Opinie

Thierry, extreem-rechts heeft intellectueel niets te bieden

‘Blanke identiteitspolitiek’ is politiek rampzalig en intellectueel armoedig, betoogt voormalig FvD-lid . „Thierry Baudet is in de verkeerde hoek op zoek naar ideeën.”

Europa, ondersteund door Afrika en Amerika. Allegorische voorstelling van kolonialisme, William Blake (1796) Uit: Stedman's Surinam. Life in an Eighteenth-Century Slave Society

Tot mijn ontstemming moest ik via De Correspondent vernemen dat mijn vriend Thierry Baudet, die ik een paar jaar ken en bewonder, uitgebreid dineerde met de akelige rassentheoreticus Jared Taylor. Ik begrijp dat het spannend is om iemand als Taylor te ontmoeten. De eloquente hoofdredacteur van American Renaissance is in alles een gentleman, afgezien van zijn racisme. Maar binnen de politieke context wekt zo’n diner de schijn van een alliantie. „Als politieke partij vinden we het belangrijk ons grondig te informeren en allerlei visies tot ons te nemen”, verklaarde Baudets Forum voor Democratie daarover. „In dit kader hebben we ons ook verdiept in de alt-right beweging.” Klinkt wel erg wetenschappelijk. Het diner zou geen politieke verbroedering zijn, maar een intellectuele uitwisseling. Toch moeten we ook dan op de rem trappen.

Ik merk dat velen denken dat de extreem-rechtse alt-right – oude wijn in nieuwe zakken – vernieuwende ideeën bezit. Hoewel bijna iedereen Taylors pleidooi voor raciale segregatie verwerpt, wordt zijn analyse van rassenverschillen door sommigen als interessant of wetenschappelijk gezien. Publicist Joost Niemöller trekt in zijn blog zelfs een vergelijking tussen Taylor en Spinoza.

Taylors stokpaardje is genetische intelligentieverschillen tussen rassen: blanken zouden gemiddeld veel intelligenter zijn dan zwarten, Oost-Aziaten weer iets intelligenter dan blanken. Als onderbouwing dient een simplistische interpretatie van het controversiële IQ-onderzoek van Arthur Jensen. Verschillen in gemiddeld IQ worden door Taylor aangehaald als één van de redenen waarom de rassen te verschillend zouden zijn om gelukkig samen te leven en daarom beter hun eigen weg kunnen gaan. Dit doet me denken aan Thilo Sarrazin die in zijn boek Duitsland schaft zich af (2010) de massa-immigratie bekritiseerde met het argument dat het gemiddelde Turkse IQ iets lager ligt dan het Duitse gemiddelde, zodat Turkse immigranten de kwaliteit van de Duitse genenpool zouden reduceren.

Lees ook Over gesprek met Baudet zwijgt Taylor, over zijn extreem-rechtse ideeën niet

Het is een verleidelijke gedachte dat de gemeten verschillen in IQ-gemiddelden tussen landen en ‘rassen’ duiden op verschillen in genetisch potentieel en dat ze daarmee deels verklaren waarom bepaalde landen en groepen succesvoller zijn. Maar hoewel er op basis van IQ-testen degelijk onderzoek wordt verricht, kunnen er alleen beperkte conclusies aan ‘rasvergelijkende’ data verbonden worden. Veel van de ‘rasvergelijkende’ IQ-literatuur is gebaseerd op onderzoek waarin deelnemers zelf hun ‘ras’ moeten invullen. De meeste Amerikanen zijn echter een mengelmoesje, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn. Bovendien komt het cultureel-bepaalde ‘rassen’-schema – blank, zwart, Aziatisch, latino – niet overeen met echte genetisch-biologische eenheden, wat die ook moge zijn. ‘Latino’ lijkt niets eens op een ras; ze verwijst naar een talenfamilie en een etnisch heterogene wereldregio.

Tja, als men vanuit identitair-links én -rechts huidskleur politiseert, dan kan het nog knap ongezellig worden.

Internationale IQ-vergelijkingen zijn ook geen graadmeter van genetisch potentieel. Toen ik in China aankwam geloofde ik nog dat Oost-Aziaten gemiddeld iets intelligenter waren, omdat China met 105 een iets hoger IQ-gemiddelde heeft dan Nederland. Nu zet ik mijn geld op een combinatie van culturele factoren en sample bias. Testen worden afgenomen in ontwikkelde steden, maar het platteland is een andere wereld. Onlangs is er onder leiding van de Stanfordse hoogleraar Scott Rozelle voor het eerst een grootschalig IQ-onderzoek in arme delen van het platteland uitgevoerd. De helft van de Chinese kinderen groeit op in zulke gebieden. Wat bleek: scholieren haalden, gecorrigeerd naar leeftijd, een gemiddelde van 90. Reden: de hersenen van veel kinderen zijn suboptimaal ontwikkeld, omdat er tot hun derde te weinig met ze gepraat werd en ze ongeschikte babyvoeding kregen. Tegelijk denk ik bij de hoge uitschieters in de grote steden en in Zuid-Korea en Japan aan de postconfuciaanse examencultuur, die ervoor zorgt dat Oost-Aziaten veel meer examenervaring hebben dan westerse studenten en testen serieuzer nemen.

Een gelukkig, kleurenblind 2018

In een verre toekomst, één waarin alle baby’s goed verzorgd worden en ons DNA grondig is ontleed, kunnen we misschien iets zinnigs zeggen over de genetische aanleg van etniciteiten. Nu zijn we daar nog niet, hoewel IQ-scores, zelfs als ze niets over genetica zeggen, wel een hoge voorspellende waarde hebben in maatschappelijke voorspoed. Dat Afrikaanse landen op gemiddeldes van 70 uitkomen, toont dat de problemen gigantisch zijn, maar dat wisten we al.

In het grote plaatje gaf bij maatschappelijke ontwikkeling altijd één factor de doorslag: de wijze waarop landen, volken en groepen zich organiseren, wat teruggaat op waarden, ideeën, gewoontes en politieke tradities. Noord- en Zuid-Korea zijn etnisch identiek, maar het noorden ligt qua levensstandaard onder Afrika, terwijl het zuiden boven het Europees gemiddelde uitsteekt.

Wereldduidend is alt-right vruchteloos. Politiek is ze rampzalig. Taylor en bondgenoten beschrijven het als ‘identiteitspolitiek voor blanken’. Ze wil blanken bewust maken van hun ‘blanke identiteit’ en op basis van dat raciale bewustzijn politiek ageren. Ter legitimering dient een jij-bak richting de linkse identiteitspolitiek voor minderheden: als minderheden mogen juichen als één van hun mensen een hoge positie krijgt ten nadele van een blanke man, dan mogen blanken, degenen die de westerse beschaving hebben opgebouwd, toch ook als team ten strijde trekken? Het ideaal van een post-raciale samenleving waar huidskleur er niet meer toe doet, zou naïef zijn. De ironie is dat links-identitaire activisten zoals Sylvana Simons en Gloria Wekker het met dat laatste eens zijn. Zij keuren het post-raciale ideaal van ‘kleurenblindheid’ af, tenminste voorlopig, omdat men eerst bewuster moet worden van huidskleur, zodat ‘zwartheid’ de erkenning kan krijgen die het verdient en ‘witten’ boete doen. Tja, als men vanuit identitair-links én -rechts huidskleur politiseert, dan kan het nog knap ongezellig worden.

Nog een citaat uit de persverklaring van Baudets partij: „FvD staat voor een open, tolerant, democratisch Nederland waar individuele eigenschappen bepalend zijn; en niet sociale klasse, huidskleur, ras, geslacht of seksuele geaardheid.” Laat dat onze leidraad zijn. Een gelukkig, kleurenblind 2018!