Opinie

    • Arjen Fortuin

Alleen maar lieve mensen in de kringloopwinkel

Zap In de serie ‘Het succes van de kringloopwinkel’ worden vrijwilligers en werknemers van kringloopwinkels gevolgd. Niet alleen spullen, ook mensen worden hier opgelapt met het oog op een tweede leven.

Het succes van de kringloopwinkel (VPRO)

Na een paar dagen waarin de meeste Nederlanders toch weer eens langer tegen elkaar hebben gepraat dan tegen hun televisietoestel, hernam het normale leven dinsdag weer zijn uitzendschema. Althans, bij de publieke omroep – want RTL en SBS speelden poor man’s Netflix door op (of in het geval van Net 5 vlak na) prime time op al hun acht kanalen een oude film te vertonen.

NPO had een Kerstaflevering van First dates en een kerstshow van Paul de Leeuw, maar maakte ook tijd voor iets nieuws. Op het tweede net is de hele week de vijfdelige docusoap Het succes van de kringloopwinkel (VPRO) te zien. Die begon met een bombardement aan cijfers. Er zijn 1200 kringloopwinkels in Nederland die per jaar 23 miljoen bezoekers trekken – evenveel als de Ikea, schijnt. Kringloopklanten geven met 220 miljoen euro wel wat minder uit dan Ikealopers.

Niet dat het om de centen gaat in deze als ‘hartverwarmend’ aangekondigde reeks. Hartverwarmend is het; dit is het soort programma dat als enige nadeel heeft dat het zo gráág hartverwarmend wil zijn. We zien alleen maar lieve mensen.

Het draait slechts heel gedeeltelijk om de handel. Er is weliswaar een kerstjurk die wordt gekocht door een (sprekend op een van onze kroonprinsesjes lijkend) meisje en we horen een vrouw met een nondescript artikel in haar hand zeggen dat ze ‘nooit geen gewone’ spullen koopt, maar het gaat minder om de dingen dan om de mensen.

Er gebeurt veel in de winkels. Er worden goedkope maaltijden geserveerd. Men organiseert avonden waar mensen met een uitkering zich kunnen laten kleden, opmaken en fotograferen om beter te kunnen solliciteren. Maar in de allereerste plaats worden de vrijwilligers en werknemers van de kringloopwinkels (in Zeist, Steenwijk en Naarden) door regisseur Frank Wiering nadrukkelijk in het zonnetje gezet.

Allemaal zijn zij op hun manier een underdog: licht gehandicapt, herstellend van verslaving of depressie. In de veilige omgeving van de winkel zetten ze weer voorzichtige stappen in de maatschappij. Niet alleen spullen, ook mensen worden hier opgelapt met het oog op een tweede leven.

Zo is er Joost, een alcoholist aan het begin van een ontwenningstraject, die uit onderdelen van door de gemeente losgeknipte fietsen weer goede rijwielen maakt. Hij vertelt over hoe hij zijn eerste ‘trekmoment’ te boven kwam en hij vraagt een ex-verslaafde collega of die ook zulke vreselijke dromen had toen hij net gestopt was. Ja dus.

„Dit is hoe Nederland zou moeten zijn”, zegt iemand. Mensen van verschillende kleuren, religies en achtergronden die elkaar een handje helpen. De opgelapte fietsen zijn bestemd voor een naburig asielzoekerscentrum. Contactpersoon is de jonger Syriër Wadhi, die zegt dat hij zijn medebewoners in het AZC aanmoedigt om de kringloopwinkel te bezoeken: „Dit is de enige plaats waar wij de Nederlandse cultuur kunnen leren begrijpen.”

Die cultuur toont zich van haar fraaiste kant in de mooie scène waarin een groepje medewerkers met een rolkoffer spullen ‘uit grootmoeders tijd’ naar een verzorgingstehuis gaat om die aan een groep dementerende bejaarden te laten zien. De oude beschuitblikken, doosjes Zwitsalpoeder of Sunlight-zeep moeten herinneringen van de bejaarden tot leven brengen – een prachtig idee.

Het hoogtepunt is de oude vrouw die haar eigen leeftijd niet kan reproduceren, maar die als ze een foto ziet van Mies Bouwman, één ding zeker weet: „Die is nog ouder dan ik!” Daar doen we het allemaal voor.

    • Arjen Fortuin