‘Aboutaleb geeft term jihad andere lading’

Islam

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam deed omstreden uitspraken over salafisme. Arabisten duiden zijn woorden.

Ahmed Aboutaleb Robin van Lonkhuijsen/ANP

„Elke moslim is een beetje salafist”, zei de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb deze week op Radio 1 – dus hijzelf ook. Toen interviewer Tijs van den Brink antwoordde dat men in Nederland zo’n opmerking wel „eng” vindt, wees Aboutaleb erop dat hij eerder eens heeft gezegd: „Ik ben jihadist.”

De Rotterdamse CDA en VVD reageerden verontwaardigd op de opmerkingen. Leefbaar Rotterdam, de grootste partij, vroeg er een debat over aan in de gemeenteraad. En PVV-leider Geert Wilders sommeerde Aboutaleb op te stappen.

Zijn de uitspraken van Aboutaleb echt zo schokkend?

Nee, zegt arabist Jan Jaap de Ruiter van Tilburg University. Sterker nog, hij vindt de stellingname van de burgemeester „geweldig” en „briljant”. Aboutaleb „probeert een nieuwe betekenis te geven aan de termen salafisme en jihadisme”, zegt De Ruiter, weg van de gepolitiseerde betekenis van de afgelopen decennia.

Die nieuwe betekenis is meer in lijn met de oorspronkelijke lading, zegt De Ruiter. Zo omschrijft Aboutaleb, volgens De Ruiter terecht, een salafist als „iemand die graag op de profeet Mohammed wil lijken”, net zoals christenen Jezus als voorbeeld nemen. En in die zin is iedere moslim inderdaad een beetje salafist.

Zo omschrijft Aboutaleb een salafist als „iemand die graag op de profeet Mohammed wil lijken”, net zoals christenen Jezus als voorbeeld nemen.

Jihad

Ook de term ‘jihad’ herovert Aboutaleb volgens De Ruiter terecht. „Extremistische groepen reduceerden vele betekenissen van jihad tot één: geweld. Hierdoor verdween een van de belangrijkste betekenissen uit zicht: inspanning; zorgen dat je een goede moslim bent. Aboutaleb zei: ‘Ik sta ’s morgens om 7 uur op om het goede te doen voor een stad in Nederland. Dat is jihad in zijn puurste vorm.’”

De uitspraken van Aboutaleb passen volgens De Ruiter in een groeiend tegengeluid van gematigde moslims die het debat rondom de islam willen terugwinnen op extremistische (politieke) stemmen. Hij noemt Azzedine Karrat als voorbeeld, de imam van de Essalam-moskee in Rotterdam die Wilders en Tunahan Kuzu (Denk) koekjes en koffie aanbood in een poging hen in gesprek te krijgen.

Dit tegengeluid werkt, aldus De Ruiter. „Zelf dacht ik meteen: ‘Als Aboutaleb een salafist is, dan wil ik wel dat ze allemaal zo zijn.’ De manier waarop hij de islam beleeft en tegelijkertijd zijn rol in publiek Nederland uitstekend vervult, dat soort salafisten zou ik er wel bij willen hebben.”

“Als Aboutaleb een salafist is, dan wil ik wel dat ze allemaal zo zijn.”

Dreiging

Ook Joas Wagemakers, islamoloog aan de Universiteit Utrecht, snapt wat Aboutaleb bedoelt. Maar, zegt hij, „als je salafisme ziet zoals salafisten het zelf definiëren, dan gaat het veel verder.” Deze salafisten imiteren de kledingstijl van de profeet, de lengte van zijn baard en het gebruik van de linkerhand op het toilet. Sommigen poetsen hun tanden met een stokje.

De dreiging die van het salafisme uitgaat, heeft volgens Wagemakers veel minder te maken met terrorisme dan met maatschappelijke polarisatie. Omdat salafisten het vaak niet eens zijn met de in Nederland gebruikelijke omgang met vrouwen, homoseksuelen en andersgelovigen, isoleren sommigen zich van de maatschappij of zoeken de verbale confrontatie met andersdenkenden.

Wagemakers snapt dat mensen schrikken van het gebruik van het woord ‘jihadist’ – „een moderne term met een beladen betekenis die duidt op groeperingen zoals Al-Qaeda en IS”. Het gebruik van ‘jihadist’ in plaats van ‘jihad’ kan verwarring oproepen, zegt hij. „Het is als met ‘sociaal’ en ‘socialist’. Als je zegt: ‘Ik ben socialist’, verhoudt zich dat niet meer één op één met de oorsprong van sociaal zijn.”

‘Jihad’ had volgens Wagemakers bovendien in de oorspronkelijk juridische bronnen ook al voornamelijk de betekenis van ‘gewapende strijd’. Maar, benadrukt hij, de islam is een religie in beweging en moslims zijn niet gebonden aan juridische tradities. „Dus als Aboutaleb zegt: ‘Voor mij is jihad een goede burger zijn’, wie ben ik dan om daar tegenin te gaan?”

    • Kasper van Laarhoven