Galeriehouder Tegenbosch was een gids in kunstland

Lambert Tegenbosch was een gids in kunstland. Hij was van een legendarische generatie galeriehouders die als missionarissen eigentijdse kunst aan de man brachten.

Lambert Tegenbosch, 2007 Foto Bonnita Postma

Lambert Tegenbosch was de langstlevende van een legendarische generatie galeriehouders. Afgelopen zondag is hij op 91-jarige leeftijd overleden.

Tegenbosch was een gids in kunstland. Zijn galerie en kunsthandel in de Heusden aan de Maas hoort thuis in het rijtje Art & Project, Espace en Riekje Swart in Amsterdam, Delta in Rotterdam en Nouvelles Images in Rotterdam – alle gerund door sterke persoonlijkheden die als missionarissen eigentijdse kunst aan de man brachten en zo een flink stempel drukten op het Nederlandse kunstklimaat vanaf de jaren zestig.

Voor hij in 1977 zijn kunsthandel opende, was Tegenbosch criticus voor de Volkskrant. Werk dat hij combineerde met een baan als leraar Nederlands en kunstbeschouwing op diverse opleidingen. Hij schreef tal van kunstenaarsmonografieën, zoals over Kees Verwey, Charlotte van Pallandt, Gerrit Benner en Lucebert. En ook was hij vele jaren redacteur van de literaire tijdschriften Raam en Roeping.

Toenmalig museumdirecteur Rudi Fuchs omschreef Tegenbosch in 1992 als een behoedzaam criticus die met grote intellectuele koppigheid traditionele waardigheden verdedigde. „Een diep katholiek gevoel voor de traditie, bijna voor de heiligheid van kunst – dat bewoog Lambert Tegenbosch”, aldus Fuchs.

In zijn kunsthandel verkocht Tegenbosch twintigste-eeuwse kunst, vooral uit Nederland, hoewel er ook weleens kunstwerken van Picasso, Chagall of Warhol door zijn handen gingen. Om het commerciële karakter van zijn galerie te onderstrepen noemde hij zijn zaak met opzet Kunsthandel Lambert Tegenbosch. Lekker dwars, want handel in kunst gold destijds als een verdachte, want kapitalistische bezigheid. Op de eerste edities van de in 1984 opgerichte KunstRAI was hij daarom niet welkom tussen de galeries.

Tegenbosch werd in 1989 de eerste voorzitter en sturende kracht van de Nederlandse Vereniging van Galeriehouders (NVG). Toen een aantal galeries van naam begin jaren negentig de KunstRai boycotte omdat ze het toelatingsbeleid te liberaal vonden, liet de voorzitter zijn stem horen en verdedigde hij met verve de brede opzet. „Alsof kunstverkopen iets vies is”, zei Tegenbosch. En hij herhaalde nog maar eens dat kunst verkopen handel is en dat bezoekersaantallen tellen voor een beurs.

Net als zijn eerder genoemde generatiegenoten ging Tegenbosch lang door met kunst verkopen. Zelfs na een herseninfarct in 2001 hield hij de deuren open. Pas zes jaar later, op zijn tachtigste, stopte hij ermee.

Ondanks een afnemende gezondheid bleef hij trouw iedere nieuwe tentoonstelling in De Pont in Tilburg, zijn favoriete museum, bezoeken. Directeur Hendrik Driessen stuurde hij vervolgens een ansichtkaart met zijn recensie.

Tegenbosch had een dochter, Pietje, die van kunstverkopen een familietraditie heeft gemaakt. In Amsterdam drijft zij samen met haar partner Martin van Vreden een galerie: tegenboschvanvreden.