Seksueel geweld bespreekbaar door #MeToo

Slachtoffers

Dankzij de #MeToo-beweging durven vrouwen uit de hele wereld te vertellen over seksueel misbruik en grensoverschrijding. „Begrijp je dat als een vrouw ‘nee’ zegt, het ook echt nee is?”

Johanna Geels (49) voelde zich vies en schuldig als zij dacht aan het seksuele geweld dat zij heeft meegemaakt. Alsof ze het over zichzelf had afgeroepen. De volwassen man die zijn blote lijf aan haar en een vriendinnetje liet zien toen ze zes waren. Een ex die geen ‘nee’ wilde horen als hij had gedronken. De buurtgenoot die haar misbruikte – een gebeurtenis waar ze vóór #MeToo nooit over heeft gesproken. „Als ik gedachten aan die gebeurtenissen toeliet, kwam het gevoel van zelfwalging als een regenbui over me heen.” Een ervaring die slachtoffers van seksueel geweld vaker beschrijven.

Geels deelde haar verhaal in oktober – het hoogtepunt van de #MeToo-beweging – op Facebook. Ze vertelde er ook over in NRC, dat meer slachtoffers portretteerde. Praten en delen hielp. „Voor het eerst was het vieze en schuldige gevoel weg – met alle therapieën die ik volgde lukte dat niet.” Dat kwam vooral doordat mensen compassie toonden en omdat ze zag dat ze niet alleen was. Wekenlang scrolde ze door de verhalen. „Op het manische af. Het is pas kort geleden minder geworden.”

#MeToo begon als reactie op berichten van slachtoffers van filmmagnaat Harvey Weinstein, die decennialang seksuele grenzen van ondergeschikten bleek te hebben overschreden. Mensen deelden aanvankelijk vooral verhalen van werkgerelateerd seksueel geweld op sociale media. Die beweging mondde uit in miljoenen ontboezemingen over seksuele grensoverschrijding in het algemeen. Het blad Time, dat de ‘Silence Breakers’ tot ‘Person of the Year’ kroonde, omschrijft hen zo: „De vrouwen en mannen die de stilte doorbraken, hebben verschillende achtergronden, komen uit alle inkomensklassen, hebben alle denkbare beroepen en komen uit alle hoeken van de wereld. (..) Ze zijn onderdeel van een beweging die geen formele naam heeft. Maar nu hebben zij een stem.”

Keerpunt in de publieke opinie

Specialisten zijn het erover eens: #MeToo heeft het taboe in ieder geval doen afbrokkelen. Over seksueel geweld wordt openlijker gesproken. Hoofd van het Centrum Seksueel Geweld Iva Bicanic vroeg in een enquête op Twitter of mensen vanwege #MeToo ten minste één persoon hadden gevraagd naar ervaringen met seksueel misbruik. Van de ruim zevenhonderd mensen die reageerden zei 30 procent dit te hebben gedaan.

Marianne Cense van Rutgers, kenniscentrum seksualiteit, constateert een keerpunt in de publieke opinie. „Vóór #MeToo was de reflex om een misbruikverhaal in twijfel te trekken. Nu is de neiging het slachtoffer te geloven groter.”

Mensen gaan over het onderwerp met elkaar in gesprek, ziet Amber-Helena Reisig (25). Zij deelde haar ervaringen net als Geels met NRC. Ze vertelde over seksuele intimidatie: een man bleef haar volgen op de Akropolis, hoewel ze vroeg dat niet te doen. Hij wilde met haar uit. Die gebeurtenis symboliseert volgens Reisig de angstige momenten die vrouwen vaak hebben.

Reisig was aan het werk in een restaurant op de dag dat haar foto op de voorpagina van NRC stond. De krant lag op de leestafel. ‘Leuk voor je, dat je in de krant staat’, zei een man aan die tafel. ‘Maar ik weet niet wat ik hiermee moet. Mag dan niks meer?’ Steeds stelden mannen haar de afgelopen maanden die vraag: ‘Is dit ook #MeToo?’ Soms was de toon plagerig, kwam de vraag na een flirterige opmerking. Soms serieuzer, als iemand haar arm aanraakte. Ongemakkelijke uitingen die het teken zijn van een nieuwe bewustwording, denkt Reisig. Vaak antwoordde ze: „Begrijp je dat als een vrouw ‘nee’ zegt, het ook echt nee is? Meer dan dat is het niet.”

Zelf is zij veranderd doordat ze haar verhaal vertelde, denkt ze. „Ik voel me vrijer om het gesprek aan te gaan met mannen die me vervelend benaderen in plaats van subtiele signalen te geven.”

Deze hashtag markeert een „historische verschuiving die al langer aan de gang is”, zegt Renée Römkens, hoogleraar gendergerelateerd geweld aan de Universiteit van Amsterdam. Het begon in de jaren zeventig en tachtig, toen vrouwen tijdens ‘Heksennachten’ de straat op gingen om aandacht te vragen voor seksueel geweld. Het afgelopen jaar stapelden de acties zich op. In het najaar van 2016 werd met de hashtag #notokay geprotesteerd tegen Donald Trumps ‘Grab them by the pussy’-opmerking. Dat leidde tot de women’s marches, protestbijeenkomsten waar wereldwijd honderdduizenden mensen aan meededen.

Wat leverden die gebeurtenissen tot dusver op? Niet over het hoofd te zien zijn de zeker tientallen mensen die – al dan niet gedwongen – stopten met hun baan omdat zij tijdens het werk seksueel intimideerden of seksueel geweld pleegden. Slachtoffers zijn eerder geneigd te melden wat hun is overkomen, merkt het Centrum Seksueel Geweld. Sinds de #MeToo-beweging zijn daar dubbel zoveel telefoontjes binnengekomen: nu 500 per maand. Het gaat vooral om mensen die al langer geleden seksueel geweld hebben meegemaakt. Een goed teken, vindt oprichter Iva Bicanic, al is het centrum bedoeld voor mensen die kort geleden slachtoffer zijn geworden. De politie ziet geen stijging in het aantal meldingen.

Een ander direct resultaat van #MeToo: in de Tweede Kamer is een motie aangenomen om seksuele weerbaarheid en veiligheid onderdeel te maken van het curriculum op scholen. „De tolerantiegrens is verschoven”, zegt Römkens. „Of het gedrag ook verschuift, zal moeten blijken.”

Het onthullen van misbruik kan een slachtoffer kwetsbaar maken, ontdekte Geels. Zij had een moeilijke periode toen de #MeToo-beweging kritiek kreeg. Vooral een uitzending van De Wereld Draait Door maakte indruk: een aantal vrouwen liet blijken zich te storen aan mensen die zich in hun ogen te veel als slachtoffer opstelden. Geels kon zich niet voorstellen dat mensen het „belachelijk” vonden. „Maar het schuldgevoel van vroeger is niet meer teruggekomen.”

    • Kim Bos