt: zijn gedachten springen alle kanten op: het is een soort Fear And Loathing in Las Vegas maar dan op het Engelse platteland: er zijn tijdreizen (hij belandt onder meer in de Steentijd, ziet Vikingen), wat Noorse goden hebben een cameo, en dan is er ook nog een soort kat ter grootte van een hunebed die hem constant achtervolgt. Tegelijkertijd, en dat is het knappe, krijg je nergens het gevoel dat de hoofdpersoon echt krankzinnig is. Er zijn geweldige observaties, zoals dat God „verwacht dat we samenkomen in hoekige stenen gebouwen en Hem loven zodat hij ons niet nogmaals onder water laat lopen of platbrandt.” Terwijl mijn zus zich onderdompelde in een wereld vol betoverde gebruiksvoorwerpen droomde ik voor de tweede keer weg in de koortsdroom die Beest is.

De Amerikaanse essayiste en veellezer Anne Fadiman zegt in Ex Libris: Confessions of a common reader ergens dat herlezen heerlijk egoïstisch is: „Herlezen dwingt je om tijd door te brengen… met je eerlijke, angstige, pretentieuze en gênante vroegere zelf: een persoon waarvan je dacht dat je hem achter je had gelaten maar die bij nader inzien al die tijd gewoon nog steeds in je zat.”

En zo, in de donkere dagen, herlas ik mijn lievelingsboek van 2017 en leerde ik zowel de vroegere als de huidige versie van mezelf beter kennen. Een soort tovenarij, waarvoor je helemaal niet naar Zweinstein hoeft, waarvoor je alleen maar je leeslamp hoeft aan te knippen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.