Eerste zieken geëvacueerd uit belegerde Syrische wijk

In Ghouta, een wijk van de Syrische hoofdstad Damascus, verkeren ongeveer vijfhonderd mensen in kritieke toestand.

Een Syrische vrouw kookt eten in de wijk Ghouta. Foto Abdulmonam Eassa/AFP

Hulpdiensten in Syrië zijn woensdagochtend begonnen met het evacueren van zieken uit Oost-Ghouta, een wijk in hoofdstad Damascus die in handen is van rebellen. Van de bijna dertig ernstig zieke bewoners die de komende dagen de wijk mogen verlaten, zijn er nu vier overgebracht naar het ziekenhuis. Dat meldt de Syrisch-Amerikaanse hulporganisatie SAMS aan Reuters.

In totaal wonen in Ghouta, dat door het Syrische leger is omsingeld, naar schatting zo’n 400.000 mensen. Van hen hebben ongeveer 500 dringend medische hulp nodig, zo meldde hulporganisatie Unicef eerder deze maand. Tot die groep behoren ook ongeveer 140 kinderen, die door gebrek aan voedsel zwaar ondervoed zijn.

NRC stelde eerder deze maand een fotoserie samen over Ghouta

Ghouta was door de gevechten tussen het leger van de Syrische president Assad en rebellengroepen lange tijd ontoegankelijk voor hulpdiensten. De wijk is het laatste gebied rondom Damascus dat in handen is van de rebellen en wordt al sinds de zomer van 2013 belegerd. Voedsel, medicijnen en andere hulpmiddelen worden de wijk niet binnengelaten, waardoor inwoners aan praktisch alles tekort hebben.

Tempo ligt te laag

Afgelopen zondag werd na “langdurig onderhandelen” een akkoord bereikt over de evacuatie van Ghouta. Afgesproken werd dat hulpdiensten in eerste instantie 29 ernstig zieke inwoners mogen overbrengen naar een ziekenhuis. Onderdeel van dat akkoord is een gevangenenruil tussen het Syrische leger en Jaish al-Islam, een van de groeperingen die in de wijk actief zijn.

Volgens de Verenigde Naties (VN) verloopt de evacuatie veel te traag om alle vijfhonderd zieken te kunnen helpen. Jan Egeland, die voor de VN de hulpacties in Syrië coördineert, zei daarover tegen Reuters:

“Dat aantal (van vijfhonderd hulpbehoevenden, red.) gaat omlaag – niet omdat we mensen helpen, maar omdat ze overlijden. We hebben week na week, al maanden lang, geprobeerd mensen te evacueren en voedsel en hulpmiddelen de wijk in te krijgen.”

Egeland schat dat van de mensen die hulp nodig hebben er al zeker zestien zijn overleden door de erbarmelijke omstandigheden in Ghouta. Volgens Ismael Yasin, lid van de wijkraad in Ghouta, eten veel mensen maar eens in de twee tot drie dagen. “De gezichten van mensen worden langzaamaan geel van de honger”, zei hij vorige week tegen AP.

    • Joost Pijpker