Vrijspraak in hoger beroep voor ‘moord zonder lijk’

Tegen de 40-jarige Cafer G. was in hoger beroep twaalf jaar cel geëist. Het lichaam is nog altijd niet gevonden.

Foto Roos Koole/ANP

De man die verdacht werd van doodslag op Michael de Vrieze in 2010 is woensdag in hoger beroep vrijgesproken. Dat meldt persbureau ANP. Volgens het gerechtshof in Leeuwarden is er onvoldoende bewijs. Het Openbaar Ministerie had tegen Cafer G. twaalf jaar cel geëist.

Het lichaam van de verdwenen Friese schaker is nog altijd niet gevonden. Volgens G., die altijd ontkend heeft iets met zijn verdwijning te maken te hebben, leeft De Vrieze nog en zou hij zich in Duitsland bevinden. Bewijs daarvoor ontbreekt.

De moord op de 45-jarige De Vrieze uit Burum zou in april 2010 plaats hebben gevonden aan de Jupiterstraat in Groningen. G. verbleef toen ook in dat huis. In december 2011 werd G. aangehouden in Moskou en in maart 2012 uitgeleverd aan Nederland.

Nieuw onderzoek

In 2013 werd G. veroordeeld tot twaalf jaar celstraf wegens doodslag, terwijl het OM toen nog tien jaar had geëist. Er was echter twijfel ontstaan over de betrokkenheid van G. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) concludeerde na nieuw onderzoek dat veel minder bloed in de woning was gevonden dan eerder was aangenomen, namelijk niet meer dan een kwart borrelglas. Advocaat Jacq Taekema vroeg zich daarop af of er wel een misdrijf was gepleegd.

Het OM hield vast aan de conclusie van een bloedsporenexpert van de politie dat er juist wel veel bloed was gevonden. Het OM stelde dat een deel van het bloed verdwenen zou kunnen zijn, bijvoorbeeld door het schoonmaken van de woning. Het gerechtshof oordeelt nu dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of een misdrijf heeft plaatsgevonden.

Eerder aangevoerd bewijs was een vingerafdruk van Cafer G. op de wasmachine in het bloed van De Vrieze. Ook zou G. met de bankpas van De Vrieze na zijn verdwijning diverse keren geld hebben opgenomen en zou G. hard geld nodig hebben.

Geen verdachte en advocaat bij zitting

Tijdens de zitting in Leeuwarden op 13 december ontbrak zowel de verdachte als de advocaat. G., die de Turkse nationaliteit heeft, werd in aanloop naar het hoger beroep in vrijheid gesteld. Kort daarna werd hij als ongewenste vreemdeling gearresteerd en uitgezet naar Turkije. Ook heeft hij een inreisverbod. G. weigerde in vreemdelingenbewaring te gaan, waardoor hij niet bij de zitting aanwezig kon zijn.

Het OM wilde de zaak toch behandelen. Advocaat Taekema legde daarop de verdediging neer. Het hof besloot dat de zitting door kon gaan, omdat het belang voor de samenleving zwaarder woog dan de belangen van de verdachte, aldus het hof. Taekema’s claim dat er geen sprake was van een eerlijk proces, verwierp het hof.

    • Menno Sedee